|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Er is, hoé dan ook maar ontegensprekelijk, in en onder de mensen een vermoeden, een bewustwording, een besef gekomen van een nà na dit nù-hiér. het bestaan van het nù-hiér werd, doordat het gehoord, gezien, getast wordt, nooit in twijfel getrokken. het is er en werd en wordt door de mensen naar hùn wijze op hùn wijze van "op de aarde zijn" als in goede en kwade dagen al de dagen van hun leven "de tuin bewerken" beleefd. een heel ander geval is het bestaan van het nà doordat het niét gehoord, niét gezien, niét getast kan worden en het uit der aard geen, althans materieel, houvast biedt. het is een geheim en heeft zijn geheim, en blijft voor de mensen een open vraag, die zij als een lastige vlieg wel zouden willen wegwuiven door een duidelijk bevestigend of duidelijk negatief antwoord erop. maar precies zo'n antwoord komt er maar niet. met als gevolg van dien: dat zij om van die vlieg verlost te zijn het bestaan van het nà rationeel radicaal afwijzen en hun "toekomst" hiér en nù op aarde plaatsen; of er als UITZICHT-op in geloven en er op aarde naar leven.
een (niet genoemd) "rijk man" leefde hiér en nù rijk ("genoot dag en nacht een weelderig leven."/Luc. 16/19); een bedelaar, "Lazarus geheten", arm ("bij diens voorportaal gelegen, met zweren bedekt, begerig zijn honger te stillen met de afval van de tafel van de rijke"/20). de arme stierf "en werd door de engelen in de schoot van Abraham gedragen"; "Daarna stierf ook de rijke en werd begraven...en in de hel gefolterd.".
door deze "gelijkenis" bevestigt jezus onomwonden niet alleen het bestaan van het hiernà, maar ook dat de wijze ervan door de wijze van het hiérennù bepaald wordt. de "gelijkenis" is wezen lijk een heel belangrijk "onderricht" door den rabbi jezus aan de farizeeên (urbi) en alle mensen op aarde (orbi) gegeven. de kracht van de "les" is gelegen in de scherpe tegenstelling: die op aarde "genoot", werd in de hel gefolterd; die op aarde alleen de honden als vrienden had, "genoot" het geluk door de engelen voor altijd in den schoot van abraham gedragen te zijn. zegt jezus; "heb Ik u gezegd". niét lazarus; niét de rijke.
jezus laat abraham (de in de SCHRIFT "geschreven" vader van het geloof) twee fundamentele waarheden zeggen.
Bovendien gaapt er tussen ons en u een
geweldige afgrond, zodat men van hier niet
naar u kan gaan...noch van ginds naar ons.(26);
Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze
luisteren naar hen. Als zij niet luisteren naar
Mozes en de profeten, zullen zij zich ook niet
laten gezeggen, zelfs al stond er iemand op
uit de doden.((31).
dit zijn twee fundamentele geloofsgeheimen van jezus' onderricht, vaste grond van waarheid, leven en weg.
- de mensen zouden -om zeker te zijn, eerst te zien en dan te geloven- zo graag willen ("ook al zou men het willen"/26) iemand van ginder hiér ontmoeten om uit betrouwbare bron de nodige informatie te bekomen over. met alle kneepjes van dien. er was in jezus' tijd en plaats al heelwat "gedacht" en "gezegd" over de verrijzenis; men had zelfs geprobeerd hem daarmee te "strikken". Hij echter "gaat midden door hen heen" en doorprikt zonder aanzien des persoons de illusies daaromtrent. het geheim van het hiernà is het GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en uit dér aard voor de mensen, die op aarde zijn, een afgrondelijk, hun gevoeligheden, gedachten en fantasietjes ver overschrijdend door abraham "getoond" en in de SCHRIFT ons te lezen gegeven geloofsgeheim. de "HEMEL", en uit der aard de hemel, blijven voor het (hoe fijn ook) voelen, (hoe diep ook) denken en (hoe frenetiek ook) fantaseren van die op aarde zijn, onverbiddelijk "gesloten", al breken er ook booms en bijbels door de kieren in de "bewolking" "tekens", stralen van het "HEMELS" licht, die tot geloven uitnodigen en het mogelijk maken. dit is: als "informatie van bóven" een àndere, vreemde, GEEST lijke zekerheid geven die als piekervaringen het "gemis" aan "aardse" op begenadigde ogenblikken compenseren. de genade die een gelovende gratuiet gegeven wordt, is: dat hij -onder-, on- of bewust- op het uur van de waarheid "niet alle hoop laat varen".
- GOD laat Zijn mensen niet in den steek. bergt HIJ Zijn geheim in den hemel op, tóch geeft HIJ de mensen oren, ogen en vingers en "opent HIJ den hemel" op de wijze van het door hen te horen, zien en tasten woord van "Mozes en de profeten" om "naar te luisteren".
het woord van "Mozes en de profeten" in het eerste BOEK werd verVOLd door jezus CHRISTUS en door "de leerlingen" in het tweede "opgetekend". de "waarschuwing" die de rijke man aan abraham vraagt, "staat geschreven" en is aan de mensen te "lezen" gegeven. jezus laat er geen twijfel over bestaan dat de SCHRIFT de waarheid over het leven van de mensen op aarde te kennen geeft en dat Zij de bron bij uitstek, de weg is om "niet in deze folterplaats te komen". "naar hen luisteren", "doen wat zij zeggen en Hij zegt te doen" volstaat. want wat de SCHRIFT zegt, is GODS (in twee stenen platen én in het hart geschreven) WOORD-ten-leven.
jezus doorprikt de illusie dat het zou volstaan lazarus naar de broers te zenden opdat "zij niet in deze folterplaats zouden komen". zó als Hij, later, de illusie der farizeeën en schriftgeleerden doorprikte waar Hij, hoewel zij beweerden dàn in Hem te geloven, niét van het kruis afkwam. zó doende articuleert Hij scherp den aard van geloven: het hoeft geen "bewijs"; het is niet de vrucht van een "bewijs"; het is een uit en in VOLLE overgave vreemd welwillend tegenover en teder toegankelijk voor "al wat Ik u heb gezegd" aannemen zonder "morren", "bij Hem blijven".
"Zij hebben Mozes en de profeten" is, als schitterende waarheid, schitterend leven, schitterende weg, een gevleugeld woord bij uitstek. het ligt gewoon, als "een kostbare parel", vóór en aan de voeten van de mensen. die dié waarheid, dàt leven, dién weg als niet ter zake afwijzen of de waarheid, het leven, den weg ver, laat staan té ver gaan zoeken, raken verdwaald en den weg bijster. waarvan de feiten legio zijn.
wij "hebben Mozes en de profeten." om, door het oorverdovend, oogverblindend, hartverlammend (verkiezings)gedruis van de wereld bedreigd, in de stilte in stilte stil "naar te luisteren", "in ze te geloven" en "hen te volgen". jezus' gelijkenis van het verhaal van den rijken man en den bedelaar is geen sprookje, geen fabel, geen schurend scharniertje, geen zevende dag, geen woord tegen woord enz. enz. het is een "waarschuwing", zó als Zijn leven een "waarschuwing", een "les", een GRONDIG "onderricht-ten-leven" was en is. wij hebben de SCHRIFT, waarin "al wat Ik u heb gezegd" is opgetekend en ons bij het lezen door den Heiligen GEEST her innerd wordt. "Tolle, lege!"; "Neem en lees!".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
