|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Eten is leven. te eten krijgen en hebben betekent een garantie voor leven; te eten geven is “een werk van barmhartigheid”. als jezus ons leert bidden: “Onze Vader, die in de hemel zijt,…geef ons heden ons dagelijks brood”, bevestigt Hij niet alleen dat eten krijgen en hebben een fundamentele behoefte van mensen, die op aarde zijn, is, maar ook dat GOD, “Mijn en uw Vader”, dit eten ten leven in den geest van Zijn scheppen geschreven heeft. bovendien drukt dit “Geeft gij hun te eten!” uit dat GOD de mensen op aarde voedt door mensen. te eten geven is een fundamentele verantwoordelijkheid van elken mens op aarde ten opzichte van elken mens op aarde.
precies dit behoort tot jezus’ zending en opdracht, en uit der aard bevestigt de opdracht die jezus aan Zijn leer- en volgelingen geeft, dien “WIL” van den Vader. de mensen te eten geven is in navolging van jezus de menselijke versie van GODS barmhartigheid. en jezus verwoordt het waar Hij stelt dat als de hemelse Vader de vogels in de bomen zo maar, “als vanzelf”, zonder dat zij in schuren hoeven te verzamelen, verzadigt, Hij “zoveel te meer” voor de mensen zal zorgen. te eten hebben is een “teken” van GODS Voorzienigheid.
in den geest van jezus slaat dit “te eten geven” op den gehelen mens: het lichaam én den geest (de ziel). daarom werpt Hij onderrichten en brood vermenigvuldigen, het Rijk Gods verkondigen en –in overvloed- met voedsel verzadigen, samen. uit dér aard is de opdracht van leer- en volgelingen van jezus wezen lijk den gehelen mens verzadigen op de wijze van te zelfder tijd het Rijk GODS verkondigen en mensen te eten geven, ze niet verdelen maar samenwerpen. er kan dus geen scheiding bestaan tussen “evangeliseren” en humanitair helpen, tussen woord en daad, “contemplatie” en “actie”. beide vullen elkaar aan, begronden elkaar.
dien “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is, geeft jezus een vorm in marcus 6/30-33: “Toen de apostelen tezamen bij Jezus waren teruggekeerd, vertelden zij al wat zij hadden gedaan en geleerd. En Hij zeide tot hen: Komt nu met Mij mee naar een eenzame plaats en rust wat uit. Want velen liepen in en uit, zodat zij zelfs geen tijd hadden om te eten. Geheel alleen vertrokken zij dus in een boot naar een rustige plek.”. stress wordt hier getoond door “zelfs geen tijd hebben om te eten”. wij kennen dat verschijnsel in onze beschaafde wereld zeer goed en kunnen ons dus voorstellen hoe de apostelen er aan toe waren. het ontgaat den fijnzinnigen en om hen bekommerden jezus niet. bóven dien ziet Hij het gevaar dat “verkondiging” (“wat zij gedaan en geleerd hadden”) bedreigt: uit overwerk ontstane overspanning. met alle kwade gevolgen van dien. wellicht kende jezus overwerk (“Jezus, vermoeid van de reis, zette zich neer bij de bron.” /Joh. 4/6), maar nergens zijn er sporen te vinden dat Hij overspannen was. Hij wist te doseren, zonderde Zich regelmatig (“alleen op een berg biddend”) af en vestigt hier de aandacht van de leerlingen niet alleen op het nut maar ook op de noodzaak ervan (“Komt met Mij mee…”).
ha! “Komt met Mij mee.”. dit is: jezus wil hun den creatieven zin van het op een stille plek alleen zijn leren. de stille plek is de natuur lijke plaats waar “HEMEL” en “aarde” elkaar ontmoeten en waar “de aarde” uit dér aard opgehemeld wordt, uit en in Zijn VOLHEID kan VOL wassen. contemplatie, “midden in het veld schouwen in de diepte van den hemel”, is “de goede grond” voor het kiemend en vol wassend zaad van de diakonie, de “werken van barmhartigheid”. zij GRONDt ze op den VASTEN grond van GODSverbondenheid, die de verbondenheid met de mensen haar authenticiteit verleent.
jezus onderricht en voedt de grote schare vanuit dit uiterlijke en innerlijke rust brengend verblijf op die eenzame plaats. dààr haalde Hij Zijn “ideeën”, den in slag van Zijn “al goed doende rondgaan”. uit der aard moet het “goed doen”, de diakonie der gekerstenden, het “Geeft gij hun te eten!”, gedragen worden door gebed, contact met GOD op de “eenzame plek” waar “de aarde” met “den HEMEL” verbonden en uit der aard opgehemeld wordt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
