|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
GOD is één. naar binnen verzameling van VADER, ZOON en GEEST in één GEEST, én naar buiten Zijn Schepping samenwerpend, in één geest verzamelend. in Zijn VERBOND verbindend. verscheidenheid breekt, tegen den in de ogen van in zichzelf en onder elkaar verdeelde mensen door die mensen gezienen schijn in, dit één zijn niet af, maar is er ter verVOLling in opgenomen.
die éénheid wordt gezien van bovenaf, in vogelperspectief, door die kunnen vliegen, dit is die zich boven den platten grond kunnen verheffen en wier blik uit der aard alomvattend is. zij zien, door geen hindernissen verhinderd, het geheel, den innerlijken band en de innerlijke verbondenheid en samenhang van al wat er is: verbondenheid tussen aarde” en “HEMEL” enerzijds, en anderzijds tussen al wat en wie er op aarde is. die éénheid is de natuur lijke plaats van de waarheid, geen halve, maar VOLLE, HELE waarheid. met als gevolg van dien: dat alleen een mens die in zichzelf één is, onverdeeld, bekwaam is die waarheid te zien en te beamen. be AMEN. voor een mens is leven: OORSPRONG lijk één langzaam van onderweg ontstane verdeeldheid weer naar onderweg verworven éénheid groeien, VOL wassen, HEEL worden en blijven.
dit geldt voor elke ervaring, geldt in ’t bijzonder voor zijn “lezen” van de Schrift. HEELing, verVOLling van dit “lezen”, heeft plaats uit en in een de delen ervan verzamelend inzicht dat overzicht mogelijk maakt, een verbindenden blik van boven die alle verdeeldheid wegneemt, elk deel in het GEHEEL integreert en de waarheid van elk deel deel laat hebben aan de waarheid van het GEHEEL: van GODS eerst spreken door de profeten en, toen de volheid der tijden gekomen was, door het dit eerst spreken vervullend/verVOLlend spreken door het Woord. het avontuur van den “in goede grond” kiemenden en VOL wassenden graankorrel is het schitterend teken, beeld, van het avontuur van dit “lezen”. de feiten tonen dat innerlijke verdeeldheid in een mens dit “lezen” hindert, zo niet verhindert; dat innerlijke éénheid het bevordert en verwezenlijkt.
is de Schrift, gezien de beperktheid van den mens, een teken van tegenspraak, er is in de Schrift zelf geen tegenspraak. verschillen uit der aard de “schrijvers” ervan en tekent elk van hen naar zijn wijze op zijn wijze op, de hen inspirerende GEEST zweeft bóven den “chaos” en schept “orde”, effent de paden en maakt de kromme recht doordat Hij de “letter” vervult van Zijn Heiligen “geest” en meteen den lezer der “letter” tot “lezer” van den “geest” herschept. de GEEST maakt “wat er –door verschillende mensen- geschreven staat” onderling innerlijk één, en meteen den “lezer” innerlijk en met hen.
de “lezer” leest niet versnipperd, laat staan verdeeld, maar uit en in een verworven alle delen verbindend overzicht samenwerpend. hij ziet dàt en hoé de betekenis van den tekst dien hij aan het lezen is, één is met de éne betekenis van den helen tekst, er volledig in past en erdoor gedragen wordt. meer nog, op vele plaatsen te vinden is, met de op andere plaatsen gegeven betekenis samenvalt en uit der aard erdoor versterkt wordt. herhalingen zijn in de Schrift schering en inslag. zij zijn geen teken van in slaapgevallen zijn, laat staan naäpen of letterdiefstal, maar van intertextuele verbondenheid, van sterkte, van versteviging, van verdieping van de waarheid. als de vrucht van een zien van hetzelfde uit een ander standpunt bevestigen zij elkaar als, hoe op het eerste gezicht ook uiterlijk verschillend, tóch uiteindelijk weergave van hetzelfde, van innerlijke identiteit. van éénheid. van “bloedverwantschap”.
“de profeten” van het eerste en het Woord van het tweede BOEK zijn uit hetzelfde hout gesneden, spreken dezelfde “vadertaal”, die elke “lezer” pinksterenlijk in zijn eigen moedertaal kan verstaan. dit “wonder” bevestigt en onderstreept de OORSPRONG lijke éénheid, die het geheim van de Schrift is. en het geheim van den “lezer” is: dat hij, één zijnd met die éénheid, ermee verbonden en erdoor verzameld, zich luisterend naar, gelovend in en zonder “morren” volgend in die éénheid thuis voelt en er thuis is. zó zeer, dat er uiteindelijk in hem geen enkele twijfel overblijft en hij geen enkel verlangen heeft ten VOLLEN leven naar iemand anders te gaan. ervaring van die éénheid maakt hem één, stabiel, tegen elke kritiek bestand, en doet hem bij Hém blijven. dié ervaring en het gevolg ervan worden, zijn en blijven de VASTE grond van zijn bestaan; verrijken hem met het hem, precies in de SCHRIFT uit- en opgetekend, bevrijdend, bevreugdend en bevredigend UITZICHT-op.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
