|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Theater, een toneelstuk, is gedragen door acteurs, toneelspelers. zij “spelen” een gespeelde werkelijkheid, die, naar het woord van shakespeare, op haar best de toeschouwers een spiegelbeeld van de werkelijkheid voorhoudt. een toneelstuk is “goed” als het een link legt met de levenswerkelijkheid, naar de levenswerkelijkheid verwijst. als het kunst is, het werk van een kunstenaar, een dichterlijk dichtenden, die de tekens in de dingen ziet, naar zijn wijze op zijn wijze, in den vorm van een toneelstuk verwoordt en door acteurs laat vertonen, ten tonele laat brengen.
een acteur is “goed” als hij naar den schrijver luistert, het kunstwerk in zijn wezen van kunst respecteert en “uitvoert”. hij is geen schepper, maar alleen een “toner” van een schepping, die faalt als hij daartoe onbekwaam is of het kunstwerk naar zich toetrekt en zichtzelf “opvoert”. de gronddeugd van een acteur is nederige volgzaamheid, onderwerping aan, op zijn plaats blijven. indien hij daarvan afwijkt, stelt hij zich aan, wordt hij theatraal, verraadt hij niet alleen het “spiegelbeeld”, maar ook meteen de levenswerkelijkheid. gij hebt een acteur (zogenaamde woordkunstenaar) zijn neus theatraal zien snuiten; een regisseur een toneelstuk goed zien regisseren, maar naar theatraal “voordragen” van een gedicht (het ergste dat men een gedicht kan aandoen is: het voordragen, acteren) zien afglijden. deze ervaring be tekent hoe gemakkelijk een acteur in “acteren” van het leven kan vervallen en meteen anderen tot acteren van levenswerkelijkheid, het theatraal bespelen van een publiek (toeschouwers), verleiden. mensenkennis leert dat een mens zodra hij zich door anderen gezien weet, geneigd is te acteren, zich ànders (al was het nog maar den neus snuiten) voortedoen dan wanneer hij alleen is. dit is: zich (zelfs vóór een spiegel!) een vleiend imago optebouwen,het te “publiceren” en meteen de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van de levenswerkelijkheid naar den platten grond neertehalen.
onze cultuur is, ter wille van de self made en haar als het ware schaamteloze terbeschikking gestelde meest gesofistikeerde middelen om “publiek optetreden”, grondig theatraal geworden. wat zij haar lezers in met schreewende kleuren “versierde” kranten te lezen en haar toeschouwers in met evenzeer schreeuwende kleuren opgemaakte t.v.-uitzendingen te zien geeft, is grondig “gespeeld”, weerzin wekkend vervalst. zó dat de levensechte “opvoeding” van het volk tot een vernederend, het geestelijk peil van de mensen angstaanjagend verlagend spelletje verworden is. de woorden klinken oorverdovend opgeblazen, gezwollen, rethorisch, stuiten uit der aard elken nog “onbestoven” filoloog voor de borst en stoten hem af; de beelden kwetsen oogverblindend de nog voor edelen eenvoud en stille grootte gevoelige ogen, zó dat zij, buiten dan de bekende uitzonderingen op den regel, eenvoudigen van harte, gezond verstandigen en evenwichtig verbeeldenden in feite doen walgen. bovendien is echte woord- of beeldkunst, daar waar zij als heerlijke gave van den mens den mens geestelijk zou moeten OP trekken, onder den immensen druk van zichzelf verheerlijkende schalkaards, smaakmakers en trendsetters tot “vermaak” in den aard van “brood en spelen” gedegradeerd om hoge cijfers van comsumptie te bereiken en hoge winsten opteleveren.
om dezen modernen zondvloed te overleven is wie den opbouwenden zin van het leven wil “bewaren”, gedwongen al dat gedoe om niets te negeren, zich van het publiek te bevrijden en zich in de stilte van contemplatie en dichterlijk schouwen der tekens in de dingen, de tekens van den tijd inbegrepen, terugtetrekken. “de stille plek” was en is hiér en nù meer dan ooit de natuur lijke plaats waar de woorden en de beelden in hun authenticiteit gehoord en gezien kunnen worden en hun opvoedende rol ongevangen en onbevangen vervullen. want de mens is, zó als de dingen, OORSPRONG en UITEINDE lijk taai en kan de wijsheid die het leven zelf onverpoosd onverdroten aanbiedt, niet “vergeten”. er zijn tekens van ommekeer, van verlangen naar de stilte waarin authentieke levenskunst op nieuw kan kiemen, eerste groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijpend graan worden. de stilte die oren en ogen opent en de vingertoppen gevoelig maakt voor de waarachtigheid, GOD en menswaardigheid en waarde van authentieke levensbeleving. het zoeken naar zingeving is geen vrucht van een trend, een mode, maar is een den mens, dat door GODS Adem beademd “levend wezen”, van in den beginne door GODS vinger in de stenen platen van hart, verstand en verbeelding gegrifte drang…niét om te overleven, maar om te leven. reëel te leven op de wijze van gewoon natuur lijk aan GODS “ingeving” gehoorzaam langzaam VOL te wassen.
een onloochenbaar teken daarvan is de wijze van het liturgisch vieren van het bestaan op aarde zó als in den hemel. dit is: edel eenvoudig en stil groot niet alleen in de wijze van dagdagelijks horen, zien en tasten, voelen van, denken over en ver beelden der dingen, maar ook, en tot ondersteuning daarvan, in de wijze van het sacramenteel liturgisch vieren van de in GODS GEHEIM verborgen geloofsgeheimen. ook hier heeft de bekoring tot acteren op vele plaatsen toegeslagen en werd/wordt dit liturgisch vieren “vroom theater”, theatraal gedoe van zichzelf in en voor het publiek met succes opvoerende acteurs. waar de diepe betekenis van bij voorbeeld een authentieke eucharistieviering door ongeloof in haar mysterie verlorengegaan is en de aanwezigen uit der aard beweren “er niets aan te hebben”, “dat zij hun niets (meer) zegt”en “dat het hoog tijd wordt te vernieuwen”, vervangt men ze door sociale vormen van vergaderen waarin en acteurs en publiek centraal staan. maar, en tóch, en zie: die in het mysterie blijven geloven en uit dér aard niét afhaken, laten zich door het theatrale niet misleiden en zoeken den ouden, in bij voorbeeld abdijen “bewaarden” edelen eenvoud op om in de stille grootheid van het mysterie ondergedompeld en van GODS vrijheid, vreugde en vrede vervuld te worden. de in de sacramenten be tekende en werkende geloofsgeheimen zijn geen werk van mensenhanden, maar een de mensen vóór de voeten aan de voeten gelegd en aan de handen toevertrouwd werk van GOD. een kunstwerk, dat alle kenmerken van “edle Einfalt und stille Grösse” heeft en precies daardoor edele, eenvoudige, stille, grote mensen geheime lijk wonder lijk fascineert. en meteen van alle theatraal gedoe en in hun vieringen van het mysterie en in het dagdagelijks “publieke” leven zuivert. tot de wijze waarop zij de deur openen, lachen, glimlachen, juichen of wenen, anderen laten voorgaan, anderen goeden dag wensen, ja, tot het snuiten van den neus toe.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
