|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Waarden zijn: wat voor ons bestaan op aarde “goed” is, dit is wat het op de wijze van ontvangen en geboren worden voortbrengt, wat het optrekt en uitleidt, in stand houdt en bevordert. wat uit der aard de moeite waard is om “bewaard” te worden. “bewaren” mag gerust gezien worden als een teken van erkenning van, respect voor en dankbaarheid om de waarheid, GOD en menswaardigheid en waarde van die waarden. in feite: van het “goed” zijn van al wat er is en al dat leeft (GODS Scheppingswerk, den ons bewarend te bewerken gegeven “tuin” inbegrepen).
nu is er blijkbaar in en onder de mensen een neiging aanwezig om wat waardevol is materieel te bepalen, in “geld” omtezetten, en vertoont zich meteen het feit dat velen hun leven op de wijze van verzamelen van goederen, bezittingen, daarnaar richten alsof alleen dié het leven waardevol maken. materie (“stof”) drijft die “stof van de aarde genomen” zijn en “vergeten” dat zij meer zijn, méér, dit is bóven dien OORSPRONG en UITEINDE lijk “met Gods adem tot een levend wezen beademde klei”, indien zij niet op hun hoede zijn, naar materialisme. naar “veroveren der aarde”, de dingen die er op zijn rücksichtslos (zonder om-, scherp toe of vérder te kijken) naar hun hand zetten en schaamteloos (zonder blikken of blozen), liberaal individualistisch consumeren (“tot zich nemen”). want “Men moet van het leven hier op aarde, het enige dat men heeft, profiteren.”; “Pakt wat gij krijgen kunt!”; “Aprés nous le dèluge!”. op de keper beschouwd een heel beperkte levens beschouwing en wijze, met een mager, pover, dunnetjes, als zand tussen de vingers wegglippend resultaat als gevolg van dien.
waarden verrijken den helen, onverdeeld lichaam en ziel zijnden mens, in wien materieel bezit den geest moet dienen, want anders dient het tot niets. een mens wast VOL als hij de dingen der aarde niet alleen gebruikt om lichamelijk te groeien, maar bovendien, en bóven dien, geestelijk op de wijze van van den druk der materie bevrijd vrij, van de dingen genietend vrolijk en aan genoeg genoeg hebbend en er genoegen aan bebelevend te vreden. VOL wassen heeft plaats uit en in evenwicht tussen lichaam en ziel, “letter” en “geest”. een evenwicht waardoor/in de “geest” de “letter” doet leven. uit dér aard zijn dié vrijheid, dié vreugde en dié vrede grondwaarden, basics. en wie het leven van de mensen die hem omgeven, nadert om scherper toetekijken, ziét: dat die er in slagen tot dit evenwicht te komen en het te bewaren, -want in zich on uiteengeworpen, on verdeeld- diep, innerlijk, zich voltooid voelen en weten, en uit der aard gelukkig zijn; en dat die er, om welke reden dan ook, niet om geven en het zoeken en bewaren ervan verwaarlozen, -uiteengeworpen, in zich verdeeld- diep, innerlijk, zich on voltooid voelen en weten, en uit der aard ongelukkig zijn.
mag het gezegde “Vinum laetificat cor hominis.” niet geïnterpreteerd worden als: dàt en hoé de “stof” lijke dingen geestelijke dingen in den mens “wekken” (wakker maken), hem tot voelen van, denken over en ver beelden brengend bewuster, dit is op de wijze van “het beest” uitdrijvend en “de engel” invoerend, doen leven en hem precies dààr door opvrolijken? het is een historisch FEIT dat de dingen ons vóór en aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd zijn opdat wij ze zouden horen, zien en tasten, én, zó doende, emotioneel bewogen, tot denken over en ver beelden van gedreven zouden worden. opdat zij ons, ons naar hùn wijze op hùn wijze dienend, tekens van de geheimen van het leven afgevend, op die in wezen geestelijke geheimen zouden wijzen en meteen op waarden die rijker, groter, meer zijn dan “stof”. in feite “verschijnen” die geheimen via de dingen aan den mens, openen zij hem voor het “Plus est en vous.” en wordt hij uit dér aard op de eerste plaats door die geheimen geboeid. geheimen, die de waarde van de dingen bepalen en ze tot de waarden veredelen. zó verheugt het verschijnen van de sneeuwklokjes en de krokussen “als vanzelf” het hart van den in den winter naar de lente en den zomer verlangenden en uitzienden mens en woren zij waarden. dit is: geven zij tekens af van dàt en hoé het GEHEIM van GOD den VADER SCHEPPER van hemel en aarde, Die in den hemel is, aan de mensen, die op aarde zijn, oplicht op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond en worden zij met een toegevoegde waarde verrijkte, vergrote, verméérde waarden.
