|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Wij kunnen jezus CHRISTUS benaderen door wat "de twaalf" op grond van wat zij hier op aarde "met betrekking tot het Woord des Levens gehoord, gezien en getast hebben" en "opgetekend" te beluisteren of te lezen. zij hebben Hem als "de leerlingen" door bij Hem te zijn ("met Hem gegeten en gedronken") en te blijven live meegemaakt, tot het uiterste in Hem geloofd en Hem uit en in dit geloof "geschreven". hun "verslag" is de articulatie van het geloofsgeheim van den mens (jezus van nazareth) geworden GOD den ZOON (de Zoon van God, de Christus).
christenen zijn, als leerlingen van "de leerlingen", door het doopsel in de apostolische overlevering opgenomen, gekerstenden, dit is: de enen meer, anderen minder, maar allen geheime lijk wonder lijk van CHRISTUS doordrenkte, van den Heiligen GEEST vervulde, door den VOLTOOIER op aarde in geloof VOltooide de ene genade na de andere ontvangend aan het geheim van de incarnatie van GOD den ZOON deelhebbende én -nemende mensen. zó als johannes ZIEN zij en zeggen zij: "Het is de Heer!". dit ZIEN en zeggen was in johannes de VOLtooiing van zijn "leerling dien Jezus -vanaf zijn roeping tot zijn blijven totdat Ik kom- liefhad" zijn.
die VOLtooing heeft gewoon natuur lijk, langzaam groeiend ("eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol gerijpt graan worden") plaats gehad van lijflijk horen, zien en tasten over de ervaring van de geestlijke aanwezigheid van den Verrezenen heen naar het schouwen uit en in her innering door den Heiligen GEEST.
- "de leerlingen" zijn jezus gevolgd en zijn bij Hem gebleven vanaf hun roeping tot zijn graflegging. zij hebben Hem horen spreken, hebben Hem zien handelen en hebben Hem "getast". dit is: naar hùn wijze op hùn wijze, als mens, "aards" op aarde, jezus als mens meegemaakt. de "tekenen" gezien, de "gelijkenissen" gehoord, omdat zij niet ten VOLLE begrepen en tóch ten VOLLE wilden begrijpen, aan Hem vragen gesteld ("Hoe kunnen wij dan de weg kennen?"; "Wanneer zal...?"; "Leer ons bidden."; "Heer, en hij dan?"; "...en gaat Gij nu opnieuw daarheen?" enz). zij hebben de "gedaante verandering" op den berg gezien, wilden in de exstase daarboven blijven, maar moesten weer naar den platten grond "afdalen". hun inzicht in Wie jezus werkelijk, ten VOLLE was, groeide maar klaarde niet ten VOLLE op. vandaar hun mens lijke reactie: hun meer uit angst dan uit ongeloof bepaalde afwezigheid op het laatste moment, hun "weg gaan" van jeruzalem naar emmaüs en onderweg "van gedachten wisselen", hun zich opsluiten voor de joden, en tóch hun op Zijn woord in verwachting afwachtend blijven ten teken dat zij het niet opgegeven hadden, dat er in hen tóch iets van liefde voor Hem en hun geloof in Zijn geheim was blijven hangen. en dit afwachten werd "beloond".
- het lichaam van jezus was "begraven", door een steen verborgen en voor horen, zien en tasten afgesloten en onbereikbaar. maar, en tóch, en zie: jezus "verscheen" hun, was en bleef "geest" lijk bij hen. dezelfde jezus, Die door Zijn spreken, Zijn wonden te tonen, met hen te eten en te drinken, brood te breken en te delen, "bewees" dat Hij geen "spook" was, maar dezelfde lichaam- en geestelijke jezus, Die hen geroepen, "uitverkoren" had; en Dien zij al dien tijd hadden gekend. dezelfde als toén, maar nù VOL geest lijk. VOL "opgeheven" en gereed om naar den VADER terugtekeren, ten hemel te stijgen en door een wolk aan hun blikken onttrokken te worden. met de bedoeling door doorheen het geschieden van de geschiedenis op aarde van Hem te getuigen Zijn zending voorttezetten en dit getuigenis overleverend te VOltooien. dit "verschijnen" van jezus als "de Heer", dit "bewijs" dat Hij leefde (door Zijn VADER was "opgeheven", was opgestaan en den dood had overwonnen), was de "overgang" van Zijn lijflijke aanwezigheid ("wonen onder ons") naar Zijn GEEST lijke: het leren en in herinnering brengen van al wat Ik u heb gezegd door den Heiligen GEEST.
"...maar over enkele dagen zult gij worden
gedoopt met de Heilige Geest." (Ha. 1/5).
- het werken ("leren en in herinnering brengen") van den Heiligen GEEST van den VADER en den ZOON, den VOLTOOIER, VOLtrekt doorheen de geschiedenis "tot het einde der tijden" het verlossingswerk van jezus. Zijn aanwezigheid onder ons is de nieuwe wijze waarop jezus "met ons zal zijn" om van Hem te getuigen op de wijze van petrus: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.".
"Wanneer de Heilige Geest over u komt, zult
gij kracht ontvangen en Mijn getuigen zijn in
Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot
het einde der aarde." (Ha. 1/8).
deze GEEST lijke aanwezigheid betekent "de volheid der tijden", het voltrekken van het "heeft Hij gesproken door het Woord" door het leren en in herinnering brengen van al wat IK u -profetisch in het eerste en vervuld in het tweede BOEK- heb gezegd.
jezus zet Zijn mens lijke aanwezigheid (incarnatie) voort in den vorm van de andere, GEEST lijke incarnatie: het woord. Zijn ons in de optekeningen van "de leerlingen" te beluisteren en te lezen gegeven "woorden-van-eeuwig-leven" en de uit en in Zijn opdracht door den priester eucharistisch gesproken woorden: "Dit is Mijn lichaam... Dit is Mijn bloed.". wie Hem hoort, hoort den VADER; wie "naar Hem luistert", luistert naar den VADER, en wordt zó doende opgenomen in het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" ("Mijn en uw Vader, Die in de hemel is") en "aarde" (Zijn SCHEPPING en het VERBOND als de natuur lijke plaats van de mensen op aarde ("daar Hij óns te willen koos"). het woord van mensen, die op aarde zijn, "de graankorrel in goede grond", zijn "als vanzelf" de natuur lijke plaats van het WOORD, Die in den hemel is, op aarde.
het woord is de HEER. GEHEIM van CHRISTUS; het hun door den Heiligen GEEST geleerd en in hen her innerd geloofsgeheim van de christenen. het WONDER bóven wonder. zó als johannes op grond van het wonder der visvangst in den man op den oever jezus herkende, zó herkennen christenen op grond van het wonder van hun in CHRISTUS gedoopt, van Hem doordrenkt zijn, uit en in her innering door den Heiligen GEEST in de door "de leerlingen" opgetekende woorden den HEER. "Het is de Heer!". doordat zij naar die woorden luisteren en eucharistisch ("nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het en reikte het hun aan") met Hem aan tafel zijn ("met Hem eten en drinken"), gaan hun ogen open, herkennen zij Hem als Denzelfden in het vlees verschenen GOD den ZOON, en worden, zijn en blijven zij Zijn getuigen tot het einde der aarde.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
