|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Hier een staaltje van de “helderheid” van in de kranten uitpuilend journalistiek geschrijf: “Maar vandaag is senator Jacinta De Roeck (vroeger Agalev, nu SP.A) officieel geschrapt uit het doopregsister.” (Het Nieuwsblad d.d. 23 januari 2OO6). hoe dàt te lezen? bedoelt de schrijver van deze woorden dat zij zich zélf heeft laten schrappen? of dat de pastoor van de kerk waar zij gedoopt werd, haar uit het doopregister heeft geschrapt? of is het een rethorisch-literaire figuur, een “beeld” van dat zij niet langer “gedoopt” is en in de ogen van het volk dat haar gekozen heeft, niet langer tot de katholieke kerk behoort? en als het een “beeld” is, wat heeft dat dan om het lijf en wat heeft de schrijver ervan op het oog? rara. in elk geval: dat zij gedoopt werd en is, is blijkbaar een feit. en dat iets dergelijks geschreven en lezers te lezen gegeven wordt, geeft die de waarheid in hun leven waarderen, eren en nastreven, te denken. in casu te reflecteren over dit feit, het register waarin het als echt gebeurd en eventueel als bewijsakte ervan dienend opgenomen werd, en of het geschrapt kan worden.
een feit is een feit. het is er, en het blijft er. een feit kan vergeten en vergeven, weggemoffeld, verborgen, verdraaid enz, maar kàn niet uitgewist, niet geschrapt, niet als was het er nooit geweest voorgesteld worden. het is wel goed-, maar niet ongedaan te maken. vandaar de “ernst” van wat een mens of mensen doen. de “ernst” van -hetzij door toedoen van de ouders of op eigen houtje- gedoopt zijn of zich zélf laten dopen. het doopsel is wezen lijk “een-eenmalig-onuitwisbaar-teken”, en gedoopt zijn een eenmalig onuitwisbaar feit.
feiten worden door de mensen vernoemd, krijgen een naam en kunnen als deel uitmakend van een persoonlijke of algemene geschiedenis opgetekend worden. de grote vraag is: of dat objectief, dit is zó als het was of is, verteld of geschreven wordt. en hier nijpt het schoentje nogal eens. het valt, gezien de feiten, ernstig te betwijfelen of vertellers of de media dat inderdaad doen. of de schrijvers of de nieuwsmannen en -vrouwen, ook al beweren zij het uit betrouwbare bron vernomen te hebben, de waarheid respecterend, meer nog diep innerlijk van de waarheid houdend en niets dan de waarheid te willen verkondigen, de waarheid brengen. wat heeft een dag-, week- of maandbladlezer, een luisteraar of kijker eraan wanneer hem onjuiste, onware feiten -die hij dan zelf voortschrijft of -vertelt- voorgeschoteld worden? en wat heeft de cultuur van een gemeenschap eraan? te meer daar het een feit is dat de media, on-, onder-, of bewust, niet zozeer op de waarheid der feiten belust zijn, maar veeleer op succes bij hun publiek, op adembenemende lees- en kijkcijfers; dat zij, gehaast, op eerstigheid azend, inderhaast bladen en teeveeuitzendingen volproppen met een onoverzienbare hoeveelheid hun publiek overdonderende, van her naar der springende mededelingen. zoek de speld van de waarheid maar in een hooiberg van hier dit en daar dat. wat moet, in casu, de senator zélf dan wel denken van dat, “letter-” of “figuurlijk”, wie zal het zeggen? “vandaag officieel uit het doopregister geschrapt zijn”? of beaamt zij het als een in vlaanderen politieke, verkiezingscijfers bevorderende stunt? de waarheid is de lezers onthouden en zal wel nooit, zoals het met zoveel, zo niet de meeste dingen gaat, vrijgegeven worden. te meer daar het om een te respecteren privézaak gaat, die liefst niet aan uitgehongerde (nieuws-)gieren aftekloven gegeven wordt. ach, de waarheid: een lief, on schuldig en argeloos kind (“komt hier mijn knappe kerel!”), dat door de “schalkaards” schaamteloos voor schut gezet, belachelijk gemaakt en als “in onze tijd” naief en niet ter zake zijnd afgedaan wordt. want wat er geschreven, verteld en getoond wordt “is schoon genoeg,/ maar ‘t heeft zulke heete pootjes.”
