|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Een woord is wat het is; een tekst is wat hij is op de wijze van een geheel van woorden die zijn wat zij zijn, zijn. woorden laten zich niet ringeloren noch –neuzen. zij blijven onverstoord zichzelf; laten zich niet van de wijs (de aan de waarheid der dingen getrouwe melodie) brengen en laten zelf horen wie vals zingt of juist. “Men doet niet al wat men wilt met de woorden.” wist gezelle uit ervaring van zelfs een dichterlijken dichtenden. zelfs als iemand probeert ze naar zijn hand te zetten, zetten zij zich niet naar zijn hand. dàt is hun geheim, het geheim van hun ingeschapen innerlijke “objectiviteit”. GOD sprak, “en het was”…zó als het is. bovendien gaf HIJ de mensen de nodige “instrumenten” om te kunnen en leerde HIJ hen uit en in Zijn beminnelijke menslievendheid spreken. dit is: op grond van uitzonderlijke geestesgaven (voelen van het hart, denken van het verstand en ver beelden van de verbeelding) klanken tot woorden vormen, die de dingen “noemen” zó als de dingen zijn. dit is: een naam, en meteen een identiteit geven. mensen who care, dit is intens aandachtig bij de hen omringende dingen aanwezig zijn, leren ze kennen en hun op Ons gelijkend een naam geven: hun identiteit “noemen”, met den vinger in stenen tafels griffen. die naam/betekenis grondt in de objectieve, van en in alle tijden en over de hele aarde geldende waarheid der dingen. een naam geven is een opdracht: geïnspireerd de materie in de dingen beademen, begeesten. is een bepaald vogeltje roodborstje noemen geen fijngevoelig, intellectueel eerlijk en bovendien dichterlijk spreken, en uit der aard een schitterend voorbeeld van naamgeving, van dàt en hoé een mens voluit erbij aanwezig is? het eerlijk- én heerlijkste spreken is wezen lijk (“De taal is wonderzoet/ voor die haar geen geweld en doet.”) dichterlijk, zó als dat in de Schrift gebeurt voluit openbaren van het geheim der dingen. dit is: beAdemd uit en in opdracht de waarheid van al wat er is zó als het is “openbaren”.
die de Schrift schreven, spraken geïnspireerd en in opdracht de VOLLE waarheid van de VOLLE werkelijkheid uit. dié staat er. de Schrift “lezen” is dié ongeremd ongehinderd, vreemd welwillend ertegenover en teder toegankelijk ervoor in zich opnemen, zich erin laten dopen, zich ervan laten doordrenken. passief én actief: geïnspireerd opdrachtlijk, caring and being lucky, met de inspiratie meewerken. men vergisse zich, menend en bewerend dat vele interpretaties mogelijk zijn en uit der aard “wat er geschreven staat” relativerend/nivellerend, niet. zó denken en zó doen betekent: niet meewerken, maar los bandig ermee werken; het laken naar zich toetrekken, het zich toeëigenen; op de wijze van “Elk zijn waarheid.” en “Elk wat wils.” en “Ik zie het zó.” onwetens wetend en onwillig willens willekeurig ermee omgaan. men doet met “wat er geschreven staat” niet wat men wil. en precies dàt strijkt zichzelf geëmancipeerd hebbende en meer en meer als zogezegd geëmancipeerd geziene en gewaardeerde mensen in een tijd als “onze tijd” tegen de haren. zij lezen het los bandig zelf, zien het zó en verkondigen het zó. dit is: én de inspiratie (het beAdemd zijn der woorden) én de de “schrijvers” gegeven opdracht van bóven niét “bewarend”, maar hardnekkig, weerbarstig “vergetend”. te meer daar het hun, precies terwille van die hardnekkig- en weerbarstigheid, niet langer gegeven is de gelijkenissen-uit-gelijkenis te verstaan en zij uit der aard niet langer (“Zijn ook wij soms blind?”) naar zó iets kunnen luisteren. door den slagzin “Als ’t óns past” verdoofd doof, menen en verkondigen zij dat GODS Woord niet langer voor hen, en meteen de mensen, past, en leggen zij het doodgewoon naast zich neer.
was voor de schrijvers van de Schrift (“de profeten” en “de leerlingen”) dat alles kunnen optekenen een genade (“Hij zal u alles wat Ik u heb gezegd leren en in herinnering brengen.”), die optekeningen lezen is evenzeer een genade. d.w.z.: de VOLheid ervan verstaan is niet het werk van een mens alleen, maar bovendien, en bóven dien, het werk van GODS Heiligen GEEST. teamwork, waarbij de GEEST inspireert en de mens ongeremd ongehinderd de onverdeelde volheid van zijn geestesgaven inzet op de wijze van vreemd welwillend en teder toegankelijk “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven” en “Mij volgen”. dàt is het geheim van den “lezer”: van die gehoorzaam “neemt en leest”, bij elken stap dieper graaft, beter en meer verstaat en zich, geheime lijk wonder lijk verwonderd, afvraagt: “Waar hebben zij dat gehaald?”; Hoé hebben zij dat zo schitterend kunnen zeggen?”. want, inderdaad, “wat er geschreven staat” blijkt voor die, caring, het geluk hebben gehad het te hebben mógen en kùnnen leren lezen, oorspronkelijk en uiteindelijk te schitteren als de zon en wit te zijn als sneeuw, “een boodschap van veel hooger daken/ als waarder mensen waken”, “informatie van bóven” te zijn. een geschenk van GOD, Die in den hemel is, aan mensen, die op aarde zijn, dat: den VOLLEN zin van hun bestaan hiér en nù voor hen beLicht en voor hen doet opengaan, en hen meteen verrijkt, vergroot, verméért met een hen van allen angst bevrijdend (“Vreest niet!”), van vreugde vervullend (“Treedt binnen in de vreugde van de Heer.”) en een vrede die alle zinnen te boven gaat (“Vrede zij u.”; “Mijn vrede -die de wereld u niet kan geven- geef Ik u.”) opbeurend UITZICHT-op. inderdaad. inderdaad. en nog eens inderdaad: dit de Schrift lezend mogen zien, erin geloven en het volgen, redt. het klinkt in “moderne” oren aanmatigend, maar het verwerpen is de echte, en helaas fatale aanmatiging; het “lot” van door allerlei zelf uitgevonden of hun opgedrongen “interpretaties” verdoofde doven, verblinde blinden, verlamde verlamden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
