|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het feest van Allerzielen is in de liturgie van de Kerk onverdeeld verbonden met het Hoogfeest van Allerheiligen. na alle heiligen gedenkt de Kerk alle “ten hemel oppgenomen”, maar nog te “zuiveren” en te VOLTOOIEN zielen. GODS GEHEIM, en meteen geloofsgeheim voor de mensen. vragen wij op Allerheiligen dat alle heiligen voor ons zouden bidden, met Allerzielen bidden wij voor de zielen opdat zij geheiligd mogen worden: “Requiem aeternam dona eis, Domine, et lux perpetua luceat eis.”.
om in GODS heiligheid opgenomen te worden is heiligheid vereist. heiligheid, die uit en in de beperktheid, in feite zondigheid van mensen, die op aarde zijn (“Het vlees is zwak.”), op aarde onvermijdelijk alleen deels bereikt kan worden. maar GOD is, uit en in Zijn beminnelijke menslievende barmhartigheid, bereid die zielen in den smeltkroes (het vuur dat “uitveegt”, de slakken wegneemt) te “zuiveren”, in feite hun besmette kleren in het bloed van het Lam (den ZOON) wit te wassen. dit is een visie die wat door GOD, Die in den hemel is, “gedaan” wordt (herschepping) voor mensen, die op aarde zijn, naar hùn wijze op hun wijze beeldspraak lijk tracht opteklaren. het verontrust gemoed zoekt solaas erin, het verstand staat er verstomd stil bij, maar de verbeelding her- en erkent in de ons omringende dingen tekens, die (zie bv nieuw leven in de lente) ons bewustzijn op een geheime lijk wonder lijke wijze, in gelijkenissen-uit-gelijkenis, verhelderen en het geheim enigszins ont sluieren.
het gaat om een niet meer te verontrusten rust-uit-gerustheid. een “eeuwige” rust (requiem aeternam). de aan ons aards bestaan -een verwarrende en heen en weer wentelende mengeling van “goede” en “kwade” dagen al de dagen van het leven- eigen on rust van het hart en het verstand, die vrijheid in het gedrang brengt, vreugde bederft en vrede op de vlucht jaagt, be last, ver moeit, maakt on gelukkig en doet soms naar het einde ervan (den dood, den droomlozen “slaap”) verlangen. naar “rust”. het behoort tot het geheim van een mens (dat uit klei geboetseerd en beAdemd “levend wezen”): dat hij regelmatig lichaam lijk moe wordt en naar lichamelijke rust verlangt; dat hij bovendien regelmatig geest lijk vermoeid, ge- zo niet overspannen geraakt en naar ont spanning verlangt; maar bóven die ondervindt dat de realiteit van het leven vreemd genoeg vrij, vrolijk en bevredigd bestaan onverpoosd onverdroten en uit der aard onvermijdelijk in het gedrang brengt, hem on rustig maakt en naar een “eeuwige” rust doet verlangen en uitzien. hier houdt hij, bijwijlen, op met naar den platten grond te staren en kijkt hij op en uit naar een rust die sint-augustinus noemt: “rust in U”. een meer nog dan metafysische, een meta-metafysische, een VOLheid van rust. een rust, die haar begin in het BEGIN gekregen en haar VOLTOOIING in het UITEINDE krijgt. een rust die geen “roest” veroorzaakt, maar gerustheid van van slakken gezuiverd zuiver “goud” is.
het feest van Allerzielen is het feest van de GOD lijke deugd in mensen: hopen. het geheim van hopen is: zijn innerlijke, fundamentele verbondenheid met de GOD lijke deugd van geloven en de GOD lijke deugd van beminnen. beide GRONDEN hopen omdat geloven en beminnen hopen in zich bevatten. authentiek in GOD geloven verrijkt een mens met een met Uitzicht op GOD verrijkt Inzicht in GOD, doet hem hopen. en hetzelfde geldt voor beminnen. onverdeeld in GOD geloven/GOD beminnen/op GOD hopen bevestigt én de authenticiteit van geloven, én van beminnen, én van hopen als VOLheid uit en in Zijn VOLHEID. omgekeerd bevestigt hopen een authentiek geloven en beminnen. zó als geloven en beminnen verVOLt hopen het tijd lijk bestaan op aarde met eeuwigheid, verlengt het tot in de eeuwigheid en vervult zó doende in feite hiér en nù al het meta-metafysisch verlangen (reikhalzen op paulus’ wijze van “Cupio dissolvi et esse cum Christo.”) naar “eeuwige rust”.
de zielen gedenken, speciaal op liturgische wijze met Allerzielen, drukt VOL, dit is hoger en dieper, langer en breder dan een louter bijna folkloristisch en nogal massaal beoefende kerkhofgang, én GOD beminnen, én in GOD geloven, én op GOD hopen (vertrouwen op jezus’ belofte:” Gij zult met Mij zijn waar Ik ben.”) uit. ook hier verzamelt de Kerk gelovenden en verkondigt Zij als gemeenschap der heiligen door het vieren van twee feestdagen het geheim van “het eeuwig leven”, van het ons door “de leerlingen” met zorg opgetekend geloofsgeheim van “de derde dag”: het lege graf en de opstanding.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
