|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Mensen zijn als redelijke, dit is met rede (verstand, intelligentie) begaafde wezens, gedacht, gewild en gemaakt. het verstand wordt denk-, eventueel kenvermogen genoemd, een vermogen van den geest om geest lijk te werken. mensen kunnen denken, de materie overstijgen en als het ware vanop de hoogte overschouwen. met al wat dat denken aan denken van, denken aan, denken over, nadenken, uitdenken, zich indenken, meedenken, verdenken…inhoudt. puur denken zou geen grond onder de voeten hebben, geen “stof” om mee te werken, buiten de werkelijkheid in het luchtledige zweven. zelfs “te veel denken” (denk aan de wijsheid van timmermans’ koe!) leidt al buiten de werkelijkheid.
mensen staan binnen de werkelijkheid, die hen doet denken van, denken aan, denken over, nadenken, uitdenken, zich indenken, meedenken, tot (iemand van iets) verdenken toe. dié “werkingen” van de rede, het verstand, de intelligentie, blijven, realistisch, bij de concrete werkelijkheid (de realiteit der dingen/res), behoeden voor in het abstracte verdrinken en maken de dingen kennen, dit is verstaan zó als zij waar lijk zijn, mogelijk. positief denken over denken betekent uit der aard in feite: denken zien als denken van, denken aan, denken over enz., deze werkzaamheden van den geest laten werken om tot verstaan van de dingen te komen en met ze te werken. precies dàt is de wijsheid van de filosofie: zij gaat niet in het luchtledige zweven, maar blijft met beide voeten –niét op platten, dit is louter materiëlen, maar- op ter bevordering van leven vasten grond. de werkingen van de rede zijn gericht op levenswijsheid, op hoé concreet wijs te leven. wat het woord intelligentie suggereert: de óns vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan de handen toevertrouwde dingen “lezen” om ze te kennen en “goed”, dit is wijs te gebruiken.
positief denken over denken betekent: het denk-/kenvermogen van den geest binnen het concrete, met de dingen zó als zij waar lijk zijn verbonden leven ter bevordering van het leven aan het werk zetten. dàn worden denken van, denken aan, denken over enz. een “zien” dat meer is dan het fysisch zien, een bron van levenswijsheid, inzicht-in-met-uitzicht-op. als binnen de schepping vóór ons én meteen voor ons geschapen, nemen de dingen het voortouw, laten zij zich onder door ons horen, zien en tasten en…geven ons te denken. meer dan voor ons lichaam en zijn noden zorgend, zorgen zij voor onzen geest op de wijze van hem “leren”, hem de ogen openen voor het voor de mensen levensnoodzakelijk meer dan materie. mensen zijn “levende wezens”: een onverdeelde en onverdeelbare éénheid van begeeste lichamen, die de geest als Adem van GOD met, maar meer dan het lichaam doet leven. “levende wezens”, die hij, óók na den dood van het lichaam, in leven houdt. uit dér aard overstijgen nadenken, denken over, denken aan enz. het in tijd en ruimte beperkte leven op aarde, laat staan op den platten grond, en tillen het op de hoogte van het on beperkte, de eeuwigheid; wordt het inzicht-in met uitzicht-op verrijkt, vergroot, verméérd. filosofie wordt schouwen.
de dingen zijn in wezen dichterlijk, geven tekens van met “HEMEL” verrijkte “aarde” af en porren de hen aanschouwende mensen tot schouwen aan.
dat, blomme, gij mij bidden doet,
en wezen zoo ik wezen moet;
aanschouwende en bevroedende in
elk uiterste einde ’t oorbegin,
den grond van alles; meer gezeid,
maar nog niet al: Gods eerstigheid!
schouwen betekent: van de ons te denken gevende dingen van de aarde (“elk uiterste einde”) naar den hemel (“’t oorbegin”) opstijgen; ongeremd, ongehinderd, vrij en vrolijk en tevreden over dit te denken geven nadenkend, denkend over, denkend aan enz. ingaan. het hoogste positief denken over denken is: het “werken” van het denk/kenvermogen zien als schouwen, als meer dan analyseren, abstraheren, experimenteren, construeren, redeneren. dit is in feite: als, zonder het bezig zijn met verwerven van inzicht in “de aarde” te vergeten, tóch, en bóven dien, “vervuld van de Heilige Geest” met het verwerven van uitzicht op “den HEMEL” bezig te zijn. wie, in het midden van het veld in de diepte van den hemel schouwend, zó over denken denkt, ervaart aan den lijve en in het diepste van den geest (de ziel): dat hij bestaat; meer nog: dat hij al van in het BEGIN bestaat en zal blijven bestaan tot in het UITEINDE.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
