|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het geloof in jezus CHRISTUS’ (“Mijn welbeminde Zoon”) GOD de ZOON zijn is in onze dagen, blijkbaar acuut, een “probleem” geworden. Velen die zich christenen noemen, geloven wel in jezus als “de man van nazareth”, maar niet in Zijn GOD zijn. in feite zijn zij van “christenen” “jezuieten” geworden. met als gevolg van dien dat zij met de Heilige Drieéénheid (Vader-Zoon-Geest) geen raad (meer) weten en deze fundamentele geloofswaarheid op de helling zetten. meteen verdwijnen ook de visie op de kerk als “het huis van de Heer” uit en in apostolische overlevering/opvolging en de juiste kijk op en juiste viering van de sacramenten, waaronder vooral de eucharistie. dié christenen zijn een allegaartje geworden van veredelde humanisten “in dienst van de mensen”, die elk naar zijn wijze op zijn wijze “al wat Ik u heb gezegd” niet “naar gelang de Geest het hun ingeeft” interpreteren, maar naargelang zij de gevoeligheden van dit tijdje achternalopen en van de geloofswaarheden dié kiezen die zij met het verstand kunnen verstaan en die hun dus als “redelijk”, dit is “menslijk”, “nuttig”, “zinvol” overkomen. zó wordt een traditie van twintig eeuwen gewoon, zonder blikken of blozen, als stof onder de mat geveegd. maar. en tóch. en zie: jezus CHRISTUS heri, hodie, et in saecula saeculorum, amen.
op GROND van “wat er geschreven staat”, van wat “Ik u in het eerste en tweede BOEK –dààr en toén- heb gezegd” en u –hiér en nù- door den Heiligen GEEST leer en in herinnering breng. de “knoop” is inderdaad dàt en hoé de mensen van vandaag de SCHRIFT zó als Zij tot vandaag door de leerlingen in opvolging van “de leerlingen” wordt gelezen, “lezen”. dit is: uit en in den “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is en –“uit Zijn Volheid ontvangend de ene genade na de andere- verstaan wat er staat. de SCHRIFT is “Godsspraak van Jahweh”, “het Woord van God”, Die in den hemel is, tot de mensen, die op aarde zijn, gericht, opdat zij “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven” en “Mij volgen” zouden. uit dér aard draagt dit lezen maar goede vrucht” als het gebeurt in en gedragen is door “de goede grond” van gehoorzaam, dit is gelovend luisteren naar.
luisteren is naderen om scherper te zien en de Stem te horen Die er uit opklinkt. luisteren is het eigen willetje, naar zichzelf luisteren, de neiging om die Stem steeds weer te onderbreken en zelf het woord te nemen even op zij zetten en zwijgen. luisteren is in de stilte in stilte stil het oor nijgen om tot HOREN, dit is schouwen te kunnen komen. want “wat er geschreven staat” wordt niet doorgrond op grond van wetenschap, horen zeggen, discussies, t.v.-gesprekken, gepraat op den platten grond, nieuwtjes, mededelingen van allerlei aard, maar op GROND van wat de Heilige GEEST in de stilte her innert. “lezen” is uit en in contemplatie, de natuur lijke plaats waar een mens naar den GEEST kan luisteren, schouwen. in casu: luisteren naar wat johannes in wat hij –na gehoord, met eigen ogen gezien en met de handen getast te hebben- optekende en óns, on gewoon fris als het na twintig eeuwen (nog altijd) is, te lezen gaf.
johannes schrijft uit directe ervaring, die hij zelf beschrijft als “wat wij hebben gehoord, wat onze ogen hebben gezien, wat wij mochten aanschouwen en met de handen betasten met betrekking tot het Woord des Levens” (1 Joh. 1/1). hij heeft ruim den tijd gekregen om dat alles met de hulp van den met pinksteren op hem neer gedaalden Heiligen GEEST in zich te laten rijpen en tot een samengeworpen samenhangend geheel, een grondige theo- en christologie te verwerken.
