|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De media in ‘t algemeen, en vooral die heerlijke (maar tóch zo’n “heete pootjes” hebbende) uitgevonden en alsmaar meer “snufjes” te berde brengende televisie in ‘t bijzonder, vullen de huiskamer onverpoosd en onverdroten met oorverdovend geluid van stemmen (gepraat), applaus en gelach spuiende “machines”, schreeuwerige muziek en in duizend snippertjes flikkerende en uit der aard “on leesbare” en bovendien duizeling wekkende beelden. de zichzelf interessant vindende en makende progammeurs laten geen kiertje vrij voor stilte. want voor hen is stilte ondraaglijk, zo niet dodelijk. voor hen, en meteen voor kijkers en toehoorders.
wat is er toch met de stilte aan de hand? zij is uit het leven van die willen leven (“Je veux vivre!) als een hun “creativiteit” belemmerende, alle zich uit levende lol, leute, ambiance en fuifvreugde bedervende, uit stervende oude tante. leven is activiteit. en activiteit moet gehoord, gezien en getast, en, gezien de overal steeds luider klinkende promotie ervan, steeds luider te horen, te zien en te tasten naar buiten gebracht worden. stillen zijn saai, en vervelen.
charme integendeel is stil, schept en bevordert stilte. zij is glans van een uit en in in keer, in getogenheid, innerlijken, in de stilte in stilte stil verworven en in de stilte in stilte stil naar buiten gekeerden geestelijken rijkdom, die “als vanzelf”, als in een mens rijkdom zijnde, onder de mensen aanwezig is en “werkt”. charme (latijn carmen: toverformule) betekent bekoorlijkheid, innemendheid en is, als al wat teer, broos is, teer, broos; verdraagt geen “geweld” en gaat voor “lawaai” op de vlucht. en zó de stilte. de (wezen lijk innerlijke) stilte zoekt, als “de goede grond” voor haar kiemen en langzaam VOL wassen, (uiterlijke) stilte waar zij, in en niettegenstaande deze lawaaierige wereld tóch nog te vinden is, op. haar charme is haar deelnemen aan de bekoorlijkheid, de innemendheid van de charme.
tegen den stroom van lawaaierig gedoe ingaand, is en blijft de stilte bekoorlijk, innemend en bekoort zij uit der aard en neemt in. ter wille van de essentie. de stilte is “de goede grond” waar een mens de bijkomstigheden van het leven achter zich kan laten en zijn volle aandacht aan de essentie ervan besteden. dit is: wat essentieel van wat bijkomstig is onderscheiden, en scheiden op de wijze van wat essentieel is kiezen. de stilte maakt het mogelijk niet alleen het verschil te zien (gave van onderscheid), maar ook “het leven -in den vorm van de essentie ervan- te kiezen”. bovendien heeft de keuze voor de essentie (wat verzameld, samengeworpen, samengebald is) tot gevolg dat versnippering (verstrooiing, uiteenwerpen, los bandig- en los lippigheid) den weg afgesneden (“buitengeworpen”) wordt. het is een feit: dat de stilte bekoorlijk, innemend IS, en uit der aard mensen bekoort, in neemt, tot haar opzoeken om naar haar te luisteren aantrekt, zó dat zij van haar vervuld worden, van haar genieten en bovendien door haar met verzameling van al hun vermogens verrijkt worden. en meteen met een weerbaarheid die hen in de geestelijk op hol geslagen wereld geestelijk overeind houdt.
de charme van de stilte op aarde en in en onder de mensen is een GODSgeschenk aan de mensen in den aard van: dat zij op aarde glorie brengt aan GOD, Die in den hemel is, én vrede aan de mensen die GOD lief heeft.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
