Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

14/16-3-06                           mensen

 

De “schrijvers” van het eerste en tweede BOEK “vertellen”, zó als zovele schrijvers onder zovele volkeren, maar tóch wezen lijk ànders, de lotgevallen van de mensen met wie zij bevolkt zijn, onthullen en ontvouwen niet alleen wie zij OORSPRONG lijk zijn, maar ook wat zij in en met de geschiedenis geschiedend voelen, denken over, verbeelden en spreken, en hoe zij zich gedragen. dié Boeken bevatten het dichterlijk aanschouwelijk “verhaal” van mensen van dààr en toén, die aan mensen van hiér en nù als toon beeld gegeven zijn en ons uit der aard op de wijze van gelijkenissen-uit-gelijkenis “iets te vertellen hebben” over hoé zij ter wereld gekomen zijn en hoe hun “avontuur”, in feite Verbond lijk, in den vorm van een uit-, door- en  intocht, een door GOD uit-, door- en ingeleid van in het BEGIN over het hiér en nù naar het UITEINDE op weg zijn is. precies dàt is het geheim van die verhalen, dat ze wezen lijk ànders maakt. wezen lijk VOL, vol betekenis, vol ZIN. en uit der aard VOL waard met het hart er bij (gevoelig voor), intens aandachtig (denkend over) en met wakkere verbeelding  (voor de tekens erin open) beluisterd of gelezen te worden.

dat “avontuur” is een vreemde mengeling van goede en kwade dagen; meer nog, want méér, een bewondering waardige uitwisseling ervan. zó als dié mensen zijn dé mensen. zijn wij. wat inhoudt dat de mensen over de hele aarde van hen, en stuk voor stuk, kunnen leren wie/hoe zij zelf zijn en de in hùn verhaal verborgen nodige lessen als “aren vol rijp graan om te rapen, te roosteren en te eten” eruit “plukken”. om tot het inzicht komen dat mensen “mensen” zijn, dit is ni ange, ni bête, en blijkbaar zó blijven. beADEMde klei, “engel” én “beest “ achtig, maar ontworpen, gemaakt en geroepen om het  “beest” achtige uittedrijven en het “engel” achtige intevoeren en te bevorderen. dàt is precies het geheim van de mensen, dat zijn licht werpt op hun ware identiteit onder en wezen lijk verschillend van de andere wezens der Schepping.

de menigte van de de Schrift bevolkende “personages” is groot en, al hebben zij óns stuk voor stuk en elk ervan naar zijn wijze op zijn wijze iets te vertellen, uit der aard dringt een keuze zich op. in elk geval blijft het, als een kiezen van het leven, een deelse keuze (van dién bepaalden mens) die voor het geheel (van àlle mensen) geldt. allen (jezus en maria uitgezonderd)) vertonen zij trekken van het” beest” en van den “engel”, al hellen de enen naar het “beest” en anderen naar den “engel” over.

