|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het bestaan van de mensen op aarde blijkt, althans voor die naderen om scherper toetekijken, wezen lijk als in het BEGIN begonnen om in het UITEINDE overtegaan, als wél ín de wereld maar niét er vàn te verlopen. een historisch feit, waartegen de tegen den storm vechtende wijsheid van archeologen, historici, filosofen, psychologen en pedagogen te pletter slaat. de her en der rondzwalpende wrakstukken liegen er niet om.
het geheim van ons bestaan op aarde licht op als het gezien wordt “vanuit het oogpunt van de eeuwigheid”. gezien vanuit het oogpunt van de eeuwigheid blijkt al wat zichtbaar is zijn VOLLEN zin te krijgen uit en in Die, en meteen al wat, Onzichtbaar is. het GEHEIM van GOD werpt zijn Levensblos op het geheim mens, veràndert het van gedaante en doet het in en voor diegenen wier wijsheid door GODS Wijsheid opgehemeld is, schitterend als de zon en wit als sneeuw van Leven blozen en blinken.
eeuwigheid is het voorrecht van GOD: een geloofsgeheim voor de mensen, dat er, of zij erin geloven of niet, IS. de stelligheid van deze stelling grondt niet in menselijke wijsheid, maar in GODS Wijsheid, die -zoals “er geschreven staat”- vanaf het BEGIN (“nog vóór Hij de sterren, de aarde met de bergen en de zeeën schiep”) vóór Zijn voeten speelt én…het een genoegen vindt onder de mensen te vertoeven. wie zal het beter (Waarachtiger, Levensechter en meer zelfverzekerd den Weg tonend) zeggen/schrijven dan, zij het via “Salomo”, Zij zelf?
“Stralend en nooit verwelkend is de wijsheid, gemakkelijk
wordt zij aanschouwd door wie haar liefhebben, gevonden
door wie haar zoeken; nog voor men haar begeert, heeft zij
zich al bekend gemaakt. Wie om haar vroeg opstaat, hoeft zich
niet uittesloven, want hij zal haar vinden zittend aan zijn deur.
Peinzen over haar getuigt van volmaakt inzicht, en wie om
haar wakker ligt, zal weldra vrij van zorgen zijn. Want zelf gaat
zij rond en zoekt die haar waardig zijn, genadig vertoont zij
zich aan hen op hun wegen en bij elk overleg treedt zij hen
tegemoet.” (Wijsh. 6/12-16).
GOD Zelf maant de mensen aan hun bestaan op aarde te leren zien in het Licht van Zijn eeuwigheid. in dat Licht klaart de “chaos” van “goed” en “kwaad, van goede en kwade dagen al de dagen van het leven, van wel en wee, van lachen en wenen, op tot een geordend en uit der aard ZINvol geheel van be “GEESTE” “stof”, beADEMde klei, door den ”HEMEL” van den platten grond Opgetilde “aarde”, in de eeuwigheid opgenomen tijdelijkheid.. dit is: dat ingeschapen vreemd, onhoor-, onzicht- en ontastbaar verlangen naar onbeperkte verlengenis van het leven van al dat leeft in al dat leeft, blijkt uit en in de ervaring van aan mensen geschonken piekmomenten, “informatie van bóven”, geen teken van “dromen”, wishful thinking, laat staan waanzin te zijn, maar van de scheppende aanwezigheid op aarde van een doelbewust concipiërenden, plannenden en uitvoerenden GOD, Die in den hemel Alles in allen is. de VOLheid van het vergankelijk leven van al wat op aarde leeft, is een vonk van de VOLHEID van het eeuwig LEVEN van Die in den hemel is. en precies dàt klaart op in een mens die wijs geworden is door medewerking van GODS Wijsheid met zijn (op de wijze van “haar liefhebben, zoeken, haar begeren, vroeg voor haar opstaan,, peinzen over haar, om haar wakker liggen”) werken eraan. zó is GOD: Hij maakt, laat los, volgt oplettend en gaat begeleidend mee. zie Zijn aandeel in den in “wat er geschreven staat” opgetekenden uit-, door- en intocht van israël.
God heeft Zijn Wijsheid booms verborgen geborgen in de dingen van Zijn Schepping en bijbels in Zijn door “de profeten” in het eerste en “de leerlingen” in het tweede BOEK geschreven Woord. zij zijn de Bron van “levend water”, waarnaar een mens, if he cares, zó als een hert naar stromend water smacht, smacht. die Bron is hem beminnelijk menslievend, als gave van Zijn Heiligen GEEST, vóór de voeten (in handbereik) aan de voeten (ter beschikking) gelegd en ter bewarende bewerking aan de handen toevertrouwd. wat voor onzin, dwaasheid klinkt er dan op uit: “Zijn genade is aan mij voorbijgegaan.”, en hoe helder be tekent een dergelijke uitspraak -niét dat GOD aan hem is voorbijgegaan, maar- dat hij on wijs, zo niet smalend, aan GOD voorbijgegaan is.
GOD verschijnt aan mensen “in een zacht briesje”, in de gedaante van “een engel”, laat Zich alleen “van achteren zien”, openbaart Zich aan die “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven”, “Mij volgen”, ook als Hij “zó iets” zegt dat men meent “niet langer ernaar te kunnen luisteren“, bij Hém blijven”. dàt is geen fabeltje, niet “wat men ons allemaal heeft wijsgemaakt”, geen “opium voor het volk”, maar de de zogenaamde realiteit ver overschrijdende Werkelijkheid, een te geloven geloofsgeheim voor gelovenden. “Ha! There’s the rub!”. dààr blijkt bij sommigen het schoentje te knellen. de Wijsheid vertoont zich aan en laat Zich gemakkelijk (“als vanzelf”, “terstond”), (aan)schouwen door die in haar geloven (haar beminnen, zoeken…), en leert hen bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden den ZIN van hun tijd lijk bestaan op aarde te zien “uit en in het gezichtspunt van de eeuwigheid”.
dàn ontdekken zij dat hun bestaan op aarde, hiér en nù, begon in het BEGIN, onbegrensd naar vóór geschoven wordt, en naar nà onbegrensd in het UITEINDE overvloeit. met alle gevolgen van Dien voor hun hiér en nù concreet denken, doen en dichten: gehoorzaam luisteren naar, geloven in en volgen van GODS voor hen met Eigen vinger in stenen tabletten gegrifte en booms en bijbels opgetekende levenswoorden. dié levenswoorden vindt hij dag en nacht: overdag als hij vroeg opstaat ’s morgens al aan zijn deur gezeten, en ‘s nachts als hij om ze wakker ligt. dit is: if he cares he’ll be lucky. zij gaan hem vóór als hem den Weg wijzend Licht in de duisternis en geven hem bovendien de Kracht om den Weg, ook al zij het met vallen en opstaan, tot het doel bereikt is te volgen. dàn worden zij gaande weg vervuld van den “goeden” geest, die van GODS Heiligen GEEST is. dàn denken, doen en dichten zij uit dér aard bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
