|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De mens is wezenlijk verbonden met zijn Schepper én Zijn schepping. binnen de schepping is hij speciaal verbonden met de andere mensen. hij is niet alleen, want alleen zijn op de wijze van zich van de anderen los maken, is niet “goed”, druist in tegen den geest van de schepping, die wezen lijk “goed” is.
de anderen zijn bedoeld als “hulp”: die verbondenheid betekent feite lijk op GOD (“Ik zal er zijn voor u.”) gelijkend “er zijn voor u”. binnen de schepping op de eerste plaats: er zijn voor de andere mensen, de mede mensen. “Ik zal dus een hulp voor hem maken.” (Gen. 2/18). die hulp is een hulp “die bij hem past”. een andere hulp dan de hulp van vóór den mens geschapen dingen en dieren. een mens lijke hulp. een hulp als van “een van de ribben”, als het ware uit denmens zelf genomen en uit dér aard helemaal bij hem passend en helemaal in staat “er voor hem te zijn”.
die “rib” is als eva, een vrouw, op een speciale wijze, meer dan de andere mensen, “bij hem (adam) passend”. zij is voluit “been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” (23), voluit één met hem om aan het “gebod” van JAHWEH: “Gaat en vermenigvuldigt u.”, te kunnen gehoorzamen.adam moe naar andere mogelijkheden ter “vermenigvuldiging” uitgekeken hebben, bv. naar een of ander op hem gelijkend dier, vermits hij zegt: “eindelijk”. er is in de schepping een orde, een in de natuur der dingen, dieren en mensen geschreven wet, die het “goed” zijn fundeert en behoedt, en uit der aard gerespecteerd moet worden. adam moet die wet al op een of andere manier gekend, ervaren hebben, naar dat egebeente van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” uitgekeken en met geduld –“eindelijk”- er op gewacht. vandaar zijn vreugde als hij bij zijn “ontwaken” vaststelt dat hij een aan hem gelijke (“vande man genomen”) gezellin (“mannin zal zij heten”/23) gekregen heeft.
de wet van hun natuur stelt dat zij één vlees moeten zijn. zó één dat zij als het ware maar één persoon uitmaken, het leven van den enen het leven van de andere betekent, en omgekeerd. met als gevolg van dien dat die éénheid hoé dan ook verdelen, uiteen werpen,. het OORSPRONG lijk “goede” ervan in “kwaad” verandert. die is “de goede grond” voor het “niet alleen zijn”, het aan de wet van de natuur getrouw “vermenigvuldigen”. de “goede” grond van/voor het huwelijk. en meteen van/voor het ordelijk geschieden op de wijze van: van ouders naar kinderen, van generatie naar generatie, van de soort mensen in de geschiedenis.
adam wordt vader, eva wordt moeder, manen vrouw worden ouders. hun aandacht gaat nu ook naar de kinderen. hun nieuwe taak is die kinderen optrekken, opvoeden, uitleiden en in zelfstandigheid binnenleiden. dit is: hen los laten opdat zij hun eigen leven binnen de gemeenschap zouden kunnen leven en er hun eigen taakvervullen. wat bijbels utgedrukt wordt door: “Daarom verlaat de man zijn vader en moeder en hecht zich helemaal aan zijn vrouw, en zij worden één vlees.” (14).
zó heeft het geschieden van de mensheid binnen het geschieden van de hele schepping ordelijk en onvoorwaardelijk plaats uit en in verbondenheid, “niet alleen zijn”. en zó is het goed omdat “God zag dat het goed was.”
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