abraham, de eerste in de Schrift op aarde te situeren en historisch te duiden mens, komt te voorschijn als “de vader van het geloof, van die geloven”.  en meteen wordt de fundamentele, mensen funderende noodzaak van geloven in de geloofsgeheimen getoond. hij werd geheime lijk wonder lijk in de GEHEIMEN van JAHWEH, den enigen GOD, ingewijd en geloofde erin uit geloven in JAHWEH. geloofde erin én leefde ernaar. zó ging abraham zonder “morren” op de beschikking van JAHWEH “Trek weg uit uw land, uit uw stam en uit het huis van uw vader naar het land dat Ik u zal tonen.” in en aanvaardde hij “blindelings” het avontuur van een verplaatsing van het bekende naar het onbekende, het “zekere” van zijn tastbaren platten grond (één vogel in de hand) naar het “onzekere” van het geheim op de hoogte van 10 meter er bóven (negen in de lucht). een zo nuchtere, levenswijze, zo niet doortrapte man  (“Luister, ik weet dat gij een mooie vrouw zijt. Als de Egyptenaren u zien en denken: zij is zijn vrouw, zullen zij mij vermoorden, maar u in leven laten. Zeg dus dat gij mijn zuster zijt; dan zal het mij goed gaan ter wille van u.” (Gen. 12/11-3) hoort een Stem (“stemmen”),luistert ernaar en doet wat Zij hem “beveelt” (“Toen vertrok Abram, zoals Jahweh hem bevolen had.”). en meteen wordt zijn verhaal op de hoogte van GODS GEHEIM en geloofsgeheim van de mensen getild. zó ontving hij “als vanzelf” de vreemdelingen gastvrij, zó als het volgens het tweede levenswoord van JAHWEH hoort. en meteen hoorde, zag en tastte hij in zijn (drie) gasten den (enen) HEER, vervulde hij via het tweede het eerste levenswoord. meteen “deed JAHWEH hem en sara lachen”; “redde hen zijn geloof”. zó aarzelde hij geen ogenblik om met “die hen deed lachen” den berg optetrekken om hem -menselijk gezien verschrikkelijk- na dit lachen te bewenen. maar, en tóch, en zie: de in onze ogen vreselijke beproeving bleek als het ware in een  (het mes van het kind weg kerenden) hand omdraai in een hem in zijn geloven bevestigende en hem belonende “beproeving” verànderd. abraham: de eerste in wien de “vreemde”, voor ons gevoel weerzinwekkende, ons verstand verbijsterende en onze verbeelding tartende wijze waarop GOD aan de mensen Zijn menslievendheid openbaart, scherp werd gesteld. en alleen “het geval jezus” (“Hij heeft zelfs Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard.”) zal dit als laatste VOL scherp stellen.  abrahams vertrouwen resulteert in een niet te berekenen en niet te tellen “vruchtbaarheid”. zijn verhaal is een geloofsverhaal, waarin GOD (“Mijn en uw Vader, Die in de hemel is.”, door geen mens ooit is gezien, maar de mensen toe- en aanspreekt) Zich als eerste en enige en Schepper van hemel en aarde openbaart, de mensen tot geloof inspireert en van hen geloof verwacht. als “vader van het geloof en van de gelovigen” zet hij den toon van de verdere verhalen in het eerste en tweede BOEK; als het geheim van een concreten mens licht hij een tip op van het geheim van “de mensen”. er is wat men (zie scheiden van bokken en schapen) “een natuurlijke selectie” noemt; maar bóven dien is er een bóven natuurlijke selectie: “uitverkiezing”, een “scheiden van bokken en schapen”.

abraham is, als “aartsvader”, de eerste in een lange rij van “uitverkorenen”, van wie elk ons naar zíjn wijze op zíjn wijze het “oerbeeld” van de in den enigen GOD, Schepper van hemel en aarde en VADER van alle mensen, gelovende mensen te zien geeft. isaäk, jakob, jozef, david, de profeten, jozef en maria, en op unieke wijze jezus van nazareth, met de Zijn spoor volgende “leerlingen”. zij zijn stuk voor stuk “een brandend en tóch niet opbrandend braambos”, dat in de verte onze aandacht trekt en ons uitnodigt “de kudde achtertelaten” en te naderen om scherper te zien. met als gevolg van Dien: dat wij, geheime lijk wonder lijk, in de stilte van het schouwen, de STEM horen Die eruit opklinkt. de STEM Die enerzijds door GODS Naam (“Ik ben Die bén, en Die er is voor u.”) te articuleren GODS “beeld” oproept, en anderzijds , eerst via “de profeten” en toen de tijden vervuld waren via het door “de leerlingen” opgetekende WOORD het “beeld” van den mens, en meteen van “de mensen” zó als zij concreet op aarde aanwezig zijn. de enen meer “ange”; anderen meer “bête”.

