|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
GOD openbaart zich aan de mensen makend en sprekend. de dingen der Schepping zijn wezen lijk vervuld van Zijn heiligen GEEST; en zó zijn het eerste en tweede BOEK. dit is: zij zijn beADEMde klei, door den “HEMEL” OP getrokken, verheven, veredelde “aarde”. in feite op GROND van als “werk van Zijn handen” heilige grond. zó makend en zó sprekend is GOD GEEST lijk zoals het in de oude mechelse catechismus stond “op alle plaatsen”: én in den hemel én op aarde. op aarde onder en met de mensen op de wijze van: dat Hij hoor-, zicht- en tastbaar via de dingen der Schepping en de woorden van de Schrift Zijn tent onder de onze heeft opgeslagen. dit is: dichterlijk aanwezig is.
de dingen zijn dichterlijk. dit is: vervuld van GODS GEEST doordat zij hoewel “stof” zijnd tóch geest lijk tekens van den GEEST afgeven. dichterlijk zijn is met “Teken”-waarde verrijkte tekens afgeven. de dingen der Schepping zijn geen platte materie, geen scheikundige formule, geen in abstracte begrippen te vatten (optesluiten) verschijnselen, maar meer dan, méér. zij zijn door GOD geboetseerde én beADEMde “levende wezens”, die uit dér aard tekens van hun MAKER afgeven en die voor dichterlijke mensen geheime lijk wonder lijk hoor-, zicht- en tastbaar, voel-, overdenk- en ver beeldbaar laten verschijnen. met als gevolg van Dien: dat dichterlijke, dit is van GODS GEEST vervulde mensen, niet alleen bekwaam zijn die tekens te zien, maar ze ook hoe dan ook, zij het vooral door het woord, te articuleren, een adekwaten vorm te geven. die tekens “dichterlijk te dichten”. dichterljk dichtenden zijn er altijd geweest, zijn er nog, en zullen er blijven zijn. zij funderen tegenover hun medemensen het historisch feit van de OORSPRONG lijke dichterlijkheid der dingen. hun poëzie is geen louter, oppervlakkig kneepje van het vak, geen louter oppervlakkig woordenspel, laat staan spel-met-woorden, maar getuigende openbaring van het onder ons werkzaam aanwezig meer dan, méér. de toetssteen van wat dichterlijk gedicht is, is dit méér, dit van GODS GEEST vervuld zijn en uit dér aard openbaren van GOD. van de scheppende LIEFDE. uit dér aard is dichterlijk dichten: scheppen op Ons gelijkend, de klei der woorden beADEMen.
het werk van de dichterlijk dichtenden onder ons is ons gegeven om de ons ingeschapen bekwaamheid tot dichterlijkheid voor teleurgang te behoeden en meteen te bevorderen. poëzie is een kostbaar tegengewicht tegen de in dit tijdje elken mens dreigende rationalisering van de ons omringende werkelijkheid, die er uit hebzucht (greed) en winstbejag op uit is de “levende” dingen tot louter “dode” stof te beperken, te ontgeesten, uiteentewerpen en ter consumptie tot nuttige voorwerpen te construeren. poëzie is de goede herder der dingen, koestert en bewaart ze in hun VOLheid van van geest vervulde, met Teken-waarde verrijkte tekens afgevende materie. teleurgang van dichterlijkheid in een mens en onder de mensen is een ramp, die de door den geest van den GEEST opgerichte mensen weer tegen den platten grond drukt en tot kruipen dwingt. dichterlijkheid, en bovendien bekwaamheid tot dichten, houden een mens overeind en bevorderen zijn tot “een levend wezen“ VOL wassen. zó dat de ingeschapen dichterlijkheid “bewaren” en “bewerken” een dringende opgave van elken mens is en blijft.
het andere geschenk (niet van de goden, maar) van GOD is het eerste en tweede BOEK, de SCHRIFT; als “woorden van eeuwig leven” is “wat er geschreven staat” wezen lijk dichterlijk. de dingen noemende en gebeurtenissen vertellende woorden stijgen boven de feitelijkheid uit, geven tekens van geest (menselijke wijsheid) én bóvendien tekens van GEEST (GODS WIJSHEID) af. die woorden zijn beADEMde klei (Godsspraak van Jahweh in den vorm van spraak van mensen), beGEESTe “letter”. GOD spreekt de mensen dichterlijk toe en aan. dit is: de wijze van de mensen beminnelijk respecterend, laat Hij Zijn onhoor-, onzicht-, ontastbaren GEEST voor hen via door hen hoor-, zicht- en tastbare, en meteen voel-, overdenk- en ver beeldbare dingen te voorschijn komen. water, wolken, een wijnstok, een ceder, een vijgeboom, een slang, een lam, een mus, een leeuw, een herder, een wijngaardenier, een visser een koning enz. enz. openbaren op de wijze van tekens-met-Tekenwaarde afgevend niet alleen wat menselijk wijsheid, maar bóven dien wat GODS WIJSHEID is. dit bevestigt: dat mensen met de hen van alle andere dingen der schepping onderscheidende bekwaamheid van voelen, denken over en verbeelden begaafd zijn om dichterlijk be- en ontroerd, in het midden van het veld in de diepte van den hemel schouwend, GODS GEHEIM zó als HET hun in de SCHRIFT te horen, te zien en te tasten wordt gegeven enigszins, genoeg om er VOL van te leven, te HOREN, te ZIEN en te TASTEN. met als gevolg van Dien: dat het n”lezen” van de SCHRIFT een dichterlijke bekwaamheid en dichterlijke instelling veronderstelt. dit is: de bekwaamheid om in de “letter” den GODS GEEST “tonenden” geest te ontdekken, optedelven. het geheim van de SCHRIFT “zweeft”, als een ons verstand verbazend, zoniet verbijsterend, en tóch ons boeiend wonder, op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond en geeft zich prijs aan diegenen die hun dichterlijkheid hebben bewaard of opnieuw gevonden. de SCHRIFT “lezen” doet een mens op een heel andere, een àndere wijze dan hoe hij alle andere woorden leest. zijn “lezen” is in wezen een “lectio divina”, een “meditatio”, een “schouwen”, een bidden. een “dans la solitude et le silence du désert” vervuld worden van GODS Heiligen GEEST”, en meteen van een niet in woorden te uiten vreugde, vrijheid en vrede. “Et ceux-là seuls le savent qui l’ont goûté.”.
de gave der dichterlijkheid is een gave van den Heiligen GEEST. zij tilt een mens bóven de materialiteit van “het beest” (la bête) uit en verrijkte hem met het engel-achtige van “den engel” (l’ange). want dichterlijkheid is een teken van geest, van “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is. zij maakt een mens bekwaam voelend, denkend over en ver beeldend zijn horen, zien en tasten intehalen en zó de VOLheid van de Werkeljkheid, van het VISIOEN van de onderdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” te HOREN, te zien en te TASTEN. zó zijn menselijke wijsheid met GODS WIJSHEID te verrijken, vergroten, en vermééren.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
