|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Dit is: de "eenzaamheid" der dingen als de mensen het vertikken to care, zich, verbonden en solidair, niét als partners for profit, maar als partners for praise om hen te bekommeren. schapen zijn een toonbeeld van afhankelijkheid, kwetsbaar- en uit der aard volgzaamheid. zij zijn geen "wilde" dieren, maar voelen zich alleen thuis in een cultuur-ten-leven. zonder herder zijn zij (als verloren gelopen, in de steppe verdwaald en aan "wolven" overgeleverd) ten dode opgeschreven. hun geheim is naar den hun ingeschapen drang te luisteren, "als vanzelf" als "kudde" samenteblijven, de "gemeenschap", om welke eigenzinnige, eigengereide, eigenwillige reden dan ook, niet te verlaten ("wegtegaan") en bij den herder te blijven. "Zij bleven bij Hem.". op hun natuur lijke plaats, "daar God hen eens te wilen koos". hoe elk van hen ook zichzelf, met een eigen naam, een eigen identiteit, tóch "weten" zij zich gedragen door de kudde en "voelen" zij zich dààr alleen thuis: geborgen en veilig. want de ervaring heeft hen geleerd dat de tactiek van de "wolven" erin bestaat één van hen, en liefst het zwakste, aftezonderen en het, zó doende, aan hun macht overteleveren. dàt weet de herder ook, en hij houdt ze, waakzaam, bijeen.
de ("goede") herder is hun leven. de intens aandachtig aanwezige, de "leider" die hen naar "groene weiden" leidt, ze alle bij naam kent, ze telt, merkt als er een ontbreekt en er naar op zoek gaat, het gewonde lam op de schouders neemt, de wolven op een afstand houdt, en zijn kudde 's nachts in de kooi voor de koude bergt.
dit "gegeven" is een schitterend beeld. voor die al ooit een herder met zijn kudde heeft gezien, naderde om scherper toetekijken en vol bewondering het tafereel aanschouwde, straalt de "letter" van den "geest". alle beelden putten hun kracht uit de "waarneming" (het horen, zien en tasten der dingen), want de "geest" is, verborgen, in de "letter" geborgen. de dingen der schepping zijn wezen lijk dichterlijk, stralen den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST, den "goeden" geest van den SCHEPPER is, uit. vandaar al die door dichterlijke dichtenden in de SCHRIFT "geschreven" beelden. het VISIOEN, de "gelijkenissen-uit-gelijkenis". en jezus herneemt en verVOLt het beeld van de kudde en den goeden herder uit het eerste BOEK, verrijkt, vergroot, verméért het tot
"Ik ben de goede herder. Ik ken Mijn schapen
en zij kennen Mij en luisteren naar Mijn stem."
het zien van de "schare" vervult Hem met medelijden.
"Toen Jezus uitsteeg, zag Hij een talrijke
schare. Hij had medelijden met hen daar zij
als schapen zonder herder waren; en Hij begon
hen velerlei dingen te leren."(Marc. 6/34).
bovendien "vermenigvuldigde" hij de vijf broden en twee vissen die "de leerlingen" bij zich hadden.
"Allen -vijfduizend mannen- aten
en werden verzadigd."(42).
dit is: Hij werpt, als "goede" herder, zonder moeite, "als vanzelf", "terstond", "HEMEL" (velerlei dingen) en "aarde" ("Geeft gij hun te eten!") samen. geeft hun "een voorbeeld".
waar haalt Hij dat "kudde zonder herder" vandaan? een "schare", zegt marcus, maar waarom dat "zonder herder"? het is jezus' geheim. waarom die haast ("en men was er -tevoet- eerder dan zij")? jezus is niet naief. Hij weet dat zij eerder "voor het brood" kwamen dan voor "het onderricht", eerder voor het "aardse" dan voor het "HEMELSE". ligt dit bewustzijn niet verscholen onder dat "zonder herder", zonder de "goede" herder, die mét om het "aardse" om het "HEMELSE" bekommerd is en door het geven van het -voor het lichaam- noodzakelijk tijd lijk dagelijks brood de mensen ervan bewust wil maken dàt en hoé het ten eeuwigen leven "levend brood" van Zijn onderricht ànders, dit is meer dan het eerste noodzakelijk is. Hij zal hun leren en in herinnering brengen dat Hij de "goede" herder is, die op de wijze van de goede herder maar rijker, groter, méér voor hen zorgt. waarvan deze "vermenigvuldiging" het helder "teken" is.
"Geeft gij hun te eten!", zegt Hij aan "de leerlingen", die nog niet door hadden wat dit betekende en al aan de kosten ("voor tweehonderd tienlingen") en de moeite ("gaan kopen, en hun te eten geven") dachten. het "teken" was hun ontgaan. en tóch zullen zij hun, geheime lijk wonder lijk, moeten te eten geven, en bovendien "de brokken -twaalf korven- verzamelen". de brokken van het wonder van de broodvermenigvuldiging, die zij na Zijn hemelvaart en het zenden van Zijn GEEST doorheen de eeuwen op de wijze van het eucharistisch brood zullen moeten blijven uitreiken.
de schare zonder herder, eerder uit op het "aardse" dan op het "HEMELSE", zo niet, het "HEMELSE" uit sluitend, alleen op het "aardse" bedacht, is doorheen de eeuwen gebleven, en uit der aard de noodzaak van een "goeden" herder. die "taak" heeft Hij, zoals blijkt uit dat "Geeft gij hun te eten!", op "de leerlingen" en de leerlingen van "de leerlingen" overgedragen en aan hun handen toevertrouwd. er is en blijft onder de mensen, die op aarde zijn, niet alleen nood aan diakonie, maar ook, en te zélfder tijd, aan onderricht van GOD, Die in den hemel is en den ZOON, Die Zijn tent onder ons heeft opgeslagen. Zijn onderricht "in velerlei dingen", "in gelijkenissen-uit-gelijkenis", waarvan de wonder lijke broodvermenigvuldiging er één is, dat zij live hebben gehoord, met eigen ogen hebben aanschouwd en met de handen getast, dat door de Heilige GEEST in hen her innerd werd en wordt, en dat zij "opgetekend" hebben...
"opdat gij zoudt mogen geloven dat Jezus de Christus
is, de Zoon van God, en gij, door te geloven, het
leven moogt hebben in eeuwigheid."(Joh. 20/31).
uit dér aard is elke leerling van "de leerlingen", dit is elke gekerstende, hiér en nù geroepen, "gewijd" en gezonden om "hun -als een "goede" herder- eten te geven". dit is: op de evenwichtige, "van de Heilige Geest vervulde" VOLLE wijze van te zélfder tijd diakonie én onderricht. men vergisse zich niet. men hale jezus' geheim niet naar de aarde neer, vernedere het niet door het te beperken tot een op de gevoeligheden, ideologieën en fantasietjes van dit tijdje gegrond humanisme. de verleiding is groot, en velen zijn -als huurling de kudde aan haar lot overlatend- gaan "meehuilen met de wolven in het bos".
blijft en blijft blijven:
"Ik ben de goede herder!";
"Geeft gij hun te eten!.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
