Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Spätlese 2 : 25/8/02 - 4/5/03

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

11/12-2-03    Beeld

     De mensen leven op aarde om ringd door en uit der aard in contact met de dingen der schepping. zij leren ze kennen op de wijze van horen, zien en tasten, zich invoelen, over ze denken en, vreemd genoeg, merken, zien van gelijkenis tussen de dingen onderling en de dingen en zichzelf. gelijkenis die hen in staat stelt en aanport om te ver beelden. een ding wordt op grond van gelijkenis een beeld van. doordat zij een vos zijn gaan kennen en een bepaalden mens, ontdekken zij gelijkenis tussen dien mens en den vos en...noemen dien mens -refererend naar de sluwheid van den vos- "een vos". een anderen mens noemen zij, hem lovend op tillend of minachtend neer werpend, -weer refererend naar- "een ezel", "een slang", "een leeuw", "een arend", "een teef" enz.

     dat verschijnsel doet ons denken over dàt en hoé dingen in het leven der mensen nog een andere betekenis en functie dan hun fysieke gekregen hebben. de geest lijke vermogens in den mens schouwen in de materie een andere, geestelijke dimensie, zien gelijkenis en verrijken, vergroten, vermééren de dingen tot den geest aansprekende, boeiende en binnen het circuit van het met elkaar communiceren, elkaar informeren der mensen bruikbare "tekens". het poëtische in de dingen raakt poëtisch aangelegde mensen, en doet hen poëtisch spreken. de poëzie, dit is het "spreken in gelijkenissen uit gelijkenis" is geboren.

     gelijkenis is de ziel der dingen; het beeld is de ziel van de poëzie: van zien der tekens en ànders, dit is dichterlijk dichtend spreken. de ziel van dichterlijk "dichten", "zingen", "bidden". het beeld maakt "schouwen" (contemplatie) mogelijk en schouwen beeldend spreken, dat de materialiteit der dingen van den platten grond op de hoogte van 10 meter er bóven tilt. zó dat de (dichterlijke) mens, door die gelijkenis gegrepen, zich bewust wordt van de geestelijke dimensie én in de dingen én in hem. méér nog: van het "goed" en waar en schoon zijn van de hem omringende dingen en de geestelijke vermogens van invoelen, denken over en ver beelden in hem.

     het beeld "verandert de wereld van gedaante", doet ze -als "werk van Zijn handen"- "schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw".

 

     1. de woord lijke communicatie in onze taal is gekenmerkt door een overvloed van uitdrukkingen op grond van beeld spraak. zie: de huik naar de wind hangen; met de kippen gaan slapen; de oren spitsen; in de lij liggen; het ijzer smeden als het heet is; van de tafel vegen; aan zijn laarzen lappen enz., enz.

     door die uitdrukkingen wordt de band tussen wat er in de "natuur" gebeurt met wat er onder en tussen mensen plaats heeft, bevestigd en ter bevordering van leven levend gehouden. enerzijds vergroten die uitdrukkingen den "woordenschat" (en dus de communicatie) zonder nieuwe woorden te hoeven uitvinden; anderzijds getuigen zij van "geestigheid", komen prettig over en versterken -voor die ze doorhebben, dit is: de gelijkenis zien- de betekenis van wat er gezegd wordt.

     zij zijn een "lekkere" vrucht van het invoelen, denken over en ver beelden van den met geest begaafden mens, en blijken -ver van "geforceerd", "gefantaseerd- "als vanzelf" doorheen de eeuwen te zijn "opgeschoten" en te blijven kiemen en wassen. gewoon natuur lijk tillen zij de taal bóven het "dorre", "koude" abstracte van louter begrippen op de wijze van haar verrijken met den rijkdom van de boeiende, zoniet poëtische levenservaringen van de mensen. zij maken, mede met de spreekwoorden (Gij kunt geen peerd te lope beslaan. Schoenmaker blijf bij uw leest.), een mens meer mens zó als hij (ten volle, voluit) is doordat zij zijn band met de hem vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan de handen toevertrouwde dingen ten leven verstevigen. en uit der aard zijn zij een kostbaar bezit van onze taal.

