|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het is een door ons steeds weer waartenemen -althans "aardse"- werkelijkheid: bloemen botten en gaan open (ont luiken), verheugen -althans den hun gegeven tijd- door hun wonder lijke schoonheid het hart van den intens aandachtigen mens, en verwelken tot zijn spijt langzaam maar onvermijdelijk.
dié "werkelijkheid" ontgaat den dichterlijken dichtenden niet. zij raakt hem, grijpt hem aan, doet hem denken over en verrijkt hem, bóven dien, met een beeld: het in dit gebeuren verborgen geborgen "teken", dat zijn eigen bestaan met een prangende helderheid belicht.
"De mens, geboren uit een vrouw,...
ontluikt en verwelkt als een bloem."(Job.14/1).
die Job dichtte, was geen "dromer", maar een nuchtere realist, die oren had en (ze niet dichtkneep, maar luisterend) hoorde, ogen en (ze niet dichtkneep, maar naderend om scherper te zien) zag, vingertoppen en (ze niet in de zakken stak, maar ze zacht over de dingen latend gaan) voelde.
"Hij vliedt heen als een schaduw
en houdt geen stand."(2).
dié "werkelijkheid" verbijstert het verstand, brengt het gevoel op hol en gaat elke verbeelding te boven. want een mens wil leven, eens tot het bestaan op aarde gekomen óók op aarde blijven bestaan. ook als hij, zó als job, alles verliest en, bóven dien, door zijn vrienden met schuld wordt beladen, blijven er zijn.
dàn komt de vraag naar de aanwezigheid van den SCHEPPER bij Zijn Schepping, van GOD, Die in den hemel is, bij Zijn mensen op aarde.
"En op zo een vestigt Gij uw oog,
zo een daagt Gij voor Uw gericht!" (3),
ook "al kan geen reine uit een onreine komen, niet één". nog "onbestoft", schitterend van schoonheid, wordt een mens van geboorte tot sterven "bestoft", verrot zijn schoonheid. dàt moet GOD, Die den mens heeft gemaakt, met warme handen geboetseerd en met warmen adem beademd, toch weten en rekening ermee houden.
who cares heeft het geluk te zien wat de dichter ook nog heeft gezien.
"Ja, voor een boom is er hoop als hij wordt
geveld. Hij loopt weer uit en zijn loten
houden niet op...Al is ook zijn wortel in de
bodem verouderd, afgestorven zijn tronk in
het stof, hij loopt weer uit, zodra hij het
water maar ruikt, schiet hij takken als een
jonge boom." (7-9).
dàt is het hoor, zicht- en tastbaar antwoord op de vraag van die -uit der aard beperkt- op aarde zijn, van GOD, Die - uit Zijn aard on beperkt- in den hemel is. een "schitterend" teken, een aangrijpend, oren, ogen en vingertoppen openend beeld van een werkelijkheid die rijker, groter, méér is dan de "werkeljkheid", het bloeien van de bloem bestendigt en uit der aard haar verwelken
doet "vergeten". een Werkelijkheid, Die het verstand op een àndere, geest verheffende en verblijdende wijze, verbijstert, het wonder helder in het licht stelt en het GEHEIM van SCHEPPING en VERBOND vonken doet afgeven. het vraag teken wordt voor die nadert om scherper toetekijken, "terstond", "op Uw woord", in een uitroep teken verànderd: de LIEFDE neemt Zijn met zoveel liefde "geboetseerd en beademd levend wezen" terug "als de termijn is verstreken".
jobs vraag heeft -niettegenstaande zijn in zijn "lijden" gesitueerd pessimisme- al veel weg van een rethorische vraag. zijn -op "platte gronds" horen, zien en tasten gebaseerde- twijfel helt al aanzienlijk over naar in het beeld lijk schouwen van den gevelden, maar weer loten schietenden boom gegrond vertrouwen (geloof) in de verrijzenis.
"Ach, als Gij...dàn aan mij mocht denken,
de mens na zijn dood doen herleven, dan zou
ik al de dagen van mijn harde dienst blijven
wachten tot mijn verlossing komt!"(13-14).
wat uiteindelijk wordt bevestigd. vlecht de touwvlechter zijn touw niet achterwaarts gaand? is jezus’ verrijzenis niet de "verklaring" (opheldering) van Zijn hele voorafgaand leven, lijden en dood? zó moet jobs hele, op het eerste gezicht droevig "verhaal", gelezen en verstaan worden van achteren naar voor.
"En Job antwoordde Jahweh en sprak: Ik weet
dat Gij alles vermoogt en dat geen Uwer plannen
wordt verijdeld...Ik heb dus zonder
inzicht gesproken over dingen te wonderbaar
voor mijn begrip!...Door horen zeggen heb
ik van U vernomen, maar thans heeft mijn eigen
oog U aanschouwd."(42/1-6).
dit is het happy end bij uitstek. geen "droom", geen naieve en al te gemakkelijke "fictie", maar een in de Werkeijkheid van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" geGRONDe realiteit. de realiteit van enerzijds de bloeiende en verwelkende bloem en den weer loten schietenden gevelden boom anderzijds.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
