|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De mensen spreken van en doen aan onderwijzen (leren), met voor die onderwezen worden, geleerd zijn en geleerdheid als gevolg. het is een “normaal” verschijnsel: mensen doen naarmate zij groeien kennis-uit-ervaring op en zijn geneigd deze kennis aan anderen mee te delen, dit is: anderen te onderwijzen. want kennis bezitten (geleerd zijn) is onder de mensen door de mensen beschouwd als een grote (levens)waarde. niet alleen genieten de mensen ervan, maar zij zijn er ook trots op. van iemand zeggen: “Hij is een geleerde.”, betekent een compliment, dat hij (“normaal” meestal maar al te) graag hoort. er zijn zelfs mensen die, nadat zij zelf onderwezen waren, van anderen onderwijzen hun broodwinning maken.
maar, en tóch, en zie: men moet met dat onderwijzen en dat geleerd zijn voorzichtig zijn. beide termen hebben meer dan één betekenis, en wat johannes in 7/15 schrijft, maakt ons daarop attent. “De joden stonden verwonderd en zeiden: Hoe is Hij zo geleerd ofschoon Hij niet onderwezen is?”. was jezus dan niet onderwezen, en op welke wijze was Hij dan geleerd? het geeft die van de evangeliën op de hoogte zijn, te denken.
ook wat onderwijzen en geleerd zijn betreft zijn die woorden een geheel van “letter” en “geest”, en wel zó dat de “geest” –geheime lijk wonder lijk- de “letter” doet leven. het geheim van onderwijzen en geleerd zijn is uit dér aard dat zij op de eerste plaats, in hun VOLheid, een geest lijke verworvenheid zijn, in feite VOL wassen in “den goeden grond” van den “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is en volgens het “plan” van den Schepper werkt.
men had gauw door dat jezus een “rabbi”, een leraar was. Hij trad bewust als leraar op (“…ging Jezus naar de tempel en trad als leraar op.”/14) en zijn publiek noemde Hem derhalve “rabbi”. en dat publiek was bovendien “verbaasd” (“De joden stonden verwonderd en zeiden…”/15). lucas vermeldt dat al in verband met de twaalfjarige jezus in den tempel: “…allen (“de leraars” in den tempel) die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn schranderheid en over zijn antwoorden.” (2/47). jezus’ “geleerdheid” is op de eerste plaats (als van “Mijn welbeminde Zoon”) een theologische en getuigt van een hoogst en diepst, langst en breedst inzicht in de SCHRIFT, Die Hij uit dér aard op eminente wijze kan “verklaren” en “verklaart”. de verwondering, vooral van (al wat gekrenkte en naijverige?) schriftgeleerden en –leraars, die in de Schrift “onderwezen” waren, betrof het feit dat zij blijkbaar wisten dat jezus niet op hun schoolbanken gezeten had, dus niét “onderwezen” was en het voor hen een probleem betekende waar Hij die wijsheid vandaan had. het “geval” jezus toonde duidelijk aan dat er nog een andere bron van geleerdheid moet zijn dan de “school”, zelfs de “hoge school”. een BRON, Die zij niet kenden en die wijsheid verleende waartegen zij niet opgewassen waren. zó danig niet opgewassen, dat zij ten einde raad besloten jezus “uit de weg te ruimen” en omtebrengen.
Diegene Die Hem “onderwees”, de BRON van Zijn méér dan “geleerd” zijn, van Zijn wijsheid, was naar Zijn eigen zeggen “Die Hem gezonden heeft; de Vader; Mijn Vader”. “Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij gezonden heeft. Zo iemand bereid is Zijn wil te volbrengen, dan zal hij weten of die leer uit God is of dat Ik spreek uit Mijzelf….En toch ben Ik niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij die Mij gezonden heeft, is de Waarachtige, Die gij niet kent. Ik ken Hem wel, omdat Ik van Hem ben uitgegaan en omdat Hij Mij gezonden heeft.” (16-17, 28-29). jezus is op een bijzondere wijze, een àndere dan die van de mensen, onderwezen en geleerd. Hij is één met “Mijn en uw Vader, Die in de hemel is”, en zegt en doet uit dér aard wat de Vader Hem opdraagt te zeggen en te doen. Zijn woord en Zijn handelen (“goed doen”) zijn uit dér aard hoogste en diepste, langste en breedste theo- én anthropologie (“Wie Mij kent, kent de Vader.”).
Zijn optreden is geen afbreken van “aards” onderwijzen en “aardse” geleerdheid, maar wezen lijk een ophemeling ervan. Hij bezielt ze met “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is, en tilt ze zó doende op de –duizeling wekkende- hoogte van 10 meter bóven den platten grond. bovendien “leert” Hij ons dat er ook voor ons, op aarde, een onderwezen worden en een geleerdheid is weggelegd, waarvan de BRON méér is dan louter mens lijk onderwijs en mens lijke geleerdheid: de Heilige GEEST, Die ons “leert en in herinnering brengt al wat Ik u heb gezegd”. Die ons leert –contemplatief- in het midden van het veld te schouwen in de diepte van den hemel. de contemplatieve mens werpt, zó als het woord zelf het zegt, de twee werelden (de twee tempels) samen, verzamelt ze tot VOLLE,.dit is hoogste en diepste, langste en breedste, geleerdheid.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
