|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Met een klap viel er over dit land een zware duisternis. Een jongere stak een andere jongere dood; twee andere jongeren waren blijkbaar bij die daad betrokken. een “duister” gebeuren onder de mensen, dat, zó als alle andere, onder de mensen, om opheldering vraagt.
de media zijn er als de kippen bij, slaan als een blinde naar een ei en maken door allerlei al te gauw geformuleerde mededelingen die duisternis nog groter. de daders zouden marokkanen geweest zijn, moslims dus. met als gevolg van dien: dat de racistische machine op volle toeren ging draaien, dat moslimjongeren aan de “betogingen” tegen geweld gingen deelnemen, en imams zich haastten te verklaren dat de daders zouden moeten aangegeven worden. de zaak werd heel ernstig genomen. men wendde alle middelen aan om ze optelossen; oproepen van “getuigen” bij de vleet; meldingen bij de vleet; intervews, van de ouders van het slachtoffer tot van op dàt moment in het station aanwezigen bij de vleet; inmenging van de politiek, met het geval Erdal niet alleen in het achter- maar ook in het voorhoofd. het werd een hutsepot, zo niet een heksenketel.
plots: “Eén dader al in de cel”. hij bleek een pool te zijn, ja zelfs een katholiek. en meteen stortte het hele frenetiek opgezette kaartenhuisje in elkaar. meteen al een zekere opklaring en een ernstige waarschuwing aan de media gericht voor al te onbesuisd tewerkgaan. want nog een keer blijkt : “Mate es tallen spele goet.”. voor den zoveelsten keer staan de media in hun hemd en aan de kaak en blijken zij van de dwaasheid van voorgaande (ver)gissingen nog niets geleerd te hebben. nog een keer blijkt dat zij geestelijk ziek zijn en het volk met kluitjes in het riet, en sommigen in het water, sturen.
nù is opgeklaard: dat die bij het feit betrokken jongere gevonden en gevat is; dat hij een zigeuner is; niet alleen al gekend is, maar ook al bekend heeft. is opgeklaard: dat de dader naar polen gevlucht is en dat speurders dààr op zoek gaan om hem te vinden. en velen moeten zich nu in alle bochten draaien en keren om wat krom was recht te zetten. nù moet er nog veel opgeklaard worden, en zal veel, zoals in alle dergelijke gevallen, nooit helemaal opgeklaard worden. de diepste geheimen geven zich niet bloot, meer nog, hoeven zich, als hoogst persoonlijke zielsgeheimen en uit dér aard wezen lijk en te recht privé, niet bloot te geven, als parels niet vóór de varkens gegooid te worden. ernstige waarschuwing én voor de direct betrokkenen, én voor de omstaanders, én voor de media. het geheim van de ziel is wezen lijk GODS geheim en moet uit dér aard “bewaard” en gerespecteerd worden. anders gezegd: het is geen voer voor “ramptoeristen”, noch voor “nieuws gierigen”, noch voor de op het stillen van den honger van die ”gluurders” uitzijnde en er, ten koste van “de vrede op aarde” profijt aan verdienende media.
joe is dood. is van een nog lang leven onder ons beroofd. en dàt doet ons hart ineenkrimpen, doet ons verstand duizelen en tart onze verbeelding. hij werd “vroom” en met groot medeleven aan de aarde én aan GOD teruggeven in de hoop op de verrijzenis. het is geen “magere” troost, maar een in GODS barmhartigheid geGRONDe en uit dér aard uitzuiverende, genezende en blijvende troost.
joes ouders verliezen op brutale wijze hun zoon. wat zij ook aan de media te vertellen hadden, wat zij meetemaken hebben is hun geheim, waarop zij recht hebben en dat tegen “gluurders” beschermd moet worden. zeker is: dat alleen hun geloof hen zal redden, de duisternis zal doen opklaren en hun een vrede zal schenken die alle zinnen te bóven gaat. en meteen die voor het leven zo fundamentele vrijheid en vreugde.
