Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

22/27-3-06                           de ”goede” geest in de dingen

 

GOD is wezen lijk VOL scheppende VADER, bevrijdende ZOON, heiligende GEEST. VOL “goede GEEST”. Zijn Rijk is de HEMEL in den hemel én op aarde. Hij stort in de mensen een “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is. de duivel is VOL on scheppend, on bevrijdend, on heiligend. VOL “boze geest”, de perversie van GOD. zijn rijk is de mensen op aarde, in wie hij probeert “bozen” geest te blazen. “boze” geest in de mensen is de duivel in ze. hij is een geheim van GOD, en uit dér aard voor het gevoel, het verstand en de verbeelding van de mensen een “mysterie”, een crux. een mens is,  even eens een geheim van GOD, en uit dér aard voor de andere mensen en zelfs voor zichzelf een geheim: het “mysterie” van een vreemde mengeling van “goeden” en “bozen” geest. het rijk van de mensen is de aarde (de hun bewarend te bewerken gegeven “tuin”, “daar God hen eens te willen koos”)…met Uitzicht op den hemel. de dingen zijn al wat de mensen omgeeft, waarmee zij, als “stof van de aarde” genomen, verbonden  zijn en waarmee en waarvan zij leven. zij “verkondigen”  als “het werk van Zijn handen” als vanzelf, on schuldig en onbestoven “de grote daden van de Heer”.

de óns vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan onze handen toevertrouwde dingen der schepping zijn wezen lijk, als “werk van Zijn handen” (“En God zag dat het goed was.”) vervuld van “goeden” geest.  dit is: enerzijds doordat zij zonder gevoel (dat kan haten), verstand (dat kan perverteren) en verbeelding (die in wild fantaseren kan omslaan) zijn, beschermd tegen “den bozen geest”, die zich in mensen precies in dat gevoel, verstand en die verbeelding wil nestelen. zij zijn wezen lijk “argeloos”: noch zich van “kwaad” bewust, noch “kwaad” doend en uit der aard aan de schepping beschadiging toebrengend. hun “goede” geest is hun ingeschapen aan/ingeboren, blijft ongerept “goed” en (al zien sommige mensen vanuit hùn, in feite uit der aard beperkt, zo niet uit greed misvormd perspectief dat anders) onverpoosd onverdroten goed doen. zij zijn er op de wijze van de aarde maken tot “de tuin van eden”, die de natuur lijke plaats van de mensen is en hun ter beschikking gesteld om hem, met de dingen meewerkend, te “cultiveren”, in dienst van de mensen een mens lijken vorm te geven. wat inhoudt: het onkruid tussen de tarwe mét de tarwe te aanvaarden en tot den oogst te wachten om het dan "in de oven te verbranden". dit is: het “kwaad” tot “goed” te bewerken. en dàt is in mensen niet alleen een teken van zin voor de realiteit en van “gezond” verstand, maar bovendien van respect voor wat hun door hùn en den Schepper der dingen gratuiet ter “bewerking” vóór en aan de voeten gelegd is.

de “goede” geest in de dingen is een instinctief “bewustzijn” van dat zij binnen het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” niet alleen met de mensen verbonden zijn, maar ook “geroepen”  argeloos (zich van geen kwaad bewust) de mensen ten leven ten dienste te staan. dat “willen” zij, en zij zijn zelfs bereid dien “goeden” wil te tonen als zij, mis gebruikt, misbruikt, als het ware “als vanzelf”  niet alleen on schuldig, maar ook hen “vermanend”, de mensen tegen den prikkel laten stoten. prikken de netel, de distel, de braamstruik, zij leren zó doende dieren en mensen een les: op de hùn aangewezen plaats te blijven. er valt van de dingen veel levenswijsheid te leren, vooral dat een ding en een mens binnen de gemeenschap een eigen plaats hebben en het goed is dit te leren zien en op die plaats te blijven. ook de dingen zijn, als wezen lijk “goede” geest, geschakeld in de pedagogie (het optrekken en uitleiden) van den Schepper.

en nóg is er meer. de “goede” geest in de dingen toont zich vooral in de tekens die zij van in den beginne (de eerste vijf dagen) afgeven. zij zijn, als Schepping, méér, meer dan alleen maar “stof van de aarde genomen”. zij zijn naar hùn wijze op hùn wijze “gevoelig”, “intelligent”, “ver beeldend”. zelf geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, levend, “geven zij de mensen  een teken van leven”, verrijken zij hen met tekens ten leven, bron van levenswijsheid. zie de fabels en dierenverhalen, inkleding van de via de dingen opgedane wijsheid van wijze mensen. een wijsheid, die niet alleen de onverdeelbare verbondenheid van dingen en mensen onderstreept (“dat blomme, gij mij bidden doet…”; “ziele, die zichzelf te persen/ in den mond van God bedoelt;”), maar bóven dien vérder wijst in de richting van het “goed” zijn der Schepping uit het VOL goed zijn van den SCHEPPER. de dingen geven tekens af die de mensen OP tillen naar de hoogte van het geheim: van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL”. de dingen zijn “een brandend en toch niet opbrandende braambos”, dat die uit en in “goeden” geest naderen om scherper te kijken, “doet bidden”  op de wijze van “aanschouwen en bevroeden in elk uiterst einde ’t oorbegin, den grond van alles; meer gezeid, maar nog niet al: Gods eerstigheid.”.

de “goede” geest in de dingen klikt niet alleen met den ”goeden” geest in mensen, maar bevordert dien, als het ware beminnelijk mensvriendelijk en uit dér aard naar den SCHEPPER verwijzend, ook. argeloos als zij zijn be lichten de dingen dat en hoe “boze” geest én de aarde én de mensen erop beschadigt, “kwaad” berokkent;   waarschuwen zij ervoor en dringen zij bij de mensen erop aan den “bozen” geest uittedrijven en den “goeden” intevoeren en zó als de graankorrel in goeden grond

 VOL te laten wassen. en uit der aard is het wijs naar ze le luisteren (“’k hoore, ‘k hoore, ‘k hoore een lied hem lustig weven…”), naar ze te kijken  (“Aanschouwt mij, hier en daar, die bende Casselkoeien…”), hun denken, doen en dichten fijn gevoelig aftestasten (“Met den monde middagmalend, einde en heeft hij, noch begin…”). is het wijs de eigen dichterlijkheid door het aanschouwen van hùn dichterlijkheid te “voeden” en tot dichten te laten gedijen.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005