|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Er is in de geschiedenis van de westerse beschaving een denkstroming te voorschijn gekomen die de denkers ervan, op grond van de rede (“la Déesse Raison”) en als tegenstelling tot “de duistere Middeleeuwen”, Aufklärung, Verlichting genoemd hebben. de rede was hun bron van licht: van inzicht in de dingen van het leven zoals zij die, rationeel, zagen. de rede moest de duisternis verdrijven en den zin van het leven ophelderen. de stroming bracht onder de leuze “Liberté, Egalité, Fraternité” de plots zo begeerde emancipatie (bevrijding van geestelijk slavendom en slaafse onderwerping van het verstand aan geloofsgeheimen) op gang, die “aarde” en “HEMEL” uiteenwierp, “de aarde” in den schijnwerper en “den HEMEL” in den schaduw plaatste, zo niet volledig wilde verduisteren. het bestaan van al dat leeft werd éénzijdig gezien, de rede vergoddelijkt, in feite verafgood en mystiek/dichterlijkheid werden door wetenschap vervangen. met als gevolg van dien: er is geen andere waarheid dan de wetenschappelijk gegronde en bewijsbare. het woord science was het toverwoord dat alle “problemen” van/in de wereld zou oplossen, het de mensen mogelijk zou maken “de aarde te veroveren”.
maar en tóch en zie: de feiten tonen hoe illusoir, utopisch, een dergelijke levens beschouwing is en blijft. uiteenwerpen resulteert noch in bevrijding, noch in gelijkheid, noch in broederlijkheid. integendeel. het werpt niet alleen den band tussen mensen en dingen uiteen, maar ook de éénheid in den mens en onder de mensen en meteen hun in het BEGIN ontworpen, hiér en nù in stand gehouden en tot VOL wassen bevorderde, en in het UITEINDE te VOLTOOIEN verbondenheid met hun Schepper. zich zó, dit is zich éénzijdig uit het Verbond terugtrekkend, emanciperend, verloor/verliest de mens zijn contact met de VOLLE werkelijkheid van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” en bleef/blijft hij alleen, en uit der aard eenzaam, achter. erger nog: zijn visioen verliezend, verwildert hij. men kan een dergelijke levensbeschouwing als onwetenschappelijk en uit der aard onrealistisch verwerpen, zich vrolijk over ze maken, meewarig op ze neerkijken of ze zelfs bespotten, want haar waarheid is inderdaad geen rationeel wetenschappelijk te achterhalen, maar een geloofs-, dit is te geloven waarheid. haar geheim is een geloofsgeheim. het geheim van een verlichting uit en in “het Licht der mensen, dat in de duisternis schijnt, maar dat de duisternis niet aannam/aanneemt”. met als gevolg van Dien: dat positief denken over verlichting verlichting ziet als inzicht-in de dingen van het bestaan uit en in het Licht Dat “het Licht der mensen” erop werpt; als goede vrucht van een “van de Heiligen Geest vervuld” verstand. “Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra. Amen.”: vroeger aan de universiteit door den professor bij het begin van de les gebeden gebed.
positief denken over verlichting tilt haar bóven den platten grond op de hoogte waar geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, in het verborgene, inzicht verworven wordt in het geheim van het Verbond lijk met “den HEMEL” verbonden en door “den HEMEL” opgehemeld “aards” bestaan. zij is onverdeeld “aards” én “HEMELS”. “aards” doordat het verstand bij het horen, zien en tasten der dingen nadenkt, over ze denkt, aan ze denkt enz., ze “wetenschappelijk”, dit is om ze, althans materieel, naar waarheid te leren kennen, benadert om ze naar waarheid ten leven te cultiveren en te gebruiken. “HEMELS” doordat dat zélfde verstand “van de Heilige Geest vervuld” wordt, bóven de materie der dingen uitstijgt en de in de materie der dingen verborgen naar den Schepper verwijzende “tekens” ontdekt, schouwt. dié verlichting is VOLheid van inzicht-in het “aardse” doordat het met uitzicht-op het “HEMELSE” verrijkt, vergroot, verméérd is. zij gaat uit van den helen mens, het door GODS adem beademd “levend wezen”, en omhelst den helen mens ten leven. zij cultiveert den tuin op de wijze van cultuur van het leven tegen een cultuur van den dood in.
de ironie van de Verlichting is: dat zij de rede, dat heerlijk aan den mens eigen geestelijk vermogen, zo on redelijk heeft ingezet dat haar bemoeiingen met het bestaan onvermijdelijk uitgelopen zijn op een drastische vermaterialisering ervan. wetenschap baarde techniek, en techniek baart een onlesbare dorst naar consumptie. vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid liepen uit op een ongebreideld, ongeremd en onteremmen liberaal individualistisch materialisme; schiepen een maatschappij waarin, grosso modo, partners for profit het voor het zeggen hebben, den trend bepalen en het grote woord voeren. met alle nare gevolgen van dien. op de eerste plaats verwildering van het volk doordat het alle positief denken heeft kwijtgespeeld en zijn visioen voor de producten van de Verlichting heeft verkwanseld.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
