|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Herinnering uit den kindertijd: in het mdden van het veld langs den landweg rijpe tarwearen plukken, tussen de twee handpalmen wrijven, het kaf wegblazen, de korrels kauwen en meel en pelletjes inslikken. een landelijk ervaren, dat het "aren plukken" van marcus (2/3) en het "wreven ze met de handen uit en aten ze op" van lucas (6/1) stevig onderbouwt. de door de evangelisten vertelde anecdote leeft in u als een gehoorde, geziene en getaste werkelijkheid op nieuw. het is een heel eenvoudig gebeuren, dat plaats heeft in het dorp, in het midden van het veld, langs de wegen: de natuur lijke plaats van een levenslustig levendig levend (be)leven van het leven. een authenticiteit die glanzend afsteekt tegen een door van het (be)leven vervreemde mensen gefantaseerde gesofistikeerde, geabstraheerde en uit der aard on werkelijke werkelijkheid.
marcus' "aren plukken", lucas' "wreven ze met de handen uit en aten ze op" en mattheüs' "en daar zij honger hadden" (11/1) bewijzen op een niet te negeren eenvoudige wijze de authenticiteit van hun verhaal. een nauwelijks zichtbaar en uit der aard door opgejaagde mensen ongemerkt "detail" verhoogt voor die intens aandachtig op aarde aanwezig zijn, de levens waarde van authentiek leven. dit "kleine" is rijker, groter, meer dan het "grote" van een ontredderde cultuur. het accentueert den rijkdom van het "in het midden van het veld staan" op de wijze van "schouwen in de diepte van den hemel". het leert "lezen" en vestigt de aandacht op het niet alleen correct maar ook grondig "lezen" van "wat er geschreven staat".
wat zou de relevantie, in casu de openbaringswaarde van een dergelijk op het eerste gezicht pietluttig gebeuren in zo'n hooggestemde verhalen kunnen zijn! waarmee houden die schrijvers zich bezig en wat denken zij daarmee te bereiken! dan liever die verhalen over de wonderen die die man van nazareth deed. ook al is het voor denkende mensen moeilijk eraan te geloven, wonderverhalen prikkelen de fantasie en zouden best in literatuur op hun plaats zijn. maar "aren plukken", "in de handen wrijven en opeten omdat men honger heeft", gewoon banaal.
maar. en tóch. en zie. het "staat er", en het "openbaart". het gaat "schitteren" binnen den contekst van "de farizeeën".
"De farizeeën zeiden Hem: Zie, waarom doen
zij op een sabbat wat niet is veroorloofd?" (24).
meteen wordt het (onschuldig) "detaii" opgenomen in de kern van jezus' (blijde) boodschap over "de sabbat": het rusten van den SCHEPPER op den zevenden dag (Gen. 2/2) en Zijn levenswoord over het naar Zijn voorbeeld rusten van de mensen op dien dag:
"God zegende de zevende dag en verklaarde
die heilig omdat God toen rustte van al het
werk dat Hij geschapen en tot stand had
gebracht." (Gen. 2/3).
de farizeeën waren gedreven onderhouders van de Wet, maar hadden door overijver een "idee" uitgebroed, gevoed en verspreid dat de mensen voor de sabbat gemaakt waren. dit is: een zij het goed bedoelde toch ondoordachte perversie van GODS levenswoord.
jezus stelt onomwonden: "De mensen zijn niet gemaakt voor de sabbat, maar de sabbat is gemaakt voor de mensen.". het "heiligen van de zevende dag" is een levens woord. het "wurgt" niet, "verstikt" het leven niet, maar laat de mensen uit volle borst ademen en levenslustig levendig leven. hoe zou dat "aren plukken en eten omdat zij honger hadden" dit levenswoord van GOD kunnen schenden! GODS Wet is geest, die de letter doet leven. de simpele, on zwaarwichtige scene van plukken, wrijven en eten steekt schril af tegen de zwaarwichtige bemerking van de farizeeën en stelt het absurde van hun "idee" ten toon.
jezus' taak is niét de Wet afschaffen ("geen jota ervan"), maar verVOLLEN, dit is: laten schitteren zó als Zij, OORSPRONG lijk, is. Hij acccentueert den "geest" ervan, die, als "goede" geest, van den Heiligen GEEST is, en haalt een voorbeeld uit het eerste BOEK aan.
"Hebt gij nooit gelezen wat David deed toen
hij in nood was met zijn gevolg en honger had?
Hoe hij onder de hogepriester Abjatar
het huis van God binnenging en de
toonbroden opat, die alleen de priesters
mogen eten; en hoe hij er ook van gaf aan
hen die bij hem waren." (25-26).
dit is: nood breekt (de "letter" van) de wet. echte nood, waarvan de leniging het leven van de mensen redt en bevordert. de zélfde "geest" geldt voor den sabbat:
"De sabbat is om de mens gemaakt, en
niet de mens om de sabbat." (27).
GOD zag dat dit "goed" was. HIJ is als Wet gever de HEER van de Wet, in casu van den sabbat, en niet de mensen, niet "de farizeeën", die GODS woord naar zich toetrekken en zich ervan meester maken.
jezus gebruikt de "gelegenheid" om hun nog een toemaatje erbij te geven.
"De Mensenzoon is dus ook Heer van de sabbat." (28).
zó geneest Hij ook (tot ergernis van de farizeeën) zieken op een sabbat (Matt. 12/1-8); Marc. 2/23-25; Luc. 6/6-11). dit is niet een teken van "dat Hij een duivel inheeft", maar van "dat Hij door de Vader gezonden is om te redden wat verloren was". om in Zijn persoon aan de mensen te tonen Wie de VADER is, de gever van de Wet als woord-ten-leven.
dit onooglijk gebeuren, "detail", reveleert den "geest" van de blijde boodschap. jezus' levensverhaal is alleen dàn een "blijde" boodschap als het "gelezen" en beleefd wordt op de wijze van "geest" die de "letter" doet leven. dit is: "HEMEL" die "de aarde" ophemelt. al wat Hij zegt en doet reveleert aan de mensen, die op aarde zijn, de "goedheid", "beminnelijke menslievendheid" van GOD, Die in den hemel is,..."opdat niemand van die Gij Mij gegeven hebt, zou verloren gaan". uiteindelijk deelt jezus Zijn "goede" geest op de wijze van den Heiligen GEEST aan allen mede opdat zij onderscheid zouden kunnen maken tussen Zijn geest en dien van "de farizeeën". tussen "de zevende dag heiligen" en "aren plukken".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
