|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De schepping geschiedt als een verloop op de wijze van evolutie, ontvouwing in den tijd: als leven ten leven graankorrel lijk tussen het begin (het kiemen, geboorte) en het einde (het rijpe graan, den oogst). zij is wezen lijk tijd lijk en verloopt als een opeenvolging van oud (graankorrel) en nieuw (dertig-, zestig-, honderdvoud graankorrels).
de predikaten oud en nieuw krijgen hun betekenis tegen den achtergrond van het zich ontplooien, openvouwen van den tijd.
- oud is wat "aards" op aarde taant, aftakelt, af- en uitgeleefd is. wat zijn tijd heeft gehad, met zijn tijd uit den tijd verdwijnt, maar zó als de stervende graankorrel zijn spoor nalaat in het nieuwe. in de ogen van de mensen, die "aards" op aarde zijn, is het oude verleden, voorbij. het wordt achtergelaten, dit is: waardeloos, vooruitgang lijk door het nieuwe achterhaald en vervangen.
- nieuw is wat "aards" op aarde opleeft, zijn tijd krijgt en zich graankorrel lijk met zijn tijd in den tijd ontvouwt. het is een teken van vooruitgang, van toekomst. als (nieuw) leven, (nieuwe) waarde, een noodzakelijke schakel in het geschieden van de geschiedenis. in de ogen van de mensen, die "aards" op aarde zijn, is het als het leven bevorderend beter dan het oude. het krijgt alle aandacht en zorg... tot het op zijn beurt geschiedenis lijk taant, aftakelt en verlijdt.
maar. en tóch. en zie: er is op aarde méér dan het "aardse". er is het HEMELSE: het GEEST lijk tijd loze, niét verlopende en uit dér aard vaste, altijd en overal helemaal blijvende; de "goede" geest, die van den Heiligen GEEST is en levend maakt, de "letter", die dood gaat en doodt, doet leven. met als gevolg van dien: dat oud en nieuw gezien moeten worden in het licht van HEMEL en aarde.
1. dit gebeurt op een "schitterende" wijze in de SCHRIFT, waarin de geschiedenis in het perspectief van het BEGIN en het UITEINDE als heilsgeschiedenis wordt gesteld en oud en nieuw uit dér aard in hun authentieke betekenis van onverdeelde éénheid binnen het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" begrepen wordt.
1.1. de profeet jeremias spreekt in 31/31-33 de kern van oud en nieuw uit.
"Zie, de dagen komen...dat Ik een verbond zal
sluiten met Israëls huis en het huis van Juda:
een nieuw verbond! Niet als het verbond dat Ik
met hun vaderen sloot...dat zij hebben
verbroken,...Ik zal Mijn wet in hun boezem
leggen, Ik zal haar schrijven op hun hart."
de grond van oud en nieuw is die van "letter" en "geest". het nieuwe is, niet wat "op stenen platen", maar wat "op het hart is geschreven". niet "wat verbroken wordt", maar wat -niet op grond van menselijk (eindig), maar van GODS (eeuwig) initiatief- blijft als "Ik zal hun God zijn en zij Mijn volk". oud en nieuw lichten op in het licht van GODS door GODS vinger in het hart geschreven wet: de WET van GODS volk is: worden, zijn en blijven.
1.2. in en op die lijn spreekt paulus van den ouden en den nieuwen mens. den mens van de "letter" en den mens van den "geest". den mens van het door jeremias aangekondigd "Nieuw Verbond": den door jezus CHRISTUS' lijden, dood en verrijzenis op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond getilden mens.
het nieuwe is het van in den beginne, OORSPRONG lijke en uit der aard aloude GOD lijke in het mens lijke, HEMELSE in het aardse, GEEST lijke in "de stof", dezelfde ziel in den anderen vorm. aloud is het al en blijft het in het oude, is het wat augustinus noemde altijd nieuw en altijd oud. het geheim van het oude en het nieuwe is: dat het oude het nieuwe van in den beginne in zich bergt en het nieuwe van in den beginne oud is. dit is: zij treden buiten den tijd en buiten den vorm, zó dat zij tijdloos zijn en de vorm, als tijd lijke "letter", alleen leeft door den tijd lozen "geest".
