|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Bestaan is aanwezig zijn. de ene mensen bestaan op de wijze van minder, oppervlakkig, andere op de wijze van meer, in de diepte, dit is intens aandachtig creatief aanwezig zijn. het is blijkbaar een kwestie van enerzijds in welke mate men be gaafd is, en anderzijds hoe men met zijn gaven omspringt. dat licht de parabel van de -één, twee en vijf- talenten toe (Mat. 25/1-30).
er is onder de mensen het geheim van: een heer die naar het buitenland vertrekt en, ieder volgens zijn bekwaamheid, aan den enen dienaar één, aan een anderen twee, en aan nog een anderen vijf talenten toebedeelt om ermee te werken. het geheim ligt in dat “ieder volgens zijn bekwaamheid” verborgen en is gewoon niet te verklaren. het aantal toebedeelde talenten laat de mindere bekwaamheid van den enen en de meerdere van de anderen vermoeden. die van het éne talent moet zijn mindere bekwaamheid maar liefst, gewoon ter wille van den innerlijken vrede, zonder “morren” leren aanvaarden én met dat ene tóch intens aandachtig creatief werken. de in de parabel door jezus dichterlijk ver beelde Wijsheid van GOD én de on- of wijsheid van een mens laten geen misverstaan toe. niét de bekwaamheid bepaalt de waarde van een mens, maar wat hij ermee doet. en uit der aard kan de heer niet van onrechtvaardigheid beschuldigd worden. hoedanook, de mensen zijn binnen het geheel van GODS Schepping met uitzonderlijke gaven begaafde “levende wezens”, van wie uit der aard verwacht mag worden dat zij naar hùn wijze op hùn wijze intens aandachtig creatief op aarde aanwezig zijn (“de tuin bewarend bewerken”, de aarde bewoonbaar maken en bewonen). dit is: hun “talenten” in dienst van den heer goed beleggen en “verdubbelen”.
aanwezigheid vergt aandacht voor, intens met het hart, het verstand en de verbeelding bij de dingen zijn. dit is: de oren te luisteren leggen: willen horen en aan het gehoorde gehoorzamen; de ogen open doen: willen zien, naderen om scherper toetekijken en de Stem te horen, den in de “letter” der dingen verborgen geborgen “geest”, en uit der aard de VOLheid der dingen, de dingen zó als zij -niet schijnen, maar- zijn, ons vóór de voeten aan de voeten gelegd worden en aan de handen toevertrouwd; de verbeelding wakker houden: de dingen willen “lezen”, de in hun “letter” verborgen geborgen tekens-met-“teken”waarde ontdekken en intelligent ver beelden. met als gevolg van dien: de “aardse” werkelijkheid in haar VOLheid van door “den HEMEL” opgehemeld rijker, groter, méér zijn, meer dan louter “stof”, te “zien” én te be leven. zó op aarde aanwezig zijn is visioen lijk bestaan, uit en in geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, “visioenen schouwen”, aan het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” deelhebbend aan het VISIOEN deelnemen. dit is: het met (artistieke) zorg door GOD uit klei geboetseerd en door HEM bedoeld en daarom met Zijn ADEM beademd “levend wezen” worden, zijn en blijven.
intens aandachtig aanwezig zijn schept, werkt -in feite op ONS gelijkend- creatief. scheppen betekent: de ons gegeven dingen naar ónze wijze op ónze wijze bewerken, “de klei tot levend wezend beademen”, “de letter” met “den geest” verrijken en doen leven. dàt is het geheim van schouwenden en dichterlijke dichtenden. een blok hout wordt in hun handen een beeld; klanken worden een lof-, dank-, treurlied; woorden een gedicht; bewegingen een dans; kleuren een schilderij. allemaal ongekunstelde kunst werken, waarin “al dat leeft een taal spreekt”, “wind en wee en wolken/ talen en vertolken/ ’t diep gedoken Woord zoo zoet…”. een kunst werk is meer dan een min of meer geslaagd product van kneepjes van het vak. het is be zield en straalt die ziel uit doordat “de letter” (de kneepjes) “geest” lijk in de dingen verborgen tekens los laat, die “de stof” tillen op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van het VISIOEN. gezelle was een begenadigde dichterlijk dichtende, niet zozeer ter wille van zijn meesterschap over de kneepjes, maar bovendien, en bóven dien, ter wille van “het luisteren van zijn ziele”, zijn be zieling der dingen, zijn intens aandachtig creatief bij ze aanwezig zijn. hij dichtte in een van den platten grond opgetilde taal dichterlijk gedichte gezangen en gebeden. een rijkdom, waarmee moderne mensen moeite hebben hem recht te doen. het scheppen van een mens heeft inderdaad plaats “bij Gods genade”, uit en in een “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is. en dàt ontgaat in “onze tijd” zelfs wereldwijd erkende, gevierde en dik betaalde kunstenmakers.
mógen kunnen én kùnnen mogen scheppen is en onderstreept de(n) adel van den mens. in zijn kunst werken, in welk werk hij ook “de letter” door haar te be “geesten” doet leven, toont hij zich VOLuit als “een levend wezen”, als een kunstenaar. als een begenadigd met hart, intelligentie en verbeelding begaafd wezen, dat bekwaam is uit en in intens aandachtige creatieve aanwezigheid bij de dingen “de stof” te tillen op de hooge van den “geest”, van den GEEST van GOD den VADER SCHEPPER, Die zag dat alles wat Hij gemaakt had, “goed, ja zeer goed” was. een kunstwerk is het werk van een “goed” mens, is “goed”. en meteen “waar” en “schoon”. het nodigt in de stilte in stilte stil den “lezer” uit “goed”, “waarachtig” en “schoon” te worden, zijn en blijven; den tuin, als OORSPRONG lijk het werk van den SCHEPPER bewarend, te bewerken: voor “levende wezens” onverdeeld lichaam- én geestlijk bewoonbaar te maken. zó, dat zij zélf in grote én in kleine dingen naar intens aandachtige creatieve aanwezigheid op aarde “gedreven” worden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
