|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Uit de geschriften van vele door hun ervaringen bewogen dichterlijk dichtenden blijkt dat authentiek, van “goeden” geest vervuld schrijven betekent: wat uit luisteren naar gehoord, naderen om scherper toetekijken gezien, met fijngevoelige vingertoppen getast wordt met betrekking tot de ons op aarde met ons bestaan erop verbonden omringende dingen van beneden én ons bestaan verVOLlende dingen van bóven ver woorden. dit ver woorden blijkt gedragen te zijn door een ons tot conspireren aanmoedigend inspireren, dat de grond is van dat vreemde, intrigerende niet kùnnen niét spreken over. inzicht in mensen en dingen maakt ons wijs; kunnen spreken maakt ons tot dichtenden. met als gevolg van dien: dat een authentiek schrijver naar zijn wijze op zijn wijze én een vriend van de wijsheid (filosoof) én een vriend van het woord (filoloog) is.
vriend van de wijsheid. dit is: én een als vriend van de waarheid in het midden van de waarheid staande, én een als vriend van niet alleen zijn eigen leven, maar ook van dat van al dat leeft, in het midden van het leven staande levende. een langzaam, stap na stap, voetje voor voetje wijs wordende, zijnde en blijvende wijze staat wezen lijk als vriend van het leven in het midden van het leven, is, VOL wassend levend, een VOL wassend “levend wezen”. een wijze wordt al levend wijs. dit is: uit contact, aanraking van en geraakt worden door al wie en wat hem omgeeft, wat er is en wat er gebeurt, lerend, inzichtlijk wat het leven bevordert of het leven beschadigt (her)kennend, het ten dode “kwade” uitdrijvend en het ten leven “goede” kiezend. zijn geheim reikt tot in het geheim van het leven, dat wezen lijk het GEHEIM van GOD, van den het leven scheppenden LEVENDEN is. uit dér aard stijgen zijn filosoferen en meteen zijn filosofie boven het plattegrondse, het louter mens lijk, louter humanistisch, louter op “de aarde” gericht denken uit. zijn denken is een door de werkelijkheid gevoed denken over die werkelijkheid, meer nog: het is schouwen: uit Zijn VOLHEID ontvangend de ene genade na de andere doordringen tot den in de werkelijkheid geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, verborgen geborgen geest, die op aarde een vonk van den Heiligen GEEST van GOD den VADER SCHEPPER en GOD den ZOON VERLOSSER, Die in den hemel zijn, is. mogen kunnen schouwen betekent visonair, van buiten naar binnen kijkend, getild worden op de hoogte van het geheim van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL”, waarbinnen de aarde verschijnt als opgehemelde “aarde”. uit dér aard is zijn filosofie méér, meer dan filosofie: een wijsheid wier geheim deelheeft aan het GEHEIM van GODS WIJSHEID. een wijsheid die de werkelijkheid HOORT, ZIET en TAST zó als zij is: een VOLheid van door “den HEMEL” verrijkte, vergrote, verméérde “aarde”; met Uitzicht-op verrijkt Inzicht-in; een wetenschap die reikt tot in het BEGIN en tot in het UITEINDE. met als gevolg van Dien: dat de woorden van den vriend van dié wijsheid “woorden van eeuwig leven” zijn. dit is: van eeuwig leven vervulde het eeuwig leven articulerende woorden; woorden van een vriend van het woord. én het WOORD.
