|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Een in de stilte der natuur, van geen mens gestoord geboren paard, noemen de mensen wild, vangen zij met een touw om den nek, trekken het dichterbij, sluiten het in een kraal op en leggen het een toom op: tomen het in en houden het in toom. dit is: halen voetje voor voetje het “wilde” eruit en “beschaven” het, maken het klaar om zijn functie in de beschaafde wereld der mensen te vervullen. het is een beeld geworden en wordt in beeld spraak gearticuleerd om in een gelijkenis-uit-gelijkenis uittedrukken dat ook aan een mens eigen “wild te werkgaan” liefst ingetoomd, in toom gehouden wordt opdat hij zijn functie in de beschaafde wereld zou kunnen vervullen zo als het hoort.
er komt onder de mensen een intomen voor dat een mens beschadigt op de wijze van van buiten opgedrongen “temmen”, zo niet “ver doven, ver blinden, ver lammen”. mensen “temmen” betekent op opdringerige, zo niet gewelddadige wijze, alle hem ingeboren veerkracht, creativiteit onderdrukken, zijn kostbare gave van een eigen wil te hebben en zelf te kunnen en te mogen willen “breken” en hem tot een willoos instrument degraderen. zo ook betekenen “verdoven, ver blinden, ver lammen” alle hem tot zijn VOL wassen ter beschikking gestelde geestelijke vermogens lamleggen, uitschakelen, zó dat men met hem kan doen wat men wil. dit is een uit “bozen” geest de waardigheid van een mens beschadigende, zo niet vernielende perversie van intomen, dat wezen lijk precies tot bevorderen van die waardigheid het werk van “goeden” geest is. indien het soms nodig is dat een mens door anderen (denk aan: hem optrekken, opvoeden, begeleid uitleiden, of door wetten onwettelijk gedrag beteugelen) “ingetoomd” wordt, mag dit zijn mens waardigheid niet afbreken, maar moz-et het ze opbouwen. dit is: hem tot inzicht brengen van de waarde van zich -zélf, van binnen uit- intomen/beteugelen en hem aanmoedigen dit ook te doen.
omdat het van buiten komt, is het intomen van een mens door andere mensen van geen nut en zal het resulteren in be teugelen (straffen, opsluiten) als het er niet in slaagt hem er toe te brengen zich zélf, van binnen uit, in toom te houden (zich zélf optetrekken, de wet te respecteren). gezien “de zwakheid van het vlees” is het voor elken mens van levensbelang te leren (“Oefening baart kunst.”) wat men noemt zijn “driften” (van binnen uit tot overmatig voelen, denken, verbeelden, doen en spreken gedreven worden) intetomen. want de ervaring toont dat “Overdaad schaadt.”. overgevoelig voelen, losbandig denken, in het wilde weg fantaseren, als een wilde tewerk gaan, onbesuisd schreeuwen, verbreken het evenwicht en brengen aan den opbouw van de gemeenschap ernstige schade toe. het “beeld” van het paard maakt ons er mede attent op dat intomen/in toom houden betekent: in zichzelf “goed”, maar door overdrijving “kwaad” doende gedrevenheid in voelen, denken, verbeelden, doen en spreken, beheersen en uitdrijven, en uit der aard ongelukken vermijden. zinvol intomen is zelfbeheersing/innerlijk evenwicht, die/dat in “gematigd” voelen, denken, verbeelden, doen en spreken naar buiten treedt én door de mensen in de diepte van hun gemoed en intellectueel eerlijk als goed doend gewaardeerd, geprezen, ja bewonderd wordt.
die zich zelf beheerst, het “wilde” in zich in toom houdt, blijft in alle omstandigheden gelijkmoedig: behoedt zich voor theatraal “optreden” van zijn gevoelens, zijn inzichten, zijn ver beeldingen, zijn handelingen en taal; treedt buiten den kring; weigert elke sensatie, verheft de stem niet. want hij weet dat de kracht van zijn emotie, gedachten, beeldspraak, daden en woorden binnen in ze zit en geen uiterlijk “gebaren” nodig heeft om te “werken”. integendeel. de rust waarmee hij ze -liefst in een rustige omgeving- uit, onderstreept de innerlijke zekerheid die ze waarachtig, GOD en menswaardig en waardevol maakt en de moeite waard om gehoord, gezien of getast te worden. dàt hebben “de leerlingen” ondervonden toen zij Hem met eigen oren hebben gehoord, Hem met eigen ogen mochten aanschouwen en met de vingers tasten, en hebben zij als voor altijd en overal helemaal geldend “opgetekend”. en uit dér aard is jezus de CHRISTUS hét voor- en toonbeeld van evenwicht, zelfbeheersing, in toom gehouden Kracht, waarvan de “stille plek” de Bron was en die Hij uitte “buiten de kring”.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