de zogezegde mededader staat daar in feite alleen. hij alleen weet wat er naar binnen (in hem) en naar buiten (zijn betrokkenheid bij het feit) gebeurd is. hij zal zich langzaam bewust moeten worden in welke mate hij bij de steekpartij betrokken was en zich innerlijk langzaam van de schuld eraan moeten bevrijden om ware vrede en ware vreugde weertevinden. in dit proces zal de wijze waarop hij gevangen werd genomen, opgesloten wordt, ondervraagd, be- en veroordeeld zal worden een grote rol spelen. meer nog dan die: de wijze waarop hij opgevangen zal worden. zeker is: dat zijn leven in se niet kapot, niet voorbij is, maar dat hij uit den dood zal moeten opstaan. dit is: genezen zal moeten worden op de wijze van, van zijn “ziekte” bewust en ze aanvaardend, genezen willen worden en met het opbouwend werken van GODS barmhartigheid, ook tegen eventueel afbrekend optreden van mensen in, meewerken. “Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het Rijk der hemelen.”. mensen rest nu dezen armen mens met den mantel der liefde te bedekken en de kracht van hun geloven én in GOD (“Ik zal er zijn voor u.”) én in zijn OORSPRONG lijk “goed” zijn bevestigd te weten. wat voor den wederopbouw van de gemeenschap een sine qua non is.
wat moeten de ouders van dezen jongen nù? van schaamte in den grond kruipen? zich met alle zonden van de wereld beladen en als de zondebok naar de woestijn trekken? vader en moeder zijn en blijven vader en moeder, én verantwoordelijk én slachtoffer. ook zij zullen zich enerzijds bewust moeten worden van den ernst van de zaak, geheime lijk innerlijk hun verantwoordelijkheid inschatten en eerlijk naar buitenuit op zich nemen om opnieuw, geheime lijk wonder lijk bevrijd, tot vrede en vreugde te kunnen komen. en dààr in zullen zij slechts slagen als zij bereid zijn met GODS “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is, samentewerken. een samenwerken, dat, leert de ervaring, wonderen doet. en anderzijds zullen zij moeten vechten voor hun plaats onder de zon. de ervaring in den vorm van, niet fantasietjes, maar feiten, leert eveneens dat onbezonnen, dwaze, liefdeloze mensen het hun niet gemakkelijk zullen maken, hen “scheef” zullen bekijken, zo niet als “melaatsen” uitstoten. dàn zal het liefdevol gedrag van anderen hun een riem onder het hart moeten steken en dat ook doen. hoe waar, hoe reëel en hoe gemeenschap opbouwend is het woord van het WOORD: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”.
er is een dader. een dodende messteker. ook als hij niet gevonden wordt en gestraft. van binnen uit. wie zal de diepte van een dergelijke situatie doorpeilen? wie een verklaring ervoor vinden en zich een juist oordeel erover kunnen vormen? zijn daad is zijn (mindere of meerdere?) verantwoordelijkheid tegenover de andere mensen. maar ook zijn geheim en meteen het geheim van het geheim mens. een geheim waarop hij onder àlle mensen recht heeft, maar dat hen ook te denken geeft over de plaats ervan onder ons. psychologen, zo niet psychiaters, en met hen vele mensen, zeggen: “Men moet zich in de plaats van iemand stellen om hem te leren kennen.”. wie kan zich in de plaats van dezen jongen stellen? kan hij zichzelf in zijn plaats stellen? zeker is dat hij voortaan met deze daad zal moeten leven. dit is: genezen, hersteld om van den zwaren last ervan bevrijd weer vrede en vreugde te vinden. wat óók zijn recht is. alleen een innerlijk proces van “bekering”, “af kering van”, kan hem redden. de eerste stap daartoe is: zich als de dader te melden, de daad, niét voor de “gluurders” van naaldje tot draadje te vertellen, maar gewoon te bekennen en de gevolgen ervan op zich te nemen…om zijn leven lang geen vogelvrij verklaard en opgejaagd wild te worden en te zijn. deze daad is zo ernstig, raakt door de huidige situatie van geweld nog verergerd zodanig het leven van de gemeenschap, dat de dader ervan niet “verborgen” kan blijven, maar (eerlijk, GOD en mens waardig) gestraft moet worden. dit is: zonder te “vergeten” dat ook een blijkbaar losgeslagen maatschappij naar hààr wijze op hààr wijze duidelijk verantwoordelijk is. het teken dat die jongen geeft, is een teken aan de wand. een zoveelste waarschuwing aan het adres van die op allerlei wijzen GOD, Die in den hemel is en aan de mensen op aarde het levenswoord “Gij zult niet doden” meegegeven heeft, uit de gemeenschap der mensen, die op aarde zijn, bannende maatschappij.