vriend van het woord, en uit der aard van de woorden: van de welsprekende van de gesproken of van de welgeschreven van de geschreven taal. woorden zijn in se on schuldig, objectief: zij benoemen de dingen zó als zij zijn. mensen daarentegen zijn in het gebruik van de woorden niet altijd on schuldig, niet altijd objectief, en kunnen uit der aard de woorden van hun objectiviteit beroven en door mensen in dienst van hun eventuele subjectiviteit gedwongen, dit is verdraaid worden. mensen zijn echter ter wille van hun heerlijke geestesgaven en luisterend naar den hun ingeschapen “goeden” geest verplicht de woorden te respecteren, met ze niet te doen wat men wil. in feite, intens aandachtig naar den geest in ze luisterend, aan ze te gehoorzamen. de vriend van het woord luistert intens aandachtig naar de hun oorspronkelijk, van oudsher uittedrukken gegeven in ze verborgen geborgen betekenis. zo drukt gewoon het woord betekenis uit: dat het een teken geeft van wat het genoemde ding of de genoemde gebeurtenis in feite zijn. zo overstijgtt een wending, een uitdrukking, een wijze van spreken, als bv. iemand de loef afsteken, de “letter” erin en drukken die woorden op grond van gelijkenis iets “geest” lijks uit. wat er op wijst dat mensen meer zijn dan louter lichaam (“stof”, “letter”) en, doordat zij bekwaam zijn in de stof lijke dingen den geest te ontdekken, het dichterlijke in ze te zien, bekwaam dichterlijk naar de hoogte van den geest optestijgen. de vriend van het woord. er is een geheime lijk wonder lijke bewondering waardige uitwisseling tussen de dingen, de mensen en de woorden van de mensen voor die dingen. taal is als “levend wezen”, “levende” woordschepping en -gebruik, wezen lijk meer dan etiket, formule, code, een amalgaam van abstracte begrippen. taal is wezen lijk dichterlijk, schepping, “beademde klei”, een vogel die vliegt. en precies de vriend van het woord, van de taal, is de titelverdediger van het woord, van de taal. hij spreekt of schrijft scheppend, dubbel zinnig, de “letter” op de hoogte van den “geest” tillend. en hij geniet ervan, wordt van vreugde vervult om elk “geestig” woord dat hij hoort/leest, of zelf “vindt”. want inderdaad hij fabriceert het dichterlijk woord niet, knutselt het zelf niet in elkaar, maar “vindt” het doordat het dichterlijke in de dingen hem vóór de voeten en aan de voeten gelegd is, én aan zijn handen toevertrouwd om het te articuleren, op de wijze van dichterlijke dichtenden intens aandachtig, met het hart er bij aanwezig en creatief een gepasten vorm te geven. het geheim van den vriend van het woord is wezen lijk het geheim van een dichterlijk dichtenden: dàt en hoé hij, hartelijk, denkend over, op grond van zijn verbeelding ver beeldend, de tekens in de dingen ziet én dàt en hoé hij ze “vormt”. zó zijnde en zó doende is hij een vreemde filoloog: een “levende”, meer dan een “wetenschappelijke”, een voor de VOLheid der werkelijkheid sensibele, die VOLheid inziende en ver beeldende mens (“beADEMde klei, een levend wezen”). een vriend van de “goed”heid, de waarheid, de schoonheid van al dat leeft, en waarvan hij weet dat het hem beminnelijk menslievend vóór en aan de voeten wordt gelegd én aan de handen toevertrouwd. een vriend en promotor van het leven. “bij Gods genade” op zijn minst een dichterlijke, en, if he is lucky, bovendien een dichtende. een welsprekende goed schrijvende “schrijver.”. en als dusdanig een weldaad voor de gemeenschap.
dergelijke “filosofen-filologen” werden doorheen de eeuwen waarin menselijke cultuur zó als de graankorrel “als vanzelf” kiemde en rijpte, geboren en worden dat nog, schreven en schrijven nog. naar hen luisteren, hen benaderen om scherper toetekijken, den vinger in hun werk steken verrijkt den “lezer” met “goed”heid, waar- en schoonheid, die niet voorbij-, niet verloren gaan, a joy for ever zijn. en precies het ervaren van dié vreugde is een helder teken van verwantschap, van vervuld zijn van den zelfden “goeden” geest, die de aarde voor alle mensen op geheime lijk wonder lijke wijze, in feite op Uw woord, VOL bewoonbaar maakt
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
