|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Johannes, "de leerling dien Jezus liefhad", heeft als de leerling "die ging kijken waar Jezus woonde" en "bij Hem bleef", uit Zijn volheid ontvangend de ene genade na de andere, jezus gekend en "opgetekend". van "de Heer" hoogst en diepst, langst en breedst doordrongen, kón hij niet niét over Hem spreken. de hoogte en diepte, lengte en breedte van zijn woord heeft hem parten gespeeld en ademt, mede met de vreugde om jezus, verdriet, ontgoocheling en ongenoegen uit om Zijn miskenning tijdens Zijn openbaar leven én in den tijd der verkondiging door "de leerlingen" daarna. uit en in zijn ervaring in en met "de wereld" zó als zij toen reilde en zeilde, legt hij de link tussen "de wereld kent (begrijpt) ons niet" en "zij Hem niet heeft erkend". en dit "gevleugeld woord" gold en blijft gelden tot vandaag.
"de wereld kent ons niet". ons is: johannes' geloofsgemeenschap tot wie hij deze "brief" richt. wij weten dat johannes den term "wereld" gebruikte in de hem eigen, specifieke betekenis van "duisternis", dit is: die het Licht niet aannemen, "niet naar Hem luisteren, niet in Hem geloven, niet bij Hem blijven en Hem niet volgen".
"Het Licht schijnt in de duisternis, maar de
duisternis nam het niet aan."(Joh. 1/5);
"Het waarachtige Licht, dat alle mensen verlicht,
kwam in de wereld...En ofschoon de wereld
door Hem was ontstaan, erkende de wereld
Hem niet."(9-10).
als christenen zijn johannes en zijn gemeente "kinderen van het Licht", die "uit Zijn volheid hebben ontvangen de ene genade na de andere". zij zijn "vervuld van de Heilige Geest" van den VADER en den ZOON zó als Hij in het eerste BOEK "gesproken heeft door de profeten" en in het tweede spreekt door "de leerlingen", "de eerste ooggetuigen". die GEEST is de BRON van den "goeden" geest die hun hiér en nù, in de wereld, maar niét ervan, den WEG toont, de WAARHEID doet zien en het LEVEN doet beleven.
"de duisternis" begrijpt hen niet en kent hen uit der aard ook niet in de betekenis van van hen houden. zij werden, als leerlingen van den -aan het kruis geslagen- HEER ("het groene hout") "vervolgd". johannes' brief is een troostbrief, waarin hij zijn gemeente een riem onder het hart steekt op grond van GRONDIGE, de wereld tegensprekende en door de wereld verworpen in het licht van het LICHT gefundeerde geloofsargumenten. dat "de wereld ons niet kent", is geen negatief, maar integendeel een positief teken van hun waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde. te meer omdat de diepere reden van deze mis kenning is dat zij "Hem niet heeft erkend".
dat de wereld Hem niet heeft erkend, heeft johannes aan den lijve, live, gehoord, gezien en getast al de dagen dat hij bij jezus gebleven is. hij weet wat hij zegt. "De duisternis heeft het Licht niet aangenomen.". hij heeft "gezien" hoe de wereld "met het groene hout heeft gehandeld" en het in zijn evangelie "opgetekend". en het verwondert hem niet, het kan eigenlijk niet ànders dan dat dit ook met het dorre hout geschiedt. zó als hij de vreugde van zijn gemeente GRONDT in de vreugde van CHRISTUS, zo GRONDT hij hun lijden in het lijden van CHRISTUS en tilt het meteen op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond: de hoogte van Zijn waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde.
het geheim van de woorden van de SCHRIFT in het algemeen en van johannes' woord in het bijzonder is: dat zij niét voorbijgaan, van eeuwig leven zijn. uit dér aard gelden zij voor alle tijden, onzen tijd inbegrepen.
- het springt in het oog dat "de wereld ons niet kent (begrijpt)". onze waarachtigheid is wezen lijk een geloofswaarachtigheid, onze waardigheid een geloofswaardigheid, onze waarde een geloofswaarde. en uit der aard alleen te kennen uit en in geloof. en precies dit geloof staat onder druk, wordt onder- en verdrukt op grond van een sterk om zich heen grijpende zogezegd "verlichte" individualistische liberale rationaliteit, die het (geloofs)geheim op aarde geen kans laat noch geeft. geloof wordt als verduisterende "duisternis" gebrandmerkt en gelovenden worden als den de aarde veroverenden vooruitgang belemmerende tegenwerkers uit de maatschappij gestoten.
"Wie kan naar zó iets luisteren?";
"Daarover zullen wij u later wel eens horen.".
dit verschijnsel is in wezen een "crisis". een geloofscrisis die grondt in ongeloof in GOD den VADER als SCHEPPER, jezus CHRISTUS als den mens geworden GOD den ZOON, VERLOSSER van de schepping, en in den Heiligen GEEST als den VOLTOOIER ervan. het is duidelijk dat "omdat zij Hem niet heeft erkend" de grondverklaring van "de wereld kent ons niet" is. johannes' woord van dààr en toén bevestigt dàt en hoé hiér en nù het verwerpen van "den HEMEL" resulteert in een "de aarde" omsingelende duisternis. een tragedie, die des te erger is doordat men het ("door de eerste ooggetuigen opgetekende") LICHT kan her- en erkennen, maar HET niet erkent, en als gevolg van dien "ons niet kent".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
