Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Spätlese 4: 11/11/03 – 19/04/04

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

7/8-12-03        “Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken.”

Het Oude Verbond “staat geschreven” in “de Wet” en “de profeten”. het is het op initiatief van JAHWEH (“Ik ben die bén, en Die er zal zijn voor u”) gesloten Verbond tussen HEM en Zijn door Hem uitverkoren volk, israël. het houdt in: Zijnerzijds zal JAHWEH hen (“de zonen van Abraham”) als de/hun enige God en Heer uit het land der slavernij (concreet egypte) bevrijden en hen door de woestijn naar en binnen het beloofde land (“kanaän, het land zelf”) leiden, en hunnerzijds zullen zij “Mijn geboden –de Wet- onderhouden” en “naar de profeten –Godsspraak van Jahweh- luisteren”. uit dér aard is de naam JAHWEH in het Oude Testament (het eerste BOEK) schering en inslag.

nadat JAHWEH GOD “gesproken had door de Wet en de profeten”, heeft Hij, toen de volheid der tijden gekomen was, “gesproken door Zijn Zoon, Jezus Christus”. de volheid der tijden betekent de VOLHEID der openbaring: het WOORD is de VOLHEID van GODS Woord., de “vervulling van de Schrift (het eerste BOEK)”. die “vervulling/verVOLling” heeft in en door jezus plaats gehad op de wijze die Hij zelff uitdrukkelijk omschreven heeft als: “Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de Profeten opteheffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken.” (Mat. 5/17). jezus “heeft Zijn tent onder ons –in galilea, samaria en judea- opgeslagen”, “leerlingen geroepen”, die Hij speciaal heeft onderricht en de opdracht gegeven “over Mij te getuigen in Judea en tot het einde der aarde”. “de leerlingen” hebben “Wat van de aanvang af bestond, wat zij hebben gehoord, wat zij met hun ogen hebben gezien, wat zij mochten aanschouwen en met de handen betasten met betrekking tot het Woord des Levens” naar johannes’ woord “opgetekend” en “staat geschreven” in het tweede BOEK, het Nieuw Testament.

nu valt het op dat in dit tweede BOEK het woord JAHWEH niet voorkomt en verv1angen werd door de woorden “God , “de Heer”, en –vooral- “Vader”. jezus noemt GOD “de Vader”, “Mijn Vader”, “Mijn en uw Vader, Die in de hemel is”. deze wijze van spreken heeft Hij zich toegeeigend op grond van: “Niet dat iemand de Vader heeft gezien; alleen Hij die van God stamt, Hij heeft de Vader gezien.” (Joh. 6/46); zij ligt voluit in en op de lijn van Zijn “niet opheffen, maar volmaken”. GOD is niet alleen “Mijn”, maar ook “onze Vader”. dit is het hoogste en diepste, langste en breedste dat door mensen, die op aarde zijn, over GOD, Die in den hemel is, “gezien” en gezegd kan worden.

dit “volmaken” is vooral –naar hun wijze op hun wijze- door (den uit zijn tolkantoor weggehaalden “leerling”/Mat. 9/9) mattheüs en (den leerling dien jezus liefhad, den ziener) johannes geaccentueerd.

1).matteüs begint met het woord God in teksten uit het eerste BOEK (“Er staat geschreven”) aantehalen: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van ieder woord dat komt uit de mond van God.”(4/4); “Gij zult de Heer uw God niet beproeven.”/ 47); “Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen.” (4/10). in 5/8 laat hij jezus zelf het woord God gebruiken : “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.”.

dan schakelt hij al in hoofdstuk 5 over naar “Vader”: jezus gaat verder en zegt aan zijn toehoorders dat GOD niet alleen een VADER is, maar “uw Vader”, “onze Vader”:“Opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.” (5/16); “opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader in de hemel” (45); “Weest dus volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is.” (48). en verder: “ en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” (6/4); “Zó zult gij dus bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt,…” (9); “…maar uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” (18).

de volgende stap is dat jezus GOD “Mijn Vader” noemt. “Wie Mij belijdt voor de mensen, zal ook Ik voor Mijn Vader, die in de hemel is, belijden. Maar wie Mij voor de mensen verloochent, zal ook Ik verloochenen voor Mijn Vader, die in de hemel is.” (10/32-33). “Mijn Vader” is Diegene die Hem gezonden heeft: “en wie Mij opneemt, neemt Hem op, die Mij gezonden heeft.” (40).

in Mattheüs bevestigt de VADER Zelf dat die de duivel Gods Zoon noemt (4/4+6),: de menigte de Zoon van David (12/23), en jezus de Mensenzoon (12/32), Zijn ZOON is: “En zie, een stem uit de hemel (“Die in de hemel is”) sprak: Deze is Mijn welbeminde Zoon, in Wie Ik mijn welbehagen heb.” (3/17).

dit is een ernstige wende: de “gevreesde” JAHWEH uit het eersteBOEK “volmaakt” jezus als GOD de ZOON (“Hij die van God afstamt, Hij heeft de Vader gezien.”) tot VADER, “Mijn Vader”, “uw/onze Vader”. de volheid der tijden zal gekenmerkt zijn door het historisch feit: dàt GOD IS (“Ik ben die bén”), hemel en aarde geschapen heeft, er op aarde zó als in den hemel, dit is er voor ons als onze VADER is. dàt heeft matthëus, “de leerling”, zijn volksgenoten, het huis van israël, -en meteen óns- op het hart willen drukken.

