|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Men hoort volwassen, intelligente en bovendien gecultiveerde mensen tijdens een eucharistieviering in een kerk biddend zeggen: “Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus.”. dat betekent: dat zij geloven dat de historische mens jezus van nazareth de Heilige, de Heer, de Allerhoogste is. of men hoort hen zeggen: “Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood, en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.”. wat betekent: dat zij op de hoogte zijn van de historische kruisiging en dood van jezus van nazareth én geloven dat Hij verrezen, uit den dood opgestaan is. die historische, dit is hoor-, zicht- en tastbare gebeurtenis is een “feit” zoals de vele door de mensen te horen, te zien en te tasten gegeven gebeurtenissen in de geschiedenis der mensen. maar die verrijzenis was noch hoor-, noch zicht-, noch tastbaar, en tóch een –zij het te geloven- “feit”. een feit dat een “feit” IS voor die geloven en er uit dér aard geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, diep innerlijk ervan zeker zijn dat het een feit is en blijft, evenzeer een feit is voor die het niet geloven.
die het geloven en het biddend zeggen herinneren de mensen eraan, wijzen hen erop: dàt er naast en onder de dagdagelijks als reëel waartenemen werkelijkheden werkelijkheden zijn die evenzeer, zij het op een wezen lijk ànders wijze, als reële werkelijkheden waartenemen zijn. men kan, gezien de heel normale, intelligente, gevormde en zelfs wijze wijze waarop gelovenden aan het dagdagelijks leven deelnemen, intellectueel eerlijk niet zomaar beweren dat zij wereldvreemden, zo niet mentaal gestoorden, of erger nog krankzinnigen, “gespletenen” zijn. maar als men hen zó, intens aandachtig aanwezig, hoort spreken, hoort bidden, wie zijn zij dan? of hoe is het mogelijk? of waar halen zij dat vandaan? of dwalen zij niet, vergissen zij zich niet? of zijn zij samen met zo velen niet door iets of iemand misleid? of zijn zij dan tóch “gespleten”? of ontbreekt, of ontgaat er ons, toch intelligente, intelligent eerlijke, emotioneel, rationeel en qua verbeelding ontwikkelde en gevormde mensen, iets? “Ha! There’s the rub!”. zij, die zoals wij mensen, die op aarde zijn, zijn, “weten” en “doen” gelovend, waar wij rationeel realistisch, “wetenschappelijk”, willen weten en ons doen op dat weten gronden. zij zijn om de een of andere ons onbekende reden blijkbaar van ons verschillend, en vestigen onze aandacht op een verschil dat méér is, het VERSCHIL. het in hun ogen werkelijk ANDERE dan datgene waarmee wij ons hiér en nù bewust bezig houden. en zó zijn zij voor ons een “probleem”: “Hoe is het mogelijk dat dergelijke intelligente, eerlijke, ontwikkelde en emotioneel, intellectueel en qua verbeelding evenwichtige mensen onder ons zó iets denken en volgens zó iets leven?; Is hun denken en doen niet tegenstrijdig, “gespleten”? “Is there a method in their madness (a logic in their logic)?”. ónze logica vindt geen antwoord op die vragen, en wij blijven ermee zitten. hen op grond van ónze wijsheid voor dwazen verslijten zou tegen de bewijskracht der feiten ingaan betekenen en dwaasheid van onzentwege zijn. klinkt onze vraag: “Hoe is het mogelijk?” ook niet te zelfder tijd als een uitroep: “Hoe is het mogelijk!”?, en tonen wij ons uit der aard niet als tóch bevooroordeeld? wellicht is dan nog het beste: “Wait, and see.”, want “Wie weet…”.
ja, hoe is het mogelijk?/! die geloven vragen het zich óók af, maar hebben geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, uit en in een de informatie van beneden ver overtreffende “informatie van bóven”, een geloofsgeheimelijk, en dus te geloven, antwoord gekregen. vooreerst zijn gelovenden zich duidelijk ervan bewust dat hun geloven niet een bekwaamheid is die zij zelf “veroverd” hebben, maar een hun beminnelijk menslievend via wegen die aan mensen onbekend zijn, geschonken kostbaar geschenk. gelovenden “weten” dat zij mógen kunnen geloven, het geluk hebben to care en als gevolg van dien te kùnnen mogen geloven. het geheim van gelovenden is wezen lijk GODS GEHEIM. zij geloven dat zij geloven. het is mogelijk dat zij geloven omdat GOD het niet alleen mogelijk gemaakt heeft, maar het ook bewerkt. dàt is de grond van den deemoed van die geloven, en van hun dankbaarheid erom. gelovenden zijn, al schijnen zij ter wille van de stelligheid van hun stellingen pretentieus, diep innerlijk deemoedig. gelovend dienen zij GOD, niet zichzelf. ten tweede weten zij dat geloven een licht-uit-Licht is, dat hun Inzicht geeft in de het leven op aarde op de hoogte van “den HEMEL” tillende geloofsgeheimen, en een kracht-uit-Kracht, die het hun mogelijk maakt naar dit Inzicht te leven. dit is: hun verstand wordt verLicht en “ziet” de waarheden van beneden niet alleen als niet tegenstrijdig met de Waarheden van bóven, maar bovendien als die bevestigend, zó dat het bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden aan het menslijke getrouw met het GODlijke kan instemmen; hun wil wordt beKracht om uit zichzelf (eigenwilligheid uit eigendunk) te treden en, wetend dat zij ten leven zijn, gehoorzaam naar de levenswoorden van GOD te luisteren.
ja, dààr om, en om niets anders, is het mogelijk. in mensen, die op aarde zijn, is geloven mogelijk omdat zij uit en in de VOLHEID van GOD, Die in den hemel is, de ene genade na de andere ontvangen. geloofsgeheim van die geloven. met als gevolg van Dien: dat zij, om dit mógen kunnen geloven dankbaar en in simplicitate cordis, bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden zijn, én het ook weten.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
