|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Katholiek is een naam, die meteen identiteit uitdrukt. de naam is wezen lijk de altijd en overal helemale persoon zelf van binnen en van buiten, geen van buiten opgekleefd label. die zegt : “Ik ben een katholiek.” zegt meteen zich bewust te zijn van en bevestigt on omwonden te behoren tot de katholieke kerk, het op de zending en overlevering van de apostelen (de Rots) gegrondvest “huis van de Heer”.
de identiteit van een katholiek is die van een rank aan den Wijnstok CHRISTUS. “Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.”. de eerste bron van zijn kennis van en geloof in CHRISTUS is: wat “de leerlingen” opgetekend hebben in het tweede BOEK, de apostolische overlevering. de tweede bron is direct persoonlijke ervaring van CHRISTUS zó als bij paulus het geval was. merkwaardig is dat: paulus déze geloofs“overlevering” nooit tegen die van “de leerlingen” heeft uitgespeeld; dat hij ze in de hunne heeft geïntegreerd, zó dat hij als “apostel” erkend werd, dat wat hij “geschreven heeft” als uniform met wat “de leerlingen” geschreven hebben werd erkend en als dusdanig in het tweede BOEK opgenomen. dit betekent: dat de Heilige GEEST ook direct persoonlijk “her innert”, inspireert en zó doende ook hiér en nù iemand naar zijn wijze op zijn wijze tot “leerling”, “apostel” promoveert; dat deze openbaring met de evangelische gelijkluidend is en nooit tegen de apostolische, en meteen Kerkelijke, uitgespeeld kan worden. die beweren in den GEEST te zijn en van daaruit de door de Kerk voorgehouden geloofsgeheimen in vraag stellen, zelfs verwerpen, zijn niét van den GEEST.
uit dér aard betekent katholiek wezen lijk apostolisch. een katholiek is een apostolisch christen. in CHRISTUS geloven houdt in geloven in de waarachtigheid van de apostolische overlevering.. “Wie u aanhoort, aanhoort Mij.”. CHRISTUS heeft Zichzelf geïdentificeerd met “de leerlingen”; heeft wat Hij van den Vader had ontvangen aan “de leerlingen” doorgegeven opdat zij Zijn blijde boodschap zouden verder dragen en via de door hen “gewijde” opvolgers doorheen de geschiedenis “tot het einde der tijden” verkondigen…zonder er iets aan toetevoegen of iets ervan aftenemen. in feite is het zó: dat al wat een apostolische katholiek over CHRISTUS kan zeggen al “geschreven staat” (“al wat Ik u heb gezegd”); dat wat hij zegt authentiek zal zijn als het hiér en nù ont hulling en ont vouwing van “wat er geschreven staat” (“al wat Ik u heb gezegd”) is.
de waarachtigheid van “al wat Ik u heb gezegd” horen, zien en tasten, erin geloven en ze beleven wordt een apostolische katholiek mogelijk gemaakt door het “leren en in herinnering brengen door de Heilige Geest”, Die het eerst aan de apostelen heeft geleerd en hun in herinnering gebracht. zien, geloven en beleven zijn geen verworvenheden van het gevoel, het verstand en de verbeelding (laat staan de fantasie), maar wezen lijk gaven van den Heiligen GEEST. gaven die openbloeien op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van de aan de mensen, die op aarde zijn, door GOD, Die in den hemel is, geopenbaarde geloofsgeheimen. geloven in de ons verbazende, zo niet verbijsterende, tegen de “nuchtere” haren strijkende maar, en tóch, en zie geheime lijk wonder lijk boeiende geloofsgeheimen. “Uw geloof heeft u gered.”.
de woorden van wie hiér en nù apostolisch katholiek over het reilen en zeilen van wat er op aarde gebeurd is en gebeurt, denkt, sprekend of schrijvend dicht en wat hij doet begeleiden, her inneren wat “de leerlingen” als al wat Ik u heb gezegd hebben opgetekend, zijn vervuld van evangelische (en meteen Oud-Testamentische) “aanhalingen” of ernaar verwijzende “suggestieve uitdrukkingen”. zij bevestigen hun waarheid op de in het eerste en tweede BOEK geopenbaarde en openbarende Waarheid van GODS WOORD. hun verstaanbaarheid wordt door het verstaan van de Schrift bewerkt. de taal van den apostolischen katholiek is wezen lijk Kerkelijke taal: de via jezus CHRISTUS en de door Hem tot spreken aangestelde “leerlingen” gesproken VADERtaal.. haar geheim is GODS GEHEIM, Dat zich via de Schrift openbaart; haar gelijkluidendheid met de apostolische overlevering en de hele Schrift. zij is verstaanbaar en wordt uit dér aard alleen verstaan uit en in her innering door den Heiligen GEEST. uit en in “goeden”, dit is tegenover de geloofsgeheimen vreemd welwillenden en teder ervoor toegankelijken geest, die van den Heiligen GEEST is. “goede” geest, die de “letter” doet leven. met als gevolg van Dien: twijfel, misverstanden, de oren dichtstoppende weerbarstigheid en verwerping zijn het gevolg van “bozen” geest, die weigert te dienen en om te heersen uiteenwerpt, verdeelt. wat in een gesaeculariseerde, rationeel, zo niet rationalistisch de geloofsgeheimen naar den platten grond neerhalende cultuur, schering en inslag is, en meteen oorzaak van geloofs-, en uit dér aard identiteitscrisis.
