|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Gij gaat uit van het ons in wat “de leerlingen” over Hem opgetekend hebben te lezen gegeven avontuur en woord van het WOORD. 80 jaar horen vertellen, 70 jaar lezen en vele jaren groeiend intens aandachtig luisteren ernaar heeft zijn sporen nagelaten op de wijze van feller uw gemoed aangrijpen, intenser uw verstand aan het denken zetten en tekens afgevend uw verbeelding scherpend. gij zijt erdoor gegrepen, en het laat u niet los. het verbijstert u, verbaast u, én boeit u wonder lijk. het bevredigt als Waarheid uw verlangen naar waarheid; bevreugdt u met een vreugde die de wereld niet kan geven (“Mijn vreugde”); bevestigt dat de waarheid bevrijdt (“De waarheid zal u bevrijden.”) en erin geloven redt (“Uw geloof heeft u gered.”). wat er dààr geschreven staat profileert zich onomwonden, bij vollen dag en zonder aanzien des persoons, als in deze wereld, maar, en tóch, en zie: niét er vàn. en dàt is zijn geheim: het geheim van Die, hoe ook in de gestalte van den zoon van den timmerman, den tuinman, den medereiziger, den man aan den oever, ànders, groter is dan: aan een kruis gestorven, in een graf neergelegd, maar, en tóch, en zie de Levende (“Hij is niet hier, Hij is verrezen.”).
dat hele verhaal en al die woorden verwijzen mensen, die op aarde zijn, naar de Werkelijkheid van GOD, “Mijn en uw Vader”, Die in den hemel is. zij schilderen het VISIOEN van “de twee werelden”, van de onverdeelde en onverdeelbare éénheid van de wereld van “den HEMEL” en de wereld van “de aarde”, waarbinnen het bestaan op aarde van de mensen OORSPRONG lijk opgenomen is, waaruit het zich hiér en nù ten VOLLE kan ontplooien en waarin het UITEINDE lijk ter VOLTOOIING opgenomen wordt. het levensbeginsel ervan is GODS GEEST, Bron van “goeden” geest en Overwinnaar van den “bozen”. uit dér aard is leven: den “bozen” geest uitdrijvend en den “goeden” invoerend en bevorderend van den platten grond overeind komen en de in ”wat er geschreven staat” opgetekende waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van het VISIOEN concreet waarmaken. dit is: de aarde, met al wat en wie er op is, ophemelen, haar OORSPRONG lijken glans van “aards paradijs” bewaren en waar “bestoven” weer doen glanzen.
het is een historisch feit: doorheen het geschieden van hun geschiedenis is die OORSPRONG lijke glans (“En God zag dat het goed, dat het allemaal zeer goed was.”) in en door de mensen (“stof van de aarde genomen”) “bestoven”, door een “bozen” geest, die van “den bozen geest” is en wezen lijk een geest van ongehoorzaamheid (“Ik zal niet dienen!”), beschadidgd. die “boze” geest maakt hun wijs dat zij ”gelijk zullen zijn aan God”, zelf god zijn en uit der aard GOD (indien Die al bestaat en geen hersenspinsel van waan zinnigen is) kunnen missen en vervangen. tot “veroveren der aarde”, manipuleren van het leven en zelfs “scheppen” van den mens toe. zij werpen het VISIOEN uit elkaar, laten “den HEMEL” voor wat Hij is en concentreren zich frenetiek op het bewerken, naar hùn hand zetten en schaamteloos genieten (lees: consumeren) van “de aarde”. met alle nare, en liefst te verbergen, te negeren of zelfs cynisch door hen aan GOD toegeschreven gevolgen van dien. in de eerste bladzijden van Genesis is de mensen poëtisch, dit is in met TEKENwaarde verrijkte tekens, te lezen gegeven dat zij inderdaad het paradijs verloren hebben (“Daarom verdreef Jahweh God hem uit de tuin van Eden om de grond te bebouwen waaruit hij genomen was.”/ 3,23), maar dat GOD hen óók niet in de steek laat en hun belooft dat zij het als “het beloofde land” zullen terugvinden (“Ik zal vijandschap wekken tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare; dit zal u de kop verpletten, maar gij zult loeren naar zijn hiel.”/ 3,15). dit be tekent, op “hoger” vlak, de vijandschap tussen den “Heiligen” GEEST (Jahweh God) en “den bozen geest” (den uiteenwerper). be tekent bovendien, op “lager” vlak, dat het bestaan op aarde van elken mens in ’t bijzonder en van alle mensen in ‘t algemeen “van in den beginne”, dit is in wezen, door twee “bewegingen” gekenmerkt is: enerzijds zich door de zonde ((uit “bozen” geest, die van “den bozen geest” is) van GOD af keren en zich anderzijds door bekering /metanoia (uit “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is) weer naar HEM toe keren. anders gezegd: de mens wordt als (OORSPRONG lijk) goud in den smeltkroes (van het geschieden van de geschiedenis) “op de proef gesteld”, niét om “optebranden”, maar om van de slakken bevrijd in zijn OORSPRONG lijken glans eruittekomen. dit proces wordt tot “onderricht” van de mensen in de Schrift in kleuren en geuren ten tonele gevoerd.