 

     2. maar er is meer. zien die uitdrukkingen en spreekwoorden er nog al "communicatief", "informerend" uit, in de poëzie overstijgt dat beeldgebruik het louter communicatieve, informerende. de dingen zijn dichterlijk. dit is: de materie in ze bergt voor de mensen een "teken" in zich dat verwijst naar de werkelijkheid ("goedheid", waarheid en schoonheid) van 10 meter bóven den platten grond (den blozenden blinkenden appel die de materialistische plukkers "niet vergeten hebben", maar die blijven hangen is en blijft hangen "omdat zij er niet bij konden/kunnen"). dichterlijke mensen, dit is who care and are lucky (de "tekens", gelijkenis zien), worden, er door verbijsterd, verbaasd en wonder lijk geboeid, als het ware gedwongen "in gelijkenissen te spreken", te dichten.

     dit dichten verrijkt, vergroot, verméért de levenservaringen van dichterlijke mensen met een unieke, kostbare wijsheid, die hun als zij naar de dingen luisteren, naderen en scherper toekijken, den vinger in ze steken, bóven de materialiteit van den platten grond OP tilt en tot geest lijke VOLheid helpt wassen.

          "Over de randen van mijn handen

          tasten mijn handen naar mijn andere handen

          onophoudelik";

          "ziele die zichzelf te persen

          in den mond van God bedoelt;";

              "Ik ben een blomme

          en bloeie vóór uwe oogen,

              geweldig zonnelicht,". enz.

     het beeld bereikt zijn hoogste hoogte, diepste diepte, langste lengte en breedste breedte in poëzie: dit "spreken-in gelijkenissen-uit-gelijkenis"...op GROND van Schepping en Verbond.

 

     3. in het eerste BOEK "staat geschreven":

          "Ik ben Jahweh uw God, die u uit Egypte,

          het slavenhuis heb geleid; gij zult geen

          andere goden naast mij hebben. Gij zult u

          geen godenbeeld maken,..."(Ex. 20/2-4).

óók niet van JAHWEH, GOD. wat "juist" moet gelezen worden: van GOD ("Ben Ik soms een mens!") kàn een mens geen "beeld" maken, tenzij een "vals". het vreemde is nu dat GOD Zelf -door en in Zijn Schepping- den mens gemaakt heeft als een beeld van ZICHZELF ("naar Ons beeld en gelijkenis"), en bovendien via de dingen "beelden" maakt, "tekens" geeft van ZICHZELF én ze de mensen mens lijk in Zijn Schepping en Zijn Woord te vinden geeft.

     het beeld is -ingeschapen- in de dingen der Schepping aanwezig en uit der aard door mensen te vinden. het "openbaart" GOD naar zijn wijze op zijn wijze door via gelijkenis naar den SCHEPPER te verwijzen. uit der aard is die "tekens" (beelden) zien een de dingen "zien als", en is dichten de dingen der Schepping articuleren als "verwijzend naar hun SCHEPPER".

      en dàt is typisch voor de SCHRIFT. de woorden in het eerste en tweede BOEK zijn gedragen door een overvloed van beelden en "tonen" dat de schrijvers ervan dichterlijke dichtenden waren, die uit en in her innering van den Heiligen GEEST "aarde" en "HEMEL" samenwierpen tot het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde".

          de tuin, de boom van goed en kwaad, de appel, de slang,

          kaïn en abel, de toren van babel, de zondvloed,

          de ark, de duif;

          abraham, isaäk, jakob, jozef, david;

          een braambos dat brandde en niet opbrandde,

          de koperen slang, het manna, water uit de rots,

          gerst uit het land zelf, het "beloofde land";

          de herder, de wijngaard, de loot van den ceder,

          de zoon, de vader, ezechiël, jona, job;

          de leliën op het veld, de vogels in de lucht,

          de vijgeboom, de wind, de berg, het meer,

          de heer van den wijngaard, de herder, de koning,

          de wijze en dwaze meisjes, de samaritaan, zacheüs,

          de leerlingen van emmaüs enz. enz.

     het beeld krijgt geheime lijk wonder lijk zijn "identiteit", wordt geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, wat het uit en in het FEIT dat het "geschapen" is, OORSPRONG lijk is en als dusdanig de mensen vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd. het is een door GOD beminnelijk mens lievend aan de mensen gegeven geschenk om caring and being lucky (naderen om scherper toetekijken) "wijs" te worden, zich te verrijken, vergroten, vermééren met een wijsheid die,  op GROND van GODS Waarachtigheid waarachtig, GODS Waardigheid mens waardig en GODS Waarde waardevol, het geheim van de WIJSHEID is.

     die, zich uitsluitend aan de materie toevertrouwend, het beeld verliezen, verliezen het VISIOEN. verliezen (zie de dwaasheid, de leesonbekwaamheid van ons tijdje) het geloof. want het beeld is er in functie van geloven. het kan niet wetenschappelijk gekend noch technisch gemaakt, maar moet geloofd en gevonden worden. het beeld zien en dichten bevorderen het "lezen" van de dingen en de SCHRIFT, en uit der aard geloven.

     AMEN. amen, en daarmee uit.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005