geloofscrisis betekent identiteitscrisis. men is den draad kwijt; men weet niet meer wie men is; men laat de oude maar vaste overlevering los en klampt zich vast aan strohalmen, aan met alle winden meebuigende rietstammen. wat hiér en nù in een maatschappij die “deze dingen” (“quae sursum sunt”) voor de direct hoor-, zicht- en tastbare dingen der aarde, den “geest” (van den GEEST) voor de “letter” verkwanselt, door de feiten overduidelijk aangetoond en door die oren hebben en horen gehoord, ogen hebben en zien gezien, vingertoppen hebben en tasten getast wordt.
velen stellen zich, om de een of andere, soms “verborgen” reden, drastisch tegen wat de apostolische Kerk op gebied van geloof en moraal leert, op. op grond van wetenschappelijke studie van de Schrift, het tweede BOEK in ’t bijzonder, zijn zij tot de conclusie gekomen dat de bijbel als zijnde fictie (fabels), bedrog, vervalsing van de feiten, niet houdbaar is, tenzij ten hoogste als literatuur. zij beschuldigen de Kerk waar zij haar waarheden (leer) op die Schrift grondt, van misleiding, bedrog, intimidatie van eenvoudige zielen, en waar zij in naam van die leer optreedt van machtsmisbruik, ondemocratisch handelen, discriminatie enz. in hun “wetenschappelijken” ijver en doordat zij er niet ingeloven, het voor onmogelijk houden, is het in de “letter” van de Schrift verborgen geborgen geheim (mysterie) hun ontgaan, hebben zij het niet herkend en als niet ter zake verworpen. zij “verketteren” de Kerk en maken haar in de ogen van geëmancipeerden, intellectueel eerlijken, sociaal bevlogenen en grondig wetenschappelijk gevormden als voor het concrete leven op aarde achterhaald, niet langer van den tijd en niet langer ter zake, belachelijk. denken, rationalistisch liberaal individualistisch “onderzoek” der feiten, logica en met beide voeten op den (platten) grond blijven, “de aarde veroveren” en zich zonder zich in “dromen” te verliezen op het “concrete” hiér en nù toespitsen is in en verklaart mede het succes en “gezag” en zekerheid van de trendsetters. en uit der aard is over de Kerk compassieus, meewarig doen (“het hoofd schudden en de handen bewegen”), Haar in het aangezicht slaan, bespotten, met doornen kronen en van de kleren beroven in. met als gevolg van dien: dat die trendsetters de “naïef”, zo niet “achterlijk” genoemden, doen twijfelen en die daar een zeker genoegen in vinden ertoe bewegen “onbeschaamd” met de wolven in het bos meetehuilen. want “algemeen wordt aangenomen” dat de vooruitgang niet te stuiten is en bewezen heeft dat de tijd van de apostolische Kerk, de christelijke Kerken inbegrepen, voorbij is. bewijs: zij hebben de bekoorlijkheid van “hun rijk leven” verloren en lopen, te beginnen met de jeugd, langzaam maar even onstuitbaar leeg.
sekten schieten als paddestoelen uit den grond. “De verbeelding is -tegen dit rationalisme in- weer aan de macht gekomen.”. verbeelding in den vorm, niet van zien en ver beelden der tekens in de dingen, maar van gezonde emotionele bewogenheid, gezond verstand en gezond ver beelden aantastende en verwoestende wildste fantasieën. verbeelding die bovendien dik financieel profijt eraan verdienen niet schuwt.