het huwelijk van een man en een vrouw, de geboorte van een kind, eventueel zijn doopsel, worden enerzijds staatlijk “officieel” en kerkelijk liefdevol geregistreerd, een een daartoe aangelegd register geschreven. nu is het eigen aan wat geschreven staat: dat het bv in een brand of zo verloren kan gaan, maar ook geschrapt kan, de woorden uitgewist kunnen worden. zelfs “officieel”. zó dat de “zaak” zogezegd als niet langer bestaand, zo niet als nooit bestaand hebbend “vergeten” moet worden en liefst wordt.. maar, en tóch, en zie: hoe men de dingen ook draait en keert, dat huwelijk was een feit, en blijft het; die geboorte was een feit, en blijft het; dat doopsel was een feit, en blijft het. dat huwelijk kan niet geschrapt, de geboorte van dat kind evenmin, en evenmin het doopsel van de senator. mensen kunnen verlangen, ja willen dat zij geschrapt worden, “vergeten”, in den doofpot gestopt; zij kunnen scheiden, het kind ombrengen, hun doopsel verloochenen. en dat gebeurt. maar het reemde van die dingen is de hardnekkigheid waarmee zij altijd weer als “merkteken” tevoorschijn komen. want er is iets heiligs aan, iets dat het “aardse” overschrijdt omdat het van den hemel is. het geheim van dié dingen is een geloofsgeheim, dat aan alle wikken en wegen van mensen weerstaat en niet uitgewist kan worden. een geheim dat in het hart van het geheim mens op de wijze van “door Gods vinger in steen gebeiteld” geschreven staat. in feite is die dingen schrappen een on-, onder- of bewuste profanatie van het heilige, een heiligschennis. wat in een cultuur van den dood, in een langzaam geprofaneerde, neoheidense gemeenschap voor die, om welke, soms futiele reden dan ook, er achter staan, niet langer een zorg zal wezen.
precies dààr ligt de knoop. dergelijke feiten leggen het verlies van den zo heerlijken zin-voor-het-geheim in met zulke heerlijke gaven als hart, verstand en verbeelding begaafde mensen bloot. door het “aarsde” behekst, verliezen zij én het Inzicht in én het Uitzicht op “den HEMEL”, zó dat voor hen een huwelijk, de geboorte van een kind, het doopsel in de kerk niets meer met “den HEMEL”, de Schepping van GOD den VADER en Zijn Verbond ermee, Die die dingen met een kostbare méérwaarde, VOLLEN zin verrijken, te maken hebben., in feite tot “stof van de aarde genomen” vernederd worden. geloven in en leven van de geloofsgeheimen waarin GOD Zich beminnelijk menslievend aan de mensen openbaart humaniseren de mensen hoogst en diepst, langst en breedst, humaniseren (veredelen en verfijnen) hun zintuiglijk waarnemen, voelen van, denken over, verbeelden, spreken en doen, tillen ze op de hoogte van door GODS Adem (Zijn Heiligen heiligenden GEEST) beademde “levende wezens”. GODS Heilige GEEST, bron van “goeden” geest in de mensen, veredelt en verfijnt hun huwelijk, hun verwekken van kinderen, hun gedoopt (in Christus “gedoopt”, van Hem “doordrenkt”) worden, zijn en blijven. door het doopsel geheime lijk wonder lijk, op Uw woord (“…en doopt hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”) “ingestort” geloven redt de mensen: drijft den hen vernederenden “bozen” geest in ze uit en vervult hen van den “goeden” geest, die hun VOL mens worden, zijn en blijven invoert en bevordert.
dàt is in vele mensen, mensen who care and are lucky een feit. een niet te vervormen, verdraaien, noch uittewissen of te schrappen merkteken. een watermerk, dat hun authenticiteit van “door Gods hand uit klei geboetseerd en door Zijn Adem beademd levend wezen” bevestigt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