1) in zijn blijde boodschap slaat hij al meteen, zonder de minste aarzeling en uit en in de gezindheid die eigen was aan Jezus Christus, den nagel op den kop: “In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God” (Joh. 1/1). kort en goed. en meteen was den toon gezet: jezus van nazareth, Dien hij gevolgd is en bij Wien hij als “leerling die Jezus beminde” gebleven is, is GOD de ZOON: “Het is de Heer!” (20/7). hij heeft “deze dingen”, in feite “hemelse dingen”, opgetekend “opdat gij geloven moogt dat Jezus de Christus is, de Zoon van de Levende God.” (20/31). en in al wat volgt bevestigt johannes deze, zijn, “stelling”.
2) toen de joden –voorlopers van de twijfelaars, zo niet criticasters van vandaag- niet langer “in spanning” wilden blijven omtrent jezus’ de Christus zijn en van Hem een ronduit antwoord vroegen, antwoordde Hij hen “ronduit”; “Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft (want het is een kwestie van in Mij geloven) het niet. De werken, die Ik verricht in naam van Mijn Vader, die getuigen voor Mij. Maar gij gelooft niet omdat gij niet tot Mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar Mijn stem; Ik ken ze, en zij volgen Mij; En Ik geef hun het eeuwig leven; zij gaan in eeuwigheid niet verloren, en niemand rooft ze weg uit Mijn hand. Wat Mijn Vader Mij heeft gegeven, is het kostbaarste van alles (“hemels ding”) en niemand kan het roven uit de hand van Mijn Vader. Ik en de Vader zijn één.” (10/25-30). die GOD MijnVader noemt, is de Zoon, GOD de ZOON. mensen kunnen dat wetenschappelijk bestuderen, betwisten en er om twisten, in vraag stellen en als prietpraat, zo niet “bedrog” afdoen, “naar stenen grijpen om Hem te stenigen” en “het geval jezus” voorgoed, definitief te sluiten. maar jezus zegt duidelijk: er zijn onder de mensen die niét en die wél Zijn schapen zijn. en dàt is in deze zaak beslissend. die Zijn schapen zijn luisteren naar Zijn stem, geloven dat Hij de Zoon van den Levenden God is, geloven in het getuigenis van Zijn in Naam van Zijn Vader verrichte werken en volgen Hem. voor hen is er niets dat deze woorden van jezus, die geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op Uw woord, in hen oplichten, kan tegenspreken. want jezus is “het Licht der mensen”.
3) jezus is het Licht der mensen, schrijft johannes: “In wat bestond was Hij het leven, en het Leven was het licht der mensen; het Licht schijnt in de duisternis,” (1/4-5).
vooreerst is jezus het Leven van al wat bestaat, omdat “alles door Hem is ontstaan” (1/2). leven is bij johannes een “tref woord”. jezus IS leven, en geeft het. zelfs de dood aan het kruis kan dit leven niet breken. “Jezus zei haar: Maria!; …kwam Jezus binnen, plaatste Zich in hun midden en sprak tot hen:; …kwam Jezus binnen, plaatste Zich in hun midden en zeide:” (Joh. 20/16+19+26). zie ook Mat. 28/6, Marc. 16/6 en Luc. 24/5: “Hij is niet hier. Hij is verrezen.”; “Wat zoekt gij de Levende bij de doden?”. jezus is en blijft de LEVENDE, en precies dàt “toont” Hij aan “de leerlingen” door hun na Zijn dood te “verschijnen”. een ander “tref woord” is: licht. johannes sluit direct aan bij Gen. 1/3: “God sprak: Er weze licht. En er was licht.”. als GOD de ZOON is jezus licht in Zichzelf en “schept” Hij licht in de mensen. licht in hun duisternis. Hij is Die “verklaart”, die –zó als de zon de materiële duisternis op aarde doet opklaren- de geestelijke duisternis in de mensen doet opklaren. “Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar het licht des levens bezitten.” (8/12). het licht der wereld, in en onder de mensen op aarde, is het licht des levens: “goede” geest, die van den Heiligen GEEST (“Die Heer is en het leven geeft”) is en de dingen doet zien zó als zij OORSPRONG en UITEINDE lijk zijn, WAARHEID. “Ik ben de Weg omdat Ik de Waarheid (Licht) ben en het Leven.”. als LEVENDE doet jezus de mensen leven; eeuwig leven; als LICHT opent Hij hun de ogen voor de waarheid, de eeuwige waarheid. de waarheid van “deze dingen”, van “de hemelse dingen” (waarover Hij het met nicodemus had).
