|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De VOLLE werkelijkheid is een bewondering waardige uitwisseling tussen “HEMEL” (GOD) en “aarde” (De schepping). de aarde is de natuur lijke plaats van de mensen, “daar God hen eens te willen koos”. bovendien zijn de mensen met vermogens begaafd die het hun mogelijk maken dit ongehoord feit te “weten”: zich ervan bewust te worden en te zijn; het meer en meer te leren kennen en te smaken (zijn wonderlijke waarde te beseffen). de mensen zijn er op aarde op de hen verbazende, zo niet verbijsterende, maar, en tóch, en zie wonder lijk boeiende wijze van uit en in GODS iniatief geheime lijk wonderlijk door een Verbond met Hem verbonden. uit dér aard zijn de mensen binnen de schepping “een uitverkoren volk”, “het volk van GOD”. zij zijn het geheim van GODS GEHEIM, wezen lijk een geloofsgeheim, dat hun als te geloven aangeboden wordt. bovendien wordt het hun op grond van een hun door GOD speciaal gegeven vermogen mogelijk gemaakt wordt het te geloven. in feite te ZIEN. met als gevolg van Dien; dat in GOD geloven de VASTE GROND is van, “de goede grond” waarin hun bestaan op aarde tot VOLheid kan wassen, met Inzicht in hun bestaan op aarde én Uitzicht op den hemel van begin naar einde verlopen. dit is: de onverdeeldheid van hun er zijn op aarde om er uiteindelijk te zijn in den hemel te “bewaren”; op aarde al te leven zó als in den hemel.
hun eerste ervaring is die: dat zij op aarde zijn met alle gevolgen van dien. zij horen het, zien het, tasten het met de hun ingeschapen zintuigen, gaan het dank zij hun geestelijke zientuigen voelen, erover denken, het ver beelden en de aarde met de opgedane kennis ervan om te leven bewerken. vooreerst hun stoflijke noden bevredigen: ademen, bewegen, eten, drinken, zich tegen koude en hitte beschermen, een dak boven het hoofd bouwen, zich voortplanten. het ziet er op het eerste gezicht allemaal dier lijk uit, een gedrevenheid om te overleven, die soms geen maat kent en aan “het beest” in ze herinnert. maat houden echter verwijst naar den geest in ze, die de dier lijke driften verredelijkt, veredelt en vermenselijkt. het geschieden van de mensen, hun geschiedenis, toont dat de mensen zich op grond van de geestelijke vermogens in ze ervan bewust geworden zijn dat zij er zijn om -niet als dieren, maar- als mensen op aarde te leven, hun bestaan en meteen hun omgeving te beschaven, te cultiveren. bijbels uitgedrukt: den hun gegeven tuin bewarend te bewerken. in feite betekent dit: het dier lijke (“het beest-achtige”) uitdrijven en het mens lijke (het geest lijke, engel-achtige) invoeren en bevorderen. voor een mens betekent leven niet alleen lichaam lijk, maar bóven dien geest lijk overeind komen: zich van het kruipen over den platten, louter materiëlen grond afzetten en zich naar de hoogte van den geest verheffen. “vliegen”. zijn “vleugels” zijn: een gemoed, dat hem beweegt (emotie) met het hart bij de dingen te zijn (het “goede” natestreven); een intellect, dat hem drijft over de dingen te denken, ze te “lezen”, bewerken en gebruiken zó als zij zijn (de “waarheid” onderkennen en respecteren); een verbeelding, die het hem mogelijk maakt in de “stof” de tekens van den “geest” te zien en ze te articuleren, een adekwaten, kunstzinnigen vorm te geven (“schoonheid” te scheppen). dàt is de realiteit waartoe elken mens OORSPRONG lijk geroepen, de opdracht die hem gegeven is en waartoe hij de middelen gekregen heeft om ze te vervullen. zichzelf verwezenlijken is overeind komen, van het “beest”-achtige in hem naar het “engel”-achtige overgaan en zó VOL wassen.
wie dit proces (deze voortgang) benadert om het scherper te bekijken, herkent een geheim dat groter is, hem overstijgt, hem bewust maakt van een Werkelijkheid die groter is dan lichaam en geest en die Zich laat kennen door de Stem Die vanuit dit proces tot hem spreekt. de Stem uit den hemel, van een VADER SCHEPPER, een ZOON VERLOSSER, een GEEST VOLTOOIER. zó dat hier op aarde voor die ongehinderd, ongeremd, vrij en vrolijk de innerlijke bewegingen van zijn mens-zijn-zó-als-hij-is volgt, “de hemel opengaat” en leven gaat betekenen: op aarde door “den HEMEL” opgehemeld; op aarde zó als in den hemel. laat GOD een mens om zijn opdracht zó als het hoort te kunnen vervullen het wezen van “de aarde” en van zijn op aarde zijn kennen, bóven dien laat Hij hem het wezen van “den HEMEL” en het zó als in den hemel kennen. om beide vrij, en vrolijk en te vreden te beleven.
dit is: niét als “bête”, noch als “ange”, maar onverpoosd onverdroten het “beest-achtige” uittedrijven en het “engel-achtige” intevoeren en te bevorderen. het “aards” bestaan met “den HEMEL” te verrijken, vergroten, vermééren, optehemelen. concreet: enerzijds het “aardse” niet te negeren maar het origineel (OORSPRONG lijk) bewarend te bewerken “in dienst van de, op aarde zijnde, mensen; anderzijds dit “aardse” van den geest, méér nog, van den Heiligen GEEST te vervullen, te verVOLLEN. het geheim van den zich van zijn wezen lijke identiteit en waarde bewust geworden en ze enthoesiast nastrevenden mens is zijn ongeremd ongehinderd deelnemen aan die bewondering waardige uitwisseling tussen “stof” en “geest”, méér nog, tussen het mens lijke in hem en het GEEST lijke, tussen Schepping en SCHEPPER. zó doende wordt een mens langzaam wijs met een wijsheid die van GODS WIJSHEID is; wordt hij, is en blijft hij zichzelf, zó als hij origineel (OORSPRONG lijk) is. uit dér aard tilt hij al wat hij hoort, ziet en tast, datgene waar hij met het hart bij is, dat hij overdenkt, dat uit de tekens in de dingen in hem opklaart, al wat hij uitspreekt (articuleert) en doet, op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van het geheim, méér nog, van de geloofsgeheimen. dit is: verVOLt hij al dat horen, zien en tasten enz. met geloven in het geloofsgeheim bij uitstek: het GEHEIM van GOD, Die “de HEMEL” in den hemel is. zijn gemoed wordt enthoesiast; het werken van zijn intellect een veredeld denken over; van zijn verbeelding een geheime lijk wonder lijk zien van tekens-met-Tekenwaarde en uit der aard ver beelden; zijn woord poëtisch, dichterlijk dichten; zijn handelen een scheppen-op-Ons-gelijkend, al goed doend rondgaan. zó bewoont hij de aarde en maakt ze voor alle mensen bewoonbaar
dit is geen wishful thinking, geen “droom”, geen utopie, maar een reële realiteit, waarvan de voorbeelden van ongewone gewone, begenadigde, geheiligd heilige mensen, al hebben zij meestal in het verborgene, in de stilte in stilte plaats en halen zij uit der aard de media niet, onder ons legio zijn. AMEN. amen, en daarmee uit.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
