|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Er is een man, die de eerste veertig jaar van zijn leven met beide ogen zag. gewoon, zal men zeggen. en inderdaad: men is dit verschijnsel zó gewoon, dat niets ermee aan de hand blijkt te zijn tot er iets aan de hand. is. een “accident”, een vreemde “gewaarwording” bij het zien, die achteraf door een oogarts als “loskomen van het netvlies in het linkeroog” geconstateerd en bevestigd wordt. het linkeroog is “dood”, en een operatie verhelpt er niets aan, want “mislukt”. bovendien wordt de mislukking “verzwegen” en door verwoede pogingen om ze rechttezetten “verdoezeld”. feit is: dat de man via het rechteroog ziet, maar als hij dit met de hand bedekt, niet ziet; dat hij zich voortaan met dat ene oog verder moet behelpen. en dat, zonder er veel over te piekeren doet en de kleine erdoor veroorzaakte afwijkingen op den koop toe erbij neemt. tot nu toe drieënveertig jaar lang. wel werd dat “levend” oog vierëntwintig jaar na de operatie door een cataract aangetast en werd zijn zien wazig. een nieuwe operatie was aangewezen, waaraan hij zich zonder angst overgaf. en zij “slaagde” perfekt. dit is: hij zag weer helder,“en, daar hij vroeger bijziende was, nù vér, verder dan hij ooit had gezien. en verder tot nù toe. feiten zijn feiten. maar blijkbaar méér. meer dan wat zij op het eerste gezicht theoretisch en practisch te zien geven.
plots wordt gewoon zien als on gewoon ervaren. als mógen kunnen zien. plots wordt de waarde van zien als waarde gezien, begrepen, gewaardeerd, dankbaar aanvaard en leert zij danken. die man heeft zes kleinkinderen. toen die geboren werden en uit der aard nog niet konden zien, plaagde hem de mogelijkheid dat zij nooit zouden zien en ademde hij weer opgelucht toen men hem vertelde en hij zelf zag dat zij zagen. anderzijds begon hij het lijden van ongeneeslijk nauwelijks nog zienden, blind geboren of blind geworden mensen te beseffen en hoe, althans lichaamlijk, hulpeloos zij en wij ertegenover staan. de ogen openen en zien is, samen met alle andere zintuigen, met de geestelijke gaven van gevoelig zijn voor, denken over en verbeelden, een kostbaar geschenk, een “grote daad van de Heer”. zó als mensen verlossen, bevrijden op de wijze van lichaamlijk én geestelijk blinden, doven, stommen, verlamden, bezetenen genezen en doden opwekken een grote daad van den HEER is. want Hij “vergeet” niet letterlijk mógen kunnen zien optetrekken tot de hoogte van geestelijk te mógen kunnen zien. een kostbaarheid bóven de andere; een Schat in een aarden kruik.
letterlijk mógen kunnen zien maakt een mens uiteindelijk bewust van de weelde van geestelijk te mógen kunnen zien. dit is: bekwaamheid tot zien van de dingen die van bóven zijn (“quae sursum sunt”). jezus genas niet alleen bartimeüs, maar ook matheüs, zacheüs, maria van magdala. en zij bleven bij Hem. bij Dien zij mochten ervaren als “het Leven én het Licht der mensen”. Die uit dér aard niet alleen de ogen opende voor een intens aandachtig kijken naar de dingen van beneden (de leliën, de vogels, den vijgeboom, den wijngaard, brood en wijn en water, bergen, woestijn, meer van genezareth, jordaan enz.), maar ook, en bóven dien, naar de dingen van bóven: het geheim van wat zich 10 meter bóven den platten grond aan ons voordoet. die man gelooft in dít zien, het tweede gezicht. hij gelooft eveneens deel te mogen hebben aan dit tweede zien. en hij gelooft, door vele tekens ervan gesterkt, bovendien aan dit tweede zien deel te hebben mogen nemen en nog te mogen nemen. in feite te mogen zien en geloven in de GOD openbarende kracht van de tekens in de dingen, hun dichterlijkheid, die het mogelijk maakt “in gelijkenissen-uit-gelijkenis” te kunnen spreken, en de GOD openbarende kracht van wat er door GODS Heiligen GEEST geïnspireerd in het eerste en tweede BOEK geschreven staat en doorheen de tijden uit en in her innering door den zelfden Heiligen GEEST door mensen onthuld en ont vouwd wordt. GOD, “Mijn en uw Vader, Die in den hemel is.” en Dien uit dér aard geen mens op aarde ooit heeft gezien, toont Zich “van achteren”, geeft aan de mensen, die op aarde zijn, booms en bijbels tekens van Zijn wezen af, waardoor zij zich een “beeld” van HEM kunnen vormen. HEM naar hùn wijze op hùn wijze kunnen zien. dit is: in het verborgene, geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, HOREN, ZIEN. en TASTEN, AANVOELEN, DENKEN OVER en VER BEELDEN. het is een INZICHT in met UITZICHT op.
met als gevolg van Dien: dat hij zich, zó als het lelijke jonge eendje, doordat hij enigszins ànders hoort, ziet en tast, ànders aanvoelt, denkt over en ver beeldt, vreemd voelt in de bijt, door de eenden enigszins niet begrepen, niet ten volle aanvaard, zo niet uitgestoten. zijn gelijkgezinden zijn de dingen (“Hemel en aarde verkondigen Gods glorie.”); “de profeten” uit het eerste en “de leerlingen” uit het tweede BOEK; 0nze-Lieve-Vrouw; heilgen als, onder meer, augustinus, benediktus, franciscus, bernardus, bruno, jan van ruusbroec, johannes van het kruis, theresa van avilla; paus johannes paulus II, hiér en nù paus benediktus XVI; de monniken en monialen; en onder de leken “de monniken in het hart”. gelijkgezinden op GROND van “de hoogte en diepte, lengte en breedte van de gezindheid die eigen was aan Christus Jezus”. gelijkgezinden die zijn gezindheid door wat zij geschreven hebben of schrijven onverpoosd onverdroten als “goed”, als aar vol rijp graan van het tweede gezicht bevestigen. en uit dér aard gelooft en blijft hij, niettegenstaande het “her en der verergerend gerrebekken van ‘t vorschenvolk in ’t waterwied”, maar gelovend in het her inneren door GODS Heiligen GEEST, in zichzelf geloven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
