Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

19-5-06                 de agenda

 

Agenda: de dingen die moeten gedaan (agere) worden. dingen die een, min of meer drukbezette, mens heeft gepland, als later te doen voorzien heeft.

om  ze niet te vergeten noteert hij ze in een bij de telefoon liggend (jaar)boek, of in een (jaar)boekje dat hij in een van zijn zakken meedraagt om het buitenshuis te kunnen raadplegen of aanvullen.

een in het midden van het veld staande mens heeft ter wille van zijn werk of gewoon relaties wel altijd wat te doen. iets te doen hebben vergroot zijn indruk dat hij leeft; meer nog: dat hij meer leeft naarmate hij meer te doen heeft. bovendien vergroot veel te doen hebben zijn gewicht, zijn indruk binnen het reilen en zeilen van het dagdagelijks leven in de maatschappij gewichtig, zo niet onmisbaar te zijn. het geeft hem het gevoel van waarde, van eigenwaarde. hij voelt dat hij meetelt; dat men er niet buiten kan met hem rekening te houden. en wat nog meer is, het vreemde van een rollendesneeuwbaleffect: hij wordt gevraagd, wordt ingeschakeld, en zijn agenda verdikt, tot zwaarlijvigheid toe. het wordt voor hem moeilijk ergens nog een plaatsje vrij te vinden. op den duur meent iedereen hem voor zijn zaak nodig te hebben en poogt men hem interijven. cumul is een feit. want zó blijkt het in de wereld te gaan, en zó gaat het ook: een mens wordt geschat, en begint zichzelf te schatten, naar de dikte van zijn agenda, de hoeveelheid van de dingen die hij allemaal moet doen. het is om er tureluurs van te worden.  zò blijkt in de wereld, in het midden van het veld, een onschuldig handig boek of boekje bij velen, zonder dat zij het merken maar volgens de onverbiddelijke wet van de inertie, een geniepige dwingeland te worden

ha, doen. geen woorden, maar daden! het eigen leven en dat van anderen cultiveren wordt in deze cultuur van het doen gezien en gedaan als, hoé dan ook, doen. een doen dat (bijna) onvermijdelijk gelijkgesteld wordt met presteren, voortbrengen, hoor-, zicht- en tastbare vruchten dragen; dat uit der aard naar louter materialisme in al zijn vormen overhelt; overhelt naar zich van de dingen meester maken door ze te bestuderen, bewerken en verkopen op de wijze van boter bij de vis. er is in dat doen iets hards te voorschijn gekomen, iets onverbiddelijks, dat in den gang van zaken verborgen aanwezig is en in de uitwisseling te voorschijn komt. in feite een zekere door succes gedragen en aangemoedigde overmoed, rücksichtslosheit. want wie niet presteert, wordt als niet langer van nut aan den kant gezet (door struikrovers overvallen, lelijk toegetakeld en als halfdood achtergelaten). materie “verslijt”, en meteen verslijt de in de materie helemaal opgeganen mens met de materie. waarvan de voorbeelden geen fictie zijn, maar heel concreet en  legio. met alle dramatische gevolgen van dien. het in de hand verzameld zand begint op een bepaald ogenblik tussen de vingers wegteglijden, en de hand is leeg; de zwaarlijvige agenda vermagert, doordat niemand dien mens nog en hij zelf niemand meer nodig heeft,  zienderogen. een leven dat zich uitsluitend op doen heeft toegelegd, wordt door doen zelf én door doenden aan zijn lot overgelaten. het onverbiddelijk schrijnend beeld van den uiteindelijk in een palliatieve instelling terechtgekomen, ja aan het bed gekluisterden mens. dààr en dàn wordt het voor een schouwer eens te meer duidelijk: niet alleen dat er in en voor een mens meer is dan doen, een meer dat stil naar het méér verwijst. naar het rijk van den geest en den GEEST.

de agenda van den “in het midden van het veld in de diepte van den hemel schouwenden”, dit is van die zijn doen op het cultiveren van gevoeligheid voor, denken over, zien van de tekens en ze ver beelden bouwt, heeft vele blanco plekken, die hij voor vertoeven in “de stille plek” bestemt en tegen aanvallen van zich opdringende doeners be/afschermt. dit agenda “toont” een merkwaardig evenwicht tussen enerzijds doend ter beschikking staan en anderzijds contemplatie: in de stilte in stilte stil voeden van gevoeligheid voor, richten van denken over en intens aandachtig open staan voor de tekens in de dingen en ze ver beelden. in hem heeft onverpoosd onverdroten die bewondering waardige uitwisseling tussen rijpen van den geest en verrijking van doen plaats, waardoor in hem doen en schouwen “als vanzelf” tot een VOLheid van samenvloeien, -hangen-, -lopen en -werken worden. is het, op de keper beschouwd, niet zó: dat “goede” geest, die van den Heiligen GEEST is, de “letter” in het doen “begeest”, in VOLheid doet leven; dat door den “goeden” geest onderbouwd doen dien geest uitstraalt en meteen het doen tot geestelijke verheffing laat bijdragen? een “geest”loos doen is plat, houdt mensen tegen den platten grond gedrukt en “vernedert” ze in feite; van “goeden” geest vervuld doen maakt hen van het belang van óók geestelijk leven bewust en tilt hen op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, hun gewoon natuur lijke plaats. een evenwichtig agenda “werkt” OPbouwend, “cultiveert” uit haar aard van tot een cultuur van het leven bijdragend een mens en diegenen in wier dienst hij ze stelt; bewerkt tot VOL leven VOL wassen.

de in zijn agenda voor contemplatie voorbehouden blanco plekken behoeden een mens voor misgroei, hemzelf en de anderen beschadigende overwoekering van ongeremd, onbeheerst doen. al was het nog maar dat de feiten overduidelijk bewijzen dat verhoogde kwantiteit uit haar aard kwaliteit neerhaalt. agere blijkt voor die naderen om scherper te kijken dubbel zinnig: zinnig als helpende hand; zinnig als den geest verheffende activiteit. de dingen die gedaan moeten worden van den geest beroven betekent ze uiteenwerpen, en beschadigen meteen niet alleen den particulieren mens, maar ook de gemeenschap. en daarom is het goed dat een gemeenschap over “stille plekken” kan beschikken waarmee de blanco plekken in de agenda ingevuld kunnen worden. zich langzaam van den druk der materie bevrijdend en zich in het geheim van de geestelijke wereld, de dingen die van bóven zijn verdiepend, dié opzoeken en er verblijven is op een bijzondere wijze aan “rustenden” gegund en gegeven…if they care and are lucky; wijs geworden wijs zijn en blijven.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005