al in het begin van het “In den beginne” (Gen.4/1-16) wordt ons (via een dichterlijk, maar niet te min realistisch verhaal) een “beeld” opgehangen van twee “broers” (in den zélfden moederschoot ontvangen en uit den zélfden moederschoot geboren kinderen en door de zélfde vader en moeder getogen volwassenen). enerzijds den “engel” achtigen, door een “goeden” geest bezielden abel, en anderzijds den “beest” achtigen, door een “bozen” geest bezeten kaïn. een “beeld” van: dàt en hoé onder de mensen het zélfde begin zo helemaal anders kan verlopen. dàt en hoé het zélfde begin uit het BEGIN (door GOD “goed” geschapen) tóch kan mis lopen, als “goed” zaad niét in “goeden” grond, maar op rotssteen, tussen doornstruiken, op den (ver)harden weg  kan vallen en “verdorren”. dàt is de realiteit. feiten, die, zowel het ene als het andere, ons vóór de voeten worden gelegd, te aanschouwen gegeven, die ons te denken geven, maar uiteindelijk als geheim van GODS GEHEIM ons begrip te boven gaan. wat dreef kaïn ertoe zijn jongere broer naar het open veld te lokken en hem daar op een primitieve, maar toch effectieve wijze (met een ezelskaalkbeen) doodteslaan, “van het leven te beroven”? gaf Jahweh Zelf geen aanleiding daartoe door abel te “belonen” (“En Jahweh zag genadig neer op Abel en zijn offer.”/4) en kaïn te “straffen” (“Maar op Kaïn en zijn offer sloeg Jahweh geen acht.”/5)? er moet in de mensen diep van binnen een hun door GOD ingeschapen “aanwijzing” (de Stem van het geweten) aanwezig zijn, Die wat “goed” is (“en wel van het vetste”) en wat “kwaad” (“een offer”, dat uit “en wel het vetste” als minderwaardig aftelezen valt) “aanwijst. met als gevolg van dien: een onbevangen zielerust ener-, en “toorn, somber  vóór zich uitzien” (zie later saul) anderzijds. van  in het begin worden in de Schrift “goeden” en “kwaden” geest met GOD verbonden op de wijze van: dat naar het tweede levenswoord van GOD (“de evennaasten als broers en zussen liefhebben” ) luisteren, erin geloven en het volgen onverdeelbaar met een in GOD gelovende houding tegenover GOD  verbonden is. kern van het VISIOEN van de onverdeelde en onverdeelbare éénheid van “aarde” en “HEMEL”. kaïn is het “oerbeeld” van de mensen die GODS soevereiniteit negeren (“bedorven zijn en enkel vlees;…krachtmensen”/ Gen. 6, 3 en 4) en de aarde, met al wat en wie er op is, naar zich toetrekken. “oerbeeld” van cham, van de bouwers van den toren van babel, van de bewoners van sodoma en gomorrha, van jozefs broers, van saul, van herodes, van jezus’ tegenstanders, van judas, van de vervolgers van jezus “leerlingen”, paulus inbegrepen.

de werkelijkheid (het geheim mens, en uit der aard der mensen) is: in elken mens is er, niét van in het BEGIN maar van in den beginne, (zie eva en adam) iets “abels” én iets “kaïns”; “goede” én “boze” geest, iets “engel” én iets “beest” achtig. de mensen zijn GODS geheim; door GOD den VADER zó gedacht, ontworpen en gemaakt. maar, en tóch, en zie: “naar Ons beeld en gelijkenis” lichaam- en geestlijk gepland en uitgevoerd met de bedoeling dat de “goede” geest  uit en in opdracht en door de genade van GOD bijgestaan lichaam en geest tot “een levend wezen” zou verzamelen, het geheel  op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van GODS geheim OP trekken. dit is: het “beest” achtige als zó danig gaan zien (voelen, overdenken en via tekens verbeelden) en uitdrijven en meteen het “engel” achtige zien, invoeren en bevorderen. dat dít moét en kàn wordt aan de mensen op de eerste plaats door GOD Zelf in “wat er geschreven staat” te horen en te lezen gegeven om ernaar te luisteren, om het te “lezen” (opterapen, te roosteren en te eten om ervan te leven). dat het leven kiezen kan, wordt al in het “blijspel” van de onbevangen, argeloze, frisse on schuld van abel ver beeld. dat echter den dood kiezen kan wordt meteen in de “tragedie” van de schuld van den door toorn en somberheid in zichzelf gevangen kaïn ver beeld. ver beeld als prototype van de “goede” en “kwade” avonturen van de personages doorheen de hele Schrift en aan de mensen van alle plaatsen en alle tijden op aarde ter “onderrichting” aangeboden. eerst door “de de Godsspraak van Jahweh sprekende profeten”, en, toen de volheid der tijden gekomen was, in zijn (door petrus’ woord “Naar Wie anders zouden wij gaan? Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven.” bevestigde) VOLheid door het door “de leerlingen “opgetekend, “bewaard” en verkondigd WOORD. een VOLheid, Die wat mensen ons over de hele aarde uit en in her innering door GODS Heiligen GEEST “ter onderrichting” te horen en te lezen gegeven hebben en geven, én GRONDT, verVOLt en vervult. de mens jezus van nazareth “toont” de VOLheid van wat mensen zijn. zó als Hij, als GOD de ZOON, het “icoon” van GOD den VADER is, is Hij, als de mens jezus van nazareth, het “icoon” van de mensen. dit is: dàt en hoé zij uit en in het “op Ons gelijkend” OORSPRONG én UITEINDE lijk “zonen van God, kinderen van dezelfde Vader (“Mijn en uw Vader, Die in de hemel is.”)” zijn. al moeten zij dat langzaam waar maken door den “bozen” geest uittedrijven en den “goeden” intevoeren en te bevorderen.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005