2) johannes is anders. hij is, enerzijds (mens lijk), als die jezus liefhadt, een beetje gebeten op “de joden”, en anderzijds (GOD/GEEST lijk) een “ziener” (met arendsogen), die “het Woord des Levens met eigen ogen heeft mogen zien en (aan)schouwen”. hij was de eerste van de vissers om het, enthousiast, overlopend van vreugde, uit te schreeuwen: “Het is de Heer!”. als jonge man heeft hij de hint van johannes den doper begrepen, is hij jezus achterna gegaan en bij Hem gebleven. hij heeft “naar Hem geluisterd”, “in Mij geloofd”, en is “Mij gevolgd”. en wat Hij gehoord, gezien en gestast heeft, heeft hij “opgetekend” met de bedoeling “dat gij moogt geloven dat Jezus de Christus, is, de Zoon van God”.

zijn stelling is: “Niemand heeft God ooit gezien; God zelf, de eengeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, heeft Hem verkondigd.”. hij was “de leerling die hiervan getuigt en dit heeft opgeschreven; en wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is.” (Joh. 21/24).

ook hij begint eerst met het woord GOD: “en het Woord was bij God” (1/1); “.Rabbi, wij weten dat Gij van Godswege als leraar zijt gekomen;” (3/2); “Zo iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet aanschouwen.” (3):  “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eengeboren Zoon heeft gegeven” (16); “Want God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden, niet…” (17); “want Hij, die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God; God immers geef de Geest zonder maat.”.

en dan schakelt johannes (jezus) onmiddellijk over naar “Vader”. “De Vader bemint de Zoon en heeft Hem alles in handen gegeven.” (35). in hoofdstuk 5 een hele reeks, 12 maal Vader:”alleen wat Hij de Vader ziet doen…; want de Vader heeft de Zoon lief… Want zoals de Vader…zo maakt ook de Zoon levend…; Ja, de Vader oordeelt niemand…Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet.” (19,20,21,22,23).

in hoofdstuk 6 (en verder 10/25,29) noemt jezus GOD “Mijn Vader”: “Mozes heeft u geen brood gegeven dat uit de hemel kwam, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.” (32). en Hij trekt die relatie op tot “Ik en de Vader zijn één.” (10/30). met als gevolg van dien: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (14/9). 14/1-17 geeft op pregnante wijze die relatie tussen den VADER en den ZOON (jezus) weer, en uit der aard dat (op dàt acuut moment) jezus’ dood wezenlijk Zijn terugkeer naar Zijn VADER is.dàt zijn “deze dingen”, “hemelse”, die wezen lijk zó helemaal ànders dan “aardse” dingen zijn. ook dàt heeft johannes van jezus gehoord en laat hij Hem –tot nicodemus- zeggen: “Wanneer gij niet gelooft wanneer Ik u spreek over aardse dingen, hoe zult gij dan geloven als Ik u over hemelse spreek?” (3/12). door die “hemelse dingen”, dat wat de VADER Hem voorgezegd en opgedragen heeft te zeggen, is jezus “de Wet” en “de Profeten” niet komen opheffen, laat staan afbreken, maar volmaken, VOLTOOIEN.

ook zó heeft Hij óns een voorbeeld gegeven. wij zijn niet geroepen om wat dan ook, allereerst de Schepping en de Schrift, aftebreken, maar te volmaken. dit is: ons erin te verdiepen, te naderen en scherper toetekijken om ze te zien zó als zij OORSPRONG en UITEINDE lijk zijn, ze ont hullen en ont vouwen, en met de hulp van GODS GEEST, die in den hemel is, aan de mensen, die op aarde zijn, te leren en in herinnering te brengen. GOD, Die de schepping geschapen heeft en tot ons heeft gesproken, Zich niet alleen booms, maar ook bijbels via “de profeten” en “de leerlingen” openbaart, is –geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op Uw woord- GRONDig, door en door “goed”, niet alleen onze HEER, maar ook als onze HEER onze VADER en “goede herder”. het is een groot geheim, GODS GEHEIM en voor ons mensen het ons dragend en overeind houdend geloofsgeheim, dat jezus ons met woord en daad is komen “tonen”, en dat de Heilige GEEST in ons her innnert…als de ziele luistert.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005