wie zou in de schoenen van de vader en de moeder van dien jongen willen staan? wie zal ooit hun “leed” doorgronden? in elk geval zal het gevecht met zichzelf niet van de poes zijn, noch dat met de maatschappij. want zullen zij het, als ouders van den “dader”, niet nog erger te verduren krijgen dan de ouders van den hoe dan ook bij de daad betrokken anderen jongen? en tóch zullen ook zij, niet uitgerangeerd, maar samen met, constructief moeten bijdragen tot den wederopbouw van een waarachtige, GOD en mens waardige en waardevolle gemeenschap.
een waarachtige, GOD en mens waardige waardevolle gemeenschap. ook wij zijn, doordat ons vertrouwen voor de zoveelste keer op de proef gesteld is, geraakt, “geschokt”, overhoop gegooid. ook ons samenleven is geraakt, wankelt weer een beetje en verliest ongeneesbaar de zekerheid die wetgevers met hun thuisgebakken wetten ons als een rad voor de ogen draaien. de illusie van wetten, niet op de rots van de ons door GOD gegeven levenswoorden, maar op het zand van een louter mens lijk voelen, denken en fantaseren gebouwd. GODS levenswoorden zijn geen illusie, geen kluitjes waarmee Hij ons in het riet, zo niet in het water stuurt, maar innerlijk heldere en warme het leven van al dat leeft onderschragende en bevorderende “wetten”. hun matuurlijke plaats is niet de eindeloze boekenrekken, maar de grond van én het hart, én het denken over, én het door tekens verlichte ver beelden. van het door GODS vinger als in stenen platen gegrifte geweten…dat onder de mensen door de mensen, dit is: in een waarachtige, GOD en mens waardige waarde(n)volle gemeenschap, “gevormd” moet worden. een tot maatschappij neergehaalde grondig verdeelde gemeenschap is onbekwaam om dat geweten te vormen omdat zij den GROND mist. omdat zij geloven in GODS ons ter beschikking gestelde geloofsgeheimen niet alleen op de helling gezet, maar als niet ter zake onder de (ronde) tafel heeft geveegd en alle zekerheid op eigen denken (eigendunk) en eigen willen (eigengereidheid) probeert te bouwen. met als gevolg van dien: dat plots de angst om “onveiligheid”, het risico van in het eigen vel geknepen te worden, die maatschappij bekruipt en in de war, zo niet in paniek brengt. het gaat hiér niet om een van buiten af ons tegen het lijf lopend, maar om een diep in de innerlijke diepte van het hart liggend “gebeuren”, een on heil dat alleen van binnen uit ingeschat moet worden om eraan te ontsnappen. dit in een oogwenk ons vóór de voeten geworpen feit is geen “fait divers”, maar een plots opengebarsten zweer, die de melaatsheid van de maatschappij aan het licht brengt. en voor dien eigendunk en die eigengereidheid, de noodlottige gevolgen van een liberaal individualistisch rationalistisch “humanisme”, waarschuwt. wat in deze maatschappij schering en inslag is, de GOD loze wetten die zij stemt en uitvaardigt, dienen tot niets omdat zij het leven zó als het OORSPRONG lijk gegeven is, niet dienen. “Gij zult niet doden.”, dit is: “Gij zult het leven van al dat leeft respecteren en bevorderen.”, is geen door mensen uitgevonden wet, maar een door GOD in het hart van elken mens geschreven woord ten leven, levenswoord. toén al, hiér en nù, en tot in de eeuwen der eeuwen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