het geheim van de waarden is dat zij een ons gratuiet gegeven rijkdom zijn, die doordat hij in de mensen den rijkdom van GODS Rijk her innert, de mensen van hun identiteit van door GOD met Zijn GEEST beademde “levende wezens” zijn en dat hun waarden op aarde in feite opgehemelde, geestelijke waarden zijn, bewust maakt. dit is: ons doet “zien” dat de hoogste waarden die zijn die ons tot geloven in de ons door GOD booms en bijbels geopenbaarde geloofsgeheimen brengen en dit geloven bevorderen. ónze waarden op aarde zijn een afglans van de WAARDE (Weg, Waarheid en Leven) van GOD, Die in den hemel is. geloofsgeheim en meteen het geheim van die in GOD geloven op de wijze van naar HEM luisteren (naar “al wat Ik u -booms en bijbels- heb gezegd”), in HEM (SCHEPPER, VERLOSSER, inspirerenden GEEST) geloven en HEM (op de wijze van jezus CHRISTUS volgen.) volgen. welke ónze waarden zijn heeft jezus naar ónze wijze op ónze wijze concreet “getoond” (“Ik heb u een voorbeeld gegeven.”), voor ons door “de leerlingen” laten optekenen en ons te “lezen” gegeven. dit is: als WOORD voor de mensen, die met de gave van spreken begaafd zijn, verwoord. vandaar die wonder lijke bewondering waardige uitwisseling tussen waarden en woorden.
kunnen spreken (aan de dingen een naam geven die hun ware identiteit openbaart) en het spreken van anderen verstaan (hun woorden kunnen horen, de ware betekenis ervan aanvoelen, over ze denken en de tekens erin zien en verbeelden) zijn het geheim van de mensen, dat den vorm aanneemt van woorden, van taal. woorden zijn de de mensen gegeven en ons passende weg (wijze) om met elkaar te communiceren (sprekend en luisterend verzameld worden, samengeworpen). hun geheim is de waarheid van de werkelijkheid zó als zij is. en uit dér aard doet men met de woorden niet al wat men wil. woorden willen objectieve waarheid articuleren (een door ons te “lezen” en te begrijpen vorm geven). met als gevolg van dien: dat dit communiceren alleen waardevol en nuttig is als het binnen de waarheid plaats heeft; als het gesprek wezen lijk een samenspraak is.
ook dààr van heeft GOD óns via de woorden van het eerste BOEK én die van het tweede niet alleen een voorsmaak gegeven, maar heeft HIJ dàt bovendien als voorbeeld en richt lijn voor óns gegeven. de Schrift “toont” die Haar intens aandachtig, én met het hart én met het verstand én met de verbeelding erbij, lezen waartoe woorden in staat zijn: via waarheden de WAARHEID, het LEVEN, den WEG laten oplichten; onze waarden een door ons te voelen, overdenken en verbeelden vorm geven. en inderdaad: die zó de Schrift beluistert, staat verbaasd, zo niet verbijsterd, en wordt door de hoogte en diepte, lengte en breedte van die woorden geboeid. want zij openen hem voor, laten hem “zien” en “smaken” de grote daden van den HEER, en meteen de (anders noch te kennen noch te geloven) waarde van ons bestaan op aarde. die woorden verrijken ons met Inzicht-in én Uitzicht-op, bevestigen on verpoosd on verdroten de heerlijke waarde van ons leven niet alleen hiér en nu, op aarde, maar ook, en bóven dien, in den hemel.. geheim van die geloven.