1.3. het door jezus CHRISTUS gegeven "nieuw gebod" is geen ander dan dat van den VADER, de door den Heiligen GEEST in de mensen verrijkte, vergrote, verméérde, dit is vernieuwde getaande, afgetakelde, verleden "letter". Hij breekt het oude niet af, maar vernieuwt het, begeest de aloude "letter" met den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST is en uit dér aard het oude VOLTOOIT. het "Nieuwe Verbond" is de VOLTOOIING van het "Oude" op de wijze van "vervullen van de Heilige Geest". de SCHRIFT is vervuld van de Werkelijkheid van het VISIOEN van het "vervullen" van de Schepping door den Heiligen GEEST van GOD den VADER en GOD den ZOON. leven is nieuw worden op de wijze van "vervuld worden van de Heilige Geest". doorheen de geschiedenis heeft de levende CHRISTUS plaats op de wijze van die "vervulling", die "vernieuwing": van ont hullen en ont vouwen van den GEEST ("die Heer is en -de "letter"- doet leven") in het oude.
3. het eerste en het tweede boek zijn "wat er geschreven staat". zij zijn op hun wijze naar hun wijze, dit is niet naar de letter maar naar den geest, "vast" binnen het verloop van den tijd. binnen dit verloop heeft het geschieden van "het lichaam van Christus", van CHRISTUS' kerk als de natuur lijke plaats van het aan het naar ónze wijze op ónze wijze aangepaste hoor-, zicht- en tast- en uit dér aard voel-, overdenk- en ver beeldbaar teken van het "vervuld worden van de Heilige Geest".
de kerk "geschiedt", dit is vernieuwt zich op de wijze van onthullen en ontvouwen van het "oude", het "vaste" en uit dér aard "blijvende" in de geschiedenis van de Schepping en het Verbond. dat "oude" is de "geest" van den Heiligen GEEST, die de "letter" ver nieuwt, als "nieuw" doet leven". het "nieuwe" GRONDt in het "oude" op de wijze van door den "geest" tot leven gewekte "letter". de mogelijkheid tot vernieuwing is het geheim van GODS beminnelijke menslievendheid, die de mensen niet alleen de geschiedenis lijke noodzaak van dit vernieuwen doet "zien", maar ook hen er bij betrekt en hun de gaven daartoe verleent.
uit dér aard is "vernieuwing" in de kerk een opdracht: de opdracht mee te werken aan het uit en in het GEHEIM van de KIEM "geboren" geheim van de kiem in den graankorrel: te kiemen om eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijp graan voor den oogst te worden. de dichterlijkheid van den graankorrel wijst "het huis van de Heer" den weg: wijs lijk van in het begin en doorheen het hele proces van het "bewerken", de vernieuwing, het in de kiem Schepping en Verbond lijk geschapen "oude", "vaste", "blijvende" te "bewaren". het BEGIN lijk geheim van de kiem is "dichter lijk" verborgen in het onverborgen hoor-, zicht- en tastbaar hiér en nù verloop van de kiem.
de kiem van de kerk is CHRISTUS: heri, hodie, et in saecula saeculorum als "al wat Ik u heb gezegd" "oud", "vast", "blijvend". Zijn GEEST "leert en herinnert" het door mensen "van de Heilige Geest te vervullen". lucas heeft het met klem en herhaaldelijk "na alles, van de aanvang af, nauwkeurig te hebben onderzocht, ordelijk voor u (en óns) geschreven":
"Maar de engel sprak tot hem:"(1/13);
"De engel trad bij haar binnen en sprak:"(1/28);
"...en werd Elisabeth van de Heilige Geest vervuld.
Met luider stem hief zij aan:"(1/41-42).
uit der aard geen vernieuwing zonder "luisteren naar" het de SCHRIFT onthullende en ontvouwende "spreken" van den Heiligen GEEST in de SCHRIFT en de traditie, zonder GRONDEN in het "oude", het "vaste", het "blijvende". het geheim van authentieke vernieuwing is gehoorzaamheid aan de KIEM. het geheim, niet van de letter, maar van den geest.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