enerzijds klampen velen zich nog vast aan een naar hùn wijze op hùn wijze, als leden van in den tijd ontstane en doorheen den tijd hardnekkig bewaarde “gereformeerde”, zich van de apostolische Kerk losgescheurde christelijke Kerken, christen zijn. anderzijds blijken vele katholieken zich christen, maar niet langer apostolisch katholiek te noemen. er is de “scheur”. die, zelfs al vroeg, in den tijd ontstane en nog altijd merkbare “scheur” is (anders dan het nuchter besluit der soldaten dat niét te doen) een aan stukken scheuren van het “uit één stuk geweven bovenkleed” van CHRISTUS (schitterend beeld van den GODlijk onverdeelbare CHRISTUS en meteen de GODlijk onverdeelbare geloofsgeheimen), een doorheen het geschieden van de geschiedenis door mensen mens lijk verdelen, uiteenwerpen van het GODlijke. al te mens lijk, want “aards” passioneel, zo niet politiek. een “scheur” in CHRISTUS, en meteen een scheur in de onverdeelde onverdeelbare wijze van “naar Hém luisteren”, “in Mij geloven”, en “Mij volgen”, en uit dér aard in de identiteit van die christenen. het GOD lijke heeft het risico genomen Zich aan mensen toetevertrouwen omdat de LIEFDE, zó als uit het in de Schrift verhaalde avontuur van GOD met de mensen overduidelijk blijkt, zo groot is dat Zij vrijheid schept en respecteert. die vrijheid is GODS GEHEIM, zó als het GODS GEHEIM is dàt en hoé HIJ met ze omgaat, haar alle kansen blijft geven en haar uiteindelijk met de medewerking van de mensen in de mensen in haar OORSPRONG lijk “goed” zijn zal herstellen. ook al zien wij dat (nog) niet en lijden wij (nog) eronder: “Mijn gedachten zijn niet de uwe, noch zijn Mijn wegen de uwe.”. de medewerking van de mensen met den verzamelenden GEEST van CHRISTUS om wat verdeeld is te verzamelen, wat uiteengeworpen werd en wordt samentewerpen en zó doende de OORSPRONG lijke identiteit te herstellen blijft door de geschiedenis een onverpoosde onverdroten opdracht van de apostolische Kerk en de christelijke Kerken.
de opdracht van de apostolische katholieken is in de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van hun identiteit te blijven geloven en ze te “bewaren”. de kreet van paulus: “Ik heb het geloof bewaard.” onderstreept niet alleen de mogelijkheid, maar ook de dringende noodzaak van het trouw blijven aan op de wijze van onthullinng en ontvouwing onder ons blijvend werkende apostolische overlevering via de Kerk, “het huis van de Heer” hier op aarde. CHRISTUS Zelf heeft Haar de verkondiging van de geloofsgeheimen via de overlevering van de apostelen toevertrouwd. de feiten tonen overduidelijk aan dat het bewaren van de identiteit gedragen is door een vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor het geloofsgeheim van de Kerk. deze, zoals uit de vrijheid, vreugde en vrede blijkt, authentieke innerlijke houding bevestigt naar buiten uit onbestoven geloof in Haar apostoliciteit en meteen Haar identiteit van “huis van de Heer”. die innerlijke houding is het helder teken van “goeden” geest, die niet van mensen maar van den Heiligen GEEST is. hoezeer ook het “gezag” van paus en bisschoppen en priesters in een zogezegde, maar dubbelzinnige, de zin voor het geheim verloren hebbende samenleving niet alleen betwist, maar ook verworpen wordt, zij blijven het “gezag”, dat zegt “al wat Ik u heb gezegd”. dit is: een aan CHRISTUS via de apostelen ontleend gezag om de geloofsgeheimen, die het leven van den platten grond tillen op de hoogte van GODS GEHEIM, een Inzicht in het leven op aarde met Uitzicht op den hemel geven, te verkondigen en meteen de gedragsregels die door die geloofsgeheimen helder belicht en als “goed” bevestigd worden (moraal), aantebevelen. die, om welke reden dan ook, er toe komen te zeggen “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren!” en “weggaan”, zijn niet van den GEEST, verkwanselen hun “HEMELSE” identiteit, het eerstegeboorterecht van “die uit God zijn geboren”, voor heel mooi verpakte, maar, en tóch, en zie onmiskenbaar door wisselvallige gevoeligheden, wankele ideologieën en speelse fantasietjes gepromote “aardse goederen” zonder Uitzicht. en zó zijn zij, zó als de her en der door de gieren afgekloofde en de zon witgebleekte verspreid liggende beenderen, een scherpe waarschuwing voor die als “levende wezens” het leven kiezen. het geloof bewaren en meteen zijn identiteit bevestigen is het leven kiezen op de wijze van geloven in en trouw beleven van het door GOD in het eerste BOEK door “de profeten” en in het tweede door “de leerlingen” opgetekend en aan alle mensen te lezen en verstaan gegeven VISIOEN van de onverdeelde onverdeelbare éénheid van “HEMEL” en “aarde”. dit is: in de wereld, maar niet er van Het om geen prijs prijsgeven; Het niet verloren noch voorbij laten gaan. precies dàt VISIOEN tekent de waarachtige, GOD en mens waardige en waardevolle identiteit van den profetischen en apostolischen christen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