archeologen, historici, exegeten leggen zich toe op de wetenschappelijke fundering van “wat er geschreven staat”. het is hun goed recht, en het helpt, zij het toch alleen maar deels, het verstaan. want het VOLLE verstaan is het werk van GODS Heiligen GEEST, Die de woorden ervan niet alleen geïnspireerd heeft, maar ook hun VOLLE betekenis her innert. geloofsgeheim. want hun VOLLE betekenis, dat wat GOD geheime lijk wonder lijk via de woorden van die “mensen” aan de mensen wil zeggen, is ànders, méér, meer dan wat zij historisch en literair laten horen. het openbaart “in gelijkenissen-uit-gelijkenis” (aards-HEMELS) wie GOD is (laat het GODSbeeld oplichten), en meteen wie de mensen zijn (het mensbeeld). dit is: de onverdeelde éénheid tussen GOD (den HEMEL) en de mensen (de aarde) op de wijze dat GOD de mensen “ter wereld brengt” en de mensen naar Zich (den HEMEL) doet verlangen. intens aandachtig de Schrift lezen resulteert in gaan inzien dat wij opgenomen zijn in het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” en, consequent, naar dit Inzicht leven. dat Inzicht lééft: groeit “als vanzelf” zó als de graankoreel “in goede grond” van kiemen over halm worden naar aar vol rijp graan VOL; be tekent deze VOLheid doordat het den lezer bevrijdt, bevreugdt, bevredigt, gelukkig maakt. en die het ervaren heeft, wéét het en kàn niet er niét over spreken/schrijven.
bovendien is hij zich, de Schrift lezend, én woorden van mystici, én woorden van dichterlijk dichtenden, ervan bewust geworden dat wat die mensen schreven meer inhoudt en te “lezen” geeft dan wat zij dachten te schrijven. er is in die woorden een méér dat van den Heiligen GEEST is en door den Heiligen GEEST in den “lezer” her innerd wordt…if he cares and is lucky, “als de ziele luistert”. en dat hij dàt méér geheime lijk wonder lijk te horen, zien en tasten, te voelen, overdenken en verbeelden krijgt, overweldigt hem op piekmomenten met een diepe vreugde, is en blijft zijn geheim. het geheim van dàt en hoé de waarden hem via woorden geopenbaard worden. en meteen het geheim van de kostbaarheid van door den Heiligen GEEST in mensen geïnspireerde en door die met den Heiligen GEEST mee voelende, mee denkende en mee verbeeldende mensen con spirerend gearticuleerde woorden.
zó als GOD sprak en het was, zó is het mensen gegeven te spreken en het is. op ONS gelijkend scheppend te spreken. échte woorden scheppen. scheppen hiér en nù doorheen de geschiedenis der mensen de waarden. geven ze een naam: de identiteit van het leven der mensen GRONDIG grondende en bevorderende waarheid en weg (wijsheid, die een vonk van GODS Wijsheid is). bovendien zijn zij ons volkomen gratiet vóór de voeten aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd opdat wij ze zouden “lezen” (ze, buigend ervoor, buigend erover oprapen, roosteren en eten om ervan te leven). om ónze woorden aan ze te toetsen en ze in wat wij zeggen en schrijven te verweven. spreken en schrijven gebeurt “als vanzelf” intertextueel, is een gouden schakel in de gouden ketting.. een waarde vol meewerken aan het stichten, doen opklaren en afwerken van de waarden. vandaar het ingeschapen respect voor de woorden in mystici en dichterlijke dichtenden en hun af keer van grootspraak, spraak- en smaakmakerij, demagogie, zand in de ogen strooiende publiciteit, leugen, bedrog en “fictie”. zij geven hun woorden niet uit, maar uit en in simplicitate cordis gewoon weg omdat zij ze gekregen hebben “in dienst van de mensen”, ter VOLtooiing op aarde van het spreken van GOD, Die in den hemel is.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