4) en dàt Licht is Liefde. liefde tot het uiterste; “usque ad mortem”. jezus geeft Zijn leven voor zijn vrienden. liefde is “er zijn voor”, wat blijkbaar de dingen der schepping ingeschapen is, want scheppen is in wezen –naar de wijze van Scheppen van den SCHEPPER- explosie van liefde, óver vloed.
jezus heeft voor dit zijn leven geven het voorbeeld van den graankorrel als beeld gebruikt: “Indien de graankorrel in goede grond niet sterft, blijft hij alleen.” dit is; kan hij niet kiemen, eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijp graan worden. de geschiedenis heeft getoond en toont en blijft tonen dàt en hoé jezus in goeden grond gestorven en een aar vol rijp graan geworden is en blijft worden. de eerste –met en door de nederdaling van den Heiligen GEEST gerijpte- rijpe graankorrels waren “de twaalf”, “de leerlingen”, de door jezus uitverkoren en gekozen (“Niet gij hebt Mij gekozen, maar Ik heb u uitverkoren en gekozen.”) leer- en volgelingen. diegenen die, naar het woord van sint-paulus, door jezus’ liefde “geraakt” en “gegrepen” waren; diegenen die jezus beminde en die op hun beurt jezus beminden. Hij wàs een voor beeld, voor ganger en voor trekker, en Zijn voorbeeld werkte aanstekelijk, zó dat ook zij als Zijn getuigen (martelaars) “hun leven gaven”, “op het spel zetten” voor Hem. een gekerstende, in CHRISTUS “gedoopte” en van Hem “doordrenkte”, is een naar het voorbeeld van “de leerlingen” (door jezus overtuigde getuigen, geheiligde heiligen) door jezus’ liefde tot het uiterste “gegrepen” mens, die uit der aard hoedanook hoé dan ook “zijn leven geeft”, “zijn leven op het spel zet” op de wijze van wat jezus (Joh. 13/34-35) “een nieuw gebod” noemt. dit is: “Bemint elkander; zó als Ik u heb liefgehad, zó moet ook gij elkaar liefhebben.”. met als gevolg van dien dat “allen hiér aan zullen herkennen dat gij Mijn leerlingen zijt.”.
jezus heeft den liefdeband tussen Hem en Zijn leerlingen op “schitterende” wijze uitgedrukt in wat johannes in 15/1-17 optekende. hier gebruikt Hij het beeld van den wijnstok en de ranken. het op aarde “in goede grond” kiemen, groeien en bloeien en rijke vrucht dragen van “wijnstok en ranken” is een óns vóór de voeten aan de voeten gelegd en in handen gegeven scheppingsverhaal, historisch feit, dat geheime lijk wonder lijk voor die naderen en scherper toekijken, een “schitterend” poëtisch beeld van jezus’ liefde geworden is. “Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de wijngaardenier,…Die afsnijdt of zuivert (1-2)…Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft en Ik in hem, hij draagt rijke vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.(5)…Zó als de Vader Mij heeft bemind, zó ook heb Ik u bemind; blijft in Mijn liefde.” (9). dit beeld is ons gegeven en draagt als VOL “teken” VOLheid van betekenis. de VOLLE waarheid der dingen “verschijnt” ons dichterlijk in de dingen, want de dingen zijn, geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op Uw woord, dichterlijk. daarom spreekt jezus dichterlijk (wonder lijk, in het verborgene, in gelijkenissen-uit-gelijkenis)…voor dichterlijken: voor diegenen wier ziel luistert naar de “taal” van al dat leeft. de verbondenheid van wijngaardenier, wijnstok en ranken resulteert in “rijke vrucht”. de wijngaardenier zorgt voor “goede grond”; de wijnstok haalt het sap boven en reikt het over aan de ranken; de ranken schieten uit, bloeien en vormen de druiven. gewoon? neen, on gewoon gewoon, geheime lijk wonder lijk, GOD lijk. dit is; uit en in het GEHEIM van GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON GRONDER, STICHTER, en GOD den Heiligen en heiligenden GEEST VOLTOOIER;
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
