|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Inboorling: die in het "land" geboren is en tot het het land bewonend (in woners) "volk" behoort. uit dér aard is hij gewoon natuur lijk met die "plaats" en die "inwoners" verbonden, is die plaats, dit wonen onder dat volk, zijn natuur lijke plaats op aarde. dààr en dàn geboren worden is geen toeval, geen "lot", geen absurd (zinloos) feit. het is binnen het FEIT van de SCHEPPING en het VERBOND door den SCHEPPER ge- en bedacht, in de Voorzienigheid "voorzien" en valt dien inboorling als een gratuiet geschenk toe. dit is: van de aarde (het denken der mensen) uit gezien, had het gekund dat hij er niet was, maar van den HEMEL (GODS gedacht) uit gezien, is hij er van in den beginne én "daar God hem eens te willen koos". wat voor hem meebrengt: rechten op en verplichtingen tegenover die plaats.
- rechten op. hij is "een kind van den huize", "is er thuis", verbonden (bloed)verwant met al wat er reilt en zeilt op de wijze van huidskleur, volksaard, zeden en gebruiken, taal en tekens, naamgeving, weer en wind, hoogte en laagte. "als vanzelf" opgenomen in de geschiedenis en het geschieden van zijn land,heeft hij uit der aard recht op er binnen de gemeenschap en haar "goederen" van die "goederen" genietend getogen te worden en er VOL te wassen. recht op voorkeur. recht op be scherming. recht op medezeggingschap, deelname aan het wel en wee. recht op vrijheid. op worden wie hij is.
- maar ook plichten. de inboorling is er niet alleen, niet alleen voor zichzelf. als lid van de gemeenschap is het zijn plicht er te zijn voor de anderen, de gemeenschap te bevorderen, haar op zijn beurt te beschermen in goede en kwade dagen, bij te dragen tot haar welstand en welzijn, te werken in dienst van allen. in zijn land geboren, is het zijn plicht van zijn land te houden.
vreemdeling. een vreemdeling is iemand die zijn land en zijn volk heeft verlaten en in een land en onder een volk die niet de zijne zijn, vertoeft. hij is geen vreemdeling in se, maar alleen voor zover hij in een ander land verblijft, alleen ten opzichte van andere inboorlingen. hij is het voorlopig, tijdelijk, of blijvend. deze situatie is de uiterlijke kant van de zaak. de innerlijke is: dat hij als "ingewekene" op allerlei wijzen (huidskleur, aard, taal, behoeften, verlangens, eventueel bedoelingen) van de "in gezetenen" verschilt en als verschillend benaderd wordt. met als gevolgen van dien: dat hij "onder geschikt" wordt en is; andere "papieren" (nodig) heeft; dat hij geweerd en uitgewezen kan worden; dat hij wel andere, maar niet dezelfde rechten heeft en niet dezelfde plichten. wel plichten die in evenwicht met die van het volk vervuld moeten worden.
- zijn "rechten" zijn een gratuiet geschenk: een mogen verblijven onder en, zij het deels deels, deelnemen aan het leven van de gemeenschap. zij zijn geen rechten waarop hij recht heeft. zij worden hem beminnelijk mens lievend "geschonken" op grond van de universaliteit van de mensengemeenschap op aarde, van "broederlijkheid". verblijf, bescherming, hulp, woning, vrije toe- en doorgang, eventueel werk, worden hem "gegund". met als gevolg van dien dat hij op zijn plaats moet blijven, dit is: niet zomaar de plaats van de in geborenen moet eisen, laat staan willen innemen.
- zijn plichten zijn andere plichten: dankbaarheid, respect, bescheidenheid, eerbied voor het eigene en den eigendom der ingezetenen zonder daarom het eigen eigene prijstegeven, te "verkopen". hij is geen meester, zij het dat hij zich niet als een slaaf/bedelaar hoeft te gedragen.
de juiste, dit is mens waardige verhouding tussen ingeborenen en vreemdelingen moet, op grond van de ingeschapen algemene gemeenschap op aarde, "het afstammen van adam en eva", de "broederlijkheid", gedragen zijn door evenwicht uit wijsheid, "genegenheid", liefde. dit evenwicht is een geschenk van den HEMEL aan de aarde, en uit dér aard kan het alleen "gezien" worden in het LICHT en "gedaan" uit en in de KRACHT van den HEMEL. het overstijgt de gevoeligheden, de ideologieën en fantasieën der mensen. het is de vrucht van den "goeden", den samenwerpenden geest, die van den Heiligen GEEST is, in mensen, en die den "bozen", den uiteenwerpenden geest, die van "den bozen geest" in mensen is, uitdrijft.
1. zo als de graankorrel zich als een uit en in zijn kiem levend wezen ontvouwt, zó ontvouwt (ex volvere) zich de mensheid: het geheel van geschiedenis lijk geschiedende mensen op aarde.
dit ont vouwen in tijd en ruimte gebeurt op de wijze van uitdeinen van het "land": van huis (vader en moeder, zussen en broers, familie) naar dorp (de eerste omgeving, het eerste leefmilieu); van dorp naar land (het volk, de natie); van land naar werelddeel (de door een eigen cultuur gekenmerkt groter geheel van landen); van werelddeel naar wereld (de ruimte van de hele aarde, die door allerlei nieuwe mogelijkheden van bewegen in het bereik van de mensen ligt). de mensheid evolueert naar universaliteit op grond van directe kennis uit direct contact. het is een groei van "letter" naar "geest", van "bloed" naar "ziel", waarin beide -naar en op de wijze van den door GOD als "beADEMde klei", "een levend wezen" geschapen mens- bron zijn en on verdeeld samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken.
