|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
“En alle volken zullen voor Hem worden vergaderd;
maar Hij zal ze van elkander scheiden zoals een herder
scheiding maakt tussen schapen en bokken.” (Mat. 25/32).
Het is een feit dat dààr over, en over nog zoveel andere dingen in de Schrift, door anders, “vrij” denkenden en sommige christenen nogal wat wordt “gedacht”, gefantaseerd en gepraat. met dat in casu scheiden van schapen en bokken en ze rechts en links plaatsen hebben zij het moeilijk en ze doen er ook moeilijk over. dàt kan, en nog zoveel andere dingen in de Schrift kunnen voor hen niet door den beugel. het is te begrijpen, zó als het te begrijpen is dat die in de duisternis zijn uit de hand gevallen huissleutel gaat zoeken onder een eind verder in de straat staande lamp dien (dààr) niet vindt..
de schrijvers van de Schrift zijn schouwenden, dichterlijk dichtenden, schrijven dichterlijk, “in gelijkenissen-uit-gelijkenis”, omdat datgene waarom het in laatste instantie gaat, geloofsgeheimen zijn, die in beGEESTe “letter” zijnde woorden oplichten, niet direct hoor-, zicht- of tastbaar beschreven kunnen, maar indirect, via in de concrete dingen (in casu een herder en zijn kudde) verborgen tekens/beelden, ver beeld moeten worden. dié schrijvers grondig lezen veronderstelt uit der aard bij den lezer op zijn minst een aanzet, maar liefst een al stevig gegroeid vermogen tot schouwen, tot dichterlijk zien. AMEN. amen, en daarmee uit. met als gevolg van dien dat hiér en nù her en der rondzwervende gevoeligheden, elkaar verdringende ideologieën en fantasietjes “van geen nut zijn”.
gevoeligheden veranderen tot twee, drie maal per dag van hemd, waaien als kaf met elken wind mee. ideologieën steunen op “Elk zijn, dit is subjectieve, waarheid” en zijn uit der aard als al die waarheden in het oneindige versnipperd. fantasietjes zijn kleurrijke, bonte (be)spiegelingen in zichzelf van zichzelf en raken uiteindelijk binnen de werkelijkheid kant noch wal. de Schrift is van steviger kwaliteit: de universele (in alle tijden, op alle plaatsen en onuiteentewerpen) stabiliteit van objectieve waarheid, reëel leven, juisten weg, en bovendien van een adembenemende schoonheid. IS dat, is als zodanig voor de mensen bestemd (“geschreven”) en hun te “lezen” (zich bukken, oprapen, roosteren en eten om ervan te leven) gegeven.
De Schrift is geen voer voor de dingen uitpluizende, dit is louter rationeel, “analyserend” uit elkaar trekkende en meteen hun een organisch levend geheel zijn uiteenwerpende “Pluizers”. zó doen, waartoe moderne liberaal individualistisch rationeel ingestelde mensen geneigd zijn, betekent de levende dingen doden. want het is een illusie te denken dat zij ze, ze in een synthese weer in elkaar flansend, weer kunnen doen leven. dit uitpluizen mag dan voor den omgang met de materie van nut zijn, voor het geestelijke, in casu een beeld, schaadt, zoniet brengt het om. Pluizers negeren Windekind, hebben de witte waterlelie niet lief, en uit der aard geen verstand van de betekenis van in de dingen verborgen en door schouwenden, dichterlijke dichtenden ver beelde tekens. met het gevolg dat zij poëzie niet kunnen lezen (ze “verstaan”) en er nogal smalend over doen (als onverstaanbaar doodverven). en meteen de Schrift.
beelden zijn hoogst eenvoudig en gaan “als vanzelf” voor de eenvoudigen van harte open. zij laten de waarheid der dingen, niét stukje voor stukje, maar in haar geheel oplichten. dàt doen de door jezus gebruikte beelden, in casu dat van den herder en zijn kudde. die herder is er, zó als de leliën op het veld, de vogels in de lucht, de vijgeboom, de put van jakob, de heer des huizes, de vader van de twee zonen, de wijngaardenier enz. er op aarde zijn, óók om in óns enigszins te laten oplichten Wie GOD (“Mijn en uw Vader, Die in de hemel is”) is. die herder onderkent een gewoon natuur lijk en uit der aard waarachtig “verschil” en handelt logisch ernaar. zó gebruikt jezus dien -door alle mensen duidelijk te horen, zien en tasten- herder om het door GOD gezien “verschil” binnen Zijn kudde te belichten en meteen GODS logisch handelen ernaar. het verschil tussen voor Hem “nuttigen” (“die hongerigen spijzigden, dorstigen laafden enz.”) en “on nuttigen” (“die dat niet hebben gedaan”). GOD, Die in den hemel is, handelt gewoon logisch zó als die herder, die op aarde is, gewoon logisch handelt én, bóven dien, zó, in allen eenvoud en niet uiteen-, maar samenwerpend, beeld lijk, in een gelijkenis-uit-gelijkenis, GODS handelen tegenover de mensen be Licht. die “schapen” en die “bokken” zijn hiér “organische”, dit is levende tekens, beelden, en GODS handelen “letterlijk” interpreteren betekent de “gelijkenis” degraderen tot een zin loos “fabeltje”. het “laatste” oordeel (“wanneer de Mensenzoon in Zijn heerlijkheid komt, en alle engelen, -die in den hemel zijn,- met Hem,…zal Hij ze van elkander scheiden zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en bokken.”) licht voor ons op uit en in “een gelijkenis-uit-gelijkenis”. maar, schrijft marcus, alleen aan “de leerlingen”, dit is de “zieners”, de schouwenden en dichterlijk dichtenden, in wie de Heilige Geest her innert al wat Ik u heb gezegd, is het gegeven die gelijkenis te verstaan. niet aan de Pluizers.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
