|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Er is het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “HEMEL” en “aarde” (de aarde met al wat en wie er op is, inkluis). Jahweh God schiep hemel en aarde. de aarde is de natuur lijke plaats voor het leven van de mensen. dit leven is op GROND van GODS Scheppen en Zijn sluiten van een (eeuwig) Verbond met ze fundamenteel en existentieel met GOD verbonden op de wijze van: dat Hij aan de mensen het leven geeft, het (van het “kwaad”) bevrijdt en naar en in het beloofdse land leidt. die bevrijding heeft plaats op “hemelse” wijze: door den door den VADER gezonden ZOON VERLOSSER: “Maar ons vaderland is in de hemel. Vandaar verwachten wij de Verlosser, Jezus Christus, de Heer. Hij zal ons vernederd lichaam herscheppen, aan Zijn verheerlijkt Lichaam gelijk door de kracht waarmee Hij alles aan Zich onderwerpen kan.” (Fil. 3/20-21). mysterium fidei, geloofsgeheim, geheim van die “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven”, “Mij volgen”.
paulus is, geheime lijk wonder lijk (zie zijn “bekering”), GRONDIG door CHRISTUS “gegrepen” en van Hem “doordrenkt”, zó dat hij niet aarzelt te schrijven: “Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.”. dàt is zijn geheim, en uit dér aard ook het geheim van wat hij aan zijn geliefde kerken “schreef”. zijn brief aan de filippenzen is een danklied aan en een loflied op jezus CHRISTUS, “Dominus, de Heer”. hij noemt zich “dienaar van Christus Jezus” (Fil. 1/1), “door de wil van God apostel van Christus Jezus” (Ef. 1/1), en moet, dààr en toén, jezus op on gewone wijze uitgestraald hebben, zó als hij dat, hiér en nù, in “wat hij geschreven heeft” doet en blijft doen.
“in Domino”, “in de HEER”: dàt is zijn geheim. “Ik kan alles door Diegene die mij versterkt!”. op grond dààr van maant hij “al de heiligen, die in Filippi zijn” (1/1) aan alles “in de Heer” te denken en te doen en wenst hij hun “genade en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus”.
- eerst “om eensgezind te zijn in de Heer”. paulus heeft ook –en het moet hem geraakt hebben- verdeeldheid onder zijn “heiligen” gekend. zie de korinthiërs (1 Kor. 1/11). eensgezindheid is, diep, op den grond van het hart, niet een verworvenheid van mensen, maar kan alleen “in de Heer”, uit en in den “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is. er is doorheen de eeuwen verdeeldheid geweest, en vandaag schijnt zij meer dan ooit te floreren. het gaat niet zozeer om “vormen”, maar om geloofsinhoud, om geloof. zo is jezus als VERLOSSER, en meteen Zijn dood als het de zonden van de wereld wegnemend, verzoenend offer, in de vergetelheid geraakt. met als gevolg van dien: dat de eucharistie uit en in die “verschuiving” als offer opzij gezet en door het breken van het brood vervangen wordt, dat (offer)altaar voortaan (maaltijd)tafel genoemd wordt. dit betekent een voor “het huis van de Heer” fatale verdeeldheid, die alleen door “eensgezindheid in de Heer” tot éénheid hersteld kan worden.
- dan wordt paulus (zoals wel meer in zijn teksten) plots “lyrisch” en komt er vaart in zijn woorden. “Verblijdt u altijd in de Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!” (4/4). herhaling en uitroep teken zijn tekens van lyrische bewogenheid. zijn doorvoelde vreugde maant tot doorvoelde vreugde. tot van den platten grond der “aardse” realiteit opstijgen naar de “hemelse” Werkelijkheid van 10 meter er bóven (“quae sursum sunt”). zijn “bevrijding” betekende voor hem een door geen tegenslagen en –kantingen kapot te krijgen vreugde, want “in de Heer”. en uit dér aard: minzaamheid. minzaamheid “in de Heer”, naar het voorbeeld van jezus.
- “Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij.” (5). minzaamheid openbaart de nabijheid van de Heer. zij is niet artificieel, uit op populariteit of winstbejag en uit der aard heel “vluchtig”. zij “dobbelt” niet, maar is, zó als de gezindheid van jezus, grondig diep en wordt uit den grond van het hart geschonken. de “in de Heer” minzame mens is en blijft altijd en overal helemaal minzaam. hij “laat zijn minzaamheid zien” zó als en ter wille van den Heer.
- uit der aard is hij niet bezorgd om, bidt en smeekt hij en is hij dankbaar…”apud Deum”. “Maakt u over niets bezorgd, maar maakt al uw wensen bekend bij/aan God” (6). dit is: “de aarde” vertrouwt zich –biddend, smekend en dankend- aan “den HEMEL” toe. met als gevolg van dien: “En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en zinnen bewaren…in Christus Jezus.” (7). en dat is goed bewaard. dàt is het hoogtepunt van paulus’ lyrische “uitroep”. het is een bekende tekst, die dus blijkbaar niet “bestoft” geraakt of “verwelkt”, maar treft, raakt, aangrijpt, en dat blijft doen in diegenen wier ziele luistert.
en paulus “weet wat hij zegt”.het is van hem. is hem geschonken “in de Heer” om ervan te getuigen en het overteleveren. “Handelt naar wat gij geleerd en wat gij aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en van mij gezien.” (9). de heiligen van filippi moeten paulus’ onbezorgdheid, vreugde en vrede “in de Heer” op zijn gezicht en in zijn gebaren gezien en zijn lyrische “bevlieging” gehoord hebben. en hij vertrouwt erop dat zij, onverschillig ervoor, niet onverschillig eraan voorbij zullen gaan. integendeel, zij hebben hem –en er goed aan gedaan- “bijgestaan in zijn ((materiële) nood…Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen…En zelfs meer dan dat: een welriekende geur, een aangenaam, aan God welgevallig offer” (14+18): “Het was mij een grote vreugde in de Heer (nog maar eens!) dat gij weer eens de gelegenheid hadt om voor mij te zorgen.” (10).
paulus’ “zelfbewustzijn” is geen menselijke en uit der aard on welriekende “pretentie”, maar een “in den Heer” verworven uit Zijn VOLHEID ontvangen en aan zijn geliefden over te reiken genade, die hij paulinisch formuleert als: “Ik ben –als dienaar en apostel van Christus Jezus- tot alles in staat door Hem die mij versterkt.” (13).
“De genade van de Heer Jezus Christus zij met uw geest.” (23).
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
