|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Roven betekent: stelen, zich iets van anderen gewelddadig toeëigenen. zie: roofdier, roofvogel, roofbouw, rover, rooftocht, beroving, roofoverval enz. enz. al die woorden liegen er niet om.
roven is onder de mensen al van in den beginne een feit geweest, is het nog, en zal het wel blijven. motivatie (wat een mens ertoe “beweegt”) blijkt veelal te zijn: af gunst, hebzucht, wraak, machts vertoon, eventueel nood, en andere. meestal heeft (be)roven, al raakt het ook den geest, betrekking op het materiële: bezittingen als voedsel, een portefeuille, een fiets, een auto, een pelsmantel en zomeer. maar het kan ook op het geestelijke, zij het dan ook met materiële gevolgen, gericht zijn: een goeden naam, een reputatie, vrijheid, vreugde, vrede, rust en gerustheid, vertrouwen, ideeën over en geloof in, kortom de ziel.
algemeen menselijk wordt aangenomen dat een rover niet deugt, den persoon en de gemeenschap schaadt, on rust en on vrede veroorzaakt, angst (terreur) zaait, zo niet levensgevaarlijk is. en uit der aard past hij niet in een evenwichtige maatschappij, in een eerlijk(e), de aarde bewoonbaar makend(e) milieu, beschaving en cultuur. een rover is “onkruid” tussen de “tarwe”, kàn en moét zelfs “geduld”, maar zal uiteindelijk “in de oven verbrand” worden. want op aarde leven betekent tenslotte met de spanning tussen “goed” en “kwaad” geconfronteerd, “beproefd” om door het kiezen van het leven als goud in den smeltkroes gelouterd worden. wit glanst nog witter op een zwarten achtergrond. en omgekeerd komt zwart scherp uit op een witten.
er is het evangelisch verhaal van een door rovers overvallen, uitgeschudden en als dood achtergelaten “reiziger”. dat verhaal is “een gelijkenis”, méér, meer dan een “anekdote”. uit dér aard worden het samengaan en de samenhang van die rovers, dien reiziger en dat overvallen, uitschudden en als dood achterlaten (en meteen de barmhartigheid van den ook in het verhaal voorkomenden samaritaan) een teken (beeld), meer nog, een met Tekenwaarde verrijkt teken. het materiële “feit” wordt ver”geest”lijkt, een teken van overvallen, beroven en levensgevaarlijk toetakelen van de ziel. de “reiziger” is wezenlijk “de naaste”, de in de wereld bedreigde mede mens, die, gelukkig maar, door een “barmhartige samaritaan” gevonden en ter genezing verzorgd wordt.
de ergste bedreiging in de wereld is die van: door “rovers” beroving van de ziel op de wijze van haar geestelijk bevangen: chanteren; morelen druk uitoefenen; be schuldigen; be angstigen; verwarren; beliegen en bedriegen; verduisteren van GODS geloofsgeheimen en ontvreemden van geloven erin, met uit der aard het wegnemen van Uitzicht-op.
het is een feit dat uit en in een eenzijdige rationalisering van de werkelijkheid zó als zij OORSPRONG lijk is, en meteen uitwissen van het dichterlijke in dingen en mensen, de geloofsgeheimen onder zwaren druk gezet worden. met als gevolg van dien: twijfel eraan, wantrouwen ertegenover, zo niet radicaal verwerpen ervan. ongeloof. gewone, argeloze, zogezegd naieve, ongeëmancipeerde, onvrije, niet van “onze tijd” zijnde mensen worden in een hoek gedrongen, in de duisternis van den nacht opgepakt, gegeseld, met doornen gekroond en op allerlei wijzen gekruisigd…tenzij zij -zonder te merken dat zij overvallen zijn, uitgeschud en halfdood achtergelaten- hun natuur lijken weerstand opgeven, met de wolven in het bos gaan meehuilen en zich bij de meute voegen, met de ‘rovers” rovers worden, hun ziel voor dertig zilverlingen (den prijs voor van “onze tijd” te zijn) verkopen.
ach die zeggen: “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren!”, “Zijn ook wij soms blind?”; “Wij herinneren ons dat deze bedrieger toen hij nog leefde gezegd heeft: Na drie dagen zal ik verrijzen.”, en zó doende de weerloze argelozen (zie breughels dramatisch schilderij der blinden) in den diepen kuil meetrekken. alleen de barmhartige samaritaan gaat niet onverschillig aan hen voorbij, onderbreekt zijn reis en bekommert zich om hen: verzorgt hun wonden, neemt hen mee, brengt hen ter genezing in den herberg onder en belooft de onkosten te vergoeden. de barmhartige Samaritaan, die komt en gaat, plots verschijnt en even plots verdwijnt. maar, en tóch, en zie: Zijn werk heeft gedaan
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