door de langzaam opgedane ervaring van dit natuur lijk ont vouwen van het "grondgebied" zijn de mensen van hiér en nù zich bewust geworden van een geestelijke en uit der aard ruimere "verwantschap", met de nood aan een universele solidariteit als gevolg van dien. een op het eerste gezicht vreemde "volksverhuizing" van eden naar ur, van ur naar kanaän, van moab naar bethlehem, van jeruzalem naar de "uittocht" naar de hele wereld als "het beloofde land", de natuur lijke plaats om te wonen. "letter" en "geest" worden uit en in de OORSPRONG lijke on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" VISIOEN lijk ten VOLLEN leven samengeworpen, verzameld, uit INZICHT in en met UITZICHT op de UITEINDE lijke VOLTOOING in den hemel.
dit ont vouwen in tijd en ruimte heeft zijn weerslag op inboorlingen en vreemdelingen op de wijze van: dat inboorlingen vreemdelingen en vreemdelingen inboorlingen worden. in het licht van deze verruiming van het leefmilieu tot het grondgebied van de hele aarde vloeien inboorling en vreemdeling samen, zó dat zij in het LICHT en door de KRACHT van HEMEL en aarde knnnen zien dat zij aangewezen zijn op samenhangend, -lopend en -werkend doen.
2. abraham heeft -zonder het te "weten"- engelen gastvrij ontvangen. het werd hem als een "deugd" (virtus=kracht) aangerekend en hij werd er voor "beloond" met de (in vervulling gegane) belofte de vader te worden van een geslacht zo talrijk als de sterren aan het uitspansel, als de zandkorrels op het strand. dit is: de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van de gastvrijheid "staat geschreven" als een teken van den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST is en inboorling en vreemdeling samenwerpt tot een "geslacht dat talrijker is dan de sterren aan de hemel", tot alle mensen op aarde als "kinderen van éénzelfden Vader", en uit der aard broers en zussen.
de gastvrijheid van den inboorling bevrijdt hem van een bekrompen, eng en gesloten (ommuurd) "nationalisme" en schept in hem de ruimte van geest-zonder-grenzen, die de eigen omgeving (den "tuin") tot "een open stad" voor alle mensen op aarde opentrekt. anderzijds overschrijdt de vreemdeling de grenzen van zijn land uit en in den "goeden" geest, die niet op "verovering" uit is, maar door het visioen van een universele "gemeenschap-van-goederen" gedreven wordt en het gemeenschappelijk werken aan en genieten van de aarde mogelijk maakt.
gastvrijheid is een teken van openheid, on ommuurden, on begrensden blik op de "wereld" als de door den SCHEPPER ervan aan de mensen op aarde gegeven natuur lijke plaats om te wonen. de ingeborene woont bij GODS genade; de vreemdeling verlangt op zijn beurt, bij de in GODS genade gewortelde genade van mensen, te wonen. de in het geschieden van de geschiedenis ontstane uiteenwerpende lichaam of geeste lijke "natuurlijke grenzen" (rivieren, bergen, zeeën, huidskleur, ichaamsbouw, aard en taal en cultuur) zijn niet meer dan een aan "het stof van de aarde" inherente eigenschap en uit der aard louter "uiterlijk". "innerlijk" verdwijnen zij op de wijze van "het oversteken van den Jabbok", "het doorgaan door de Rode Zee", "het intrekken in het beloofde land", "de opgang van Galilea naar Jeruzalem", en werpen wat uiteengeworpen was, weer samen.
dit samenwerpen, verzamelen, is het werk van den "goeden" geest, die van GODS Heiligen GEEST is en GODS RIJK op aarde als het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" laat verschijnen. in het licht van die éénheid kan er geen tegenspraak zijn tussen de rechten van den inboorling en die van den vreemdeling, omdat de "goede" geest het wonen op aarde op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond tilt. de hoogte van den "godsvrede": "pax Dei, quae exsuperat omnem sensum". in dien vrede zit abraham "buiten", "aan de opening van de tent onder de eik van Mamre": de natuur lijke plaats niet alleen voor het zien van de reizigers, maar ook voor het openbloeien van gastvrijheid.
de in het geschieden van de geschiedenis op aarde voorkomende harde feiten van het weigeren van den vreemdeling door den inboorling of het misbruik van de gastvrijheid door den vreemdeling zijn verschijnselen van de "letter", die geenszins den adel van den "geest" kunnen verduisteren of als "illusie" verwerpen. "De letter doodt, maar de geest doet leven.". en "het Leven overwint de dood.". in het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" oplichtend geloofsgeheim, dat de GROND is van het (geloofs)geheim van de gastvrijheid op aarde.
3. BEGIN en UITEINDE lijk is elke mens op aarde een "vreemdeling" op zoek naar de gastvrijheid van den "HEMEL" in den hemel. uiteindelijk zijn alle mensen op aarde vreemdelingen onderweg op weg naar "het beloofde land", het VADER land. geloofsgeheim.
in het LICHT van dat geheim vloeien inboorling en vreemdeling samen, is de inboorling samen met den vreemdeling een vreemdeling op aarde, en uit dér aard niet meer, zó als de vreemdeling niet min is. in dit LICHT verdwijnen de "problemen", zó als alle problemen op aarde in dit "HEMELS" LICHT verdwijnen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