jezus leerde op zijn rondreis de mensen kennen zó als zij zijn. zó als de mensen zeggen dat zij zijn. de groten hebben het voor het zeggen: uit en in een mens lijk perspectief bepalen zij wie groot, bepalen zij wie klein is. zo spreken , bij voorbeeld, die van jeruzalem nogal laatdunkend over die van galilea. groot zijn is in de ogen van de mensen aftelezen uit in feite kleine, want louter uiterlijke dingen: een groot huis, een grote auto, een grote zaak, een hoog ambt, een hoge functie, zelfs een grote gestalte, een hoge borst. the biggest in de world. het lijkt een competie, een spelletje geworden te zijn dat ter wille van de aantrekkingskracht van het “spel” de aandacht voor den ernst van de weinig aantrekkelijke realiteit moet do en vergeten. het domme daarvan is: dat men zo zeer in het spel opgaat, dat men denkt dat het werkelijkheid is. de werkelijkheid van wie echt groot, wie echt klein is.
vanuit Zijn ervaring, Zijn mensenkennis, bidt jezus ergens: “Vader, Ik dank U dat Gij deze dingen voor groten verborgen hebt gehouden en aan deze kleinen geopenbaard.”. in dit gebed herinnert Hij eraan dat het juiste oordeel over de waarde van de mensen uiteindelijk door den VADER uitgersproken wordt. het heeft met “openbaring” van en uit dér aard met luisteren naar, geloven in en handelen naar “deze dingen”, de dingen van GOD, de dingen van het Rijk der hemelen, te maken. meteen tilt jezus de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van een mens bóven den platten grond van mensen, die op aarde zijn, op de hoogte van het GEHEIM van GOD, “Mijn en uw Vader die in de hemel is”. GOD openbaart Zijn GEHEIM, niét aan die op den platten grond groot en 10 meter er bóven klein, maar aan die op dien platten grond klein, maar, precies door dit openbaren, 10 meter er bóven groot zijn. en jezus is zó één met den VADER dat Hij met dit openbaren van den VADER niet instemt, maar den VADER er ook voor dankt. meteen “leert” Hij de mensen nadrukkelijk: dat hun grootheid niet het werk van mensenhanden, maar van “Zijn handen” is; dat zij GODS GEHEIM is en uit dér aard voor de mensen een geloofsgeheim. de waarden “groot” en “klein” overstijgen het voelen, denken en fantaseren der mensen, kunnen zelfs door hen niet beoordeeld en uit der aard bepaald en moeten gezien worden in het Licht van het geloof, het Licht dat “het Licht der mensen” erop werpt. onder andere: doordat Hij Zijn leerlingen niet koos uit "die van Jeruzalem”, maar uit “die van Galilea”; niet uit schriftgeleerden en farizeeën, maar uit vissers. wat er op wijst dat hij “leert”: dat niet die groten, maar die kleinen “de goede grond” waren waarin het zaad van Zijn leer “als vanzelf” kon kiemen, eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol gerijpt rijp graan worden. dààr en toén, en zie: óók hiér en nù.
men vergisse zich niet door den blik op “de dingen die van beneden zijn” gericht te houden en te vergeten hem te richten op “de dingen die van boven zijn”. het geheim van “den HEMEL” IS er op aarde en wordt op aarde, niet door die van de aarde zijn rationeel ont dekt en wereldwijd gepubliceerd, maar door “den HEMEL” als geloofsgeheim geheime lijk wonder lijk (her innering door den Heiligen GEEST) in het openbaar gebracht. uit dér aard blijft het voor die van de aarde zijn verborgen en opent het zich voor die “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven” en “Mij volgen”.voor die, zó als johannes de dooper, zich ervan bewust zijn dat zij kleiner moeten worden opdat Hij groter zou kunnen worden. en niet omgekeerd, zoals de groten der aarde geneigd zijn te doen, en doen! “deze kleinen” geloven in GOD; bouwen hun leven op aarde op Inzicht in en verrijken het met Uitzicht op den hemel; blijven in Zijn liefde. drie GOD lijke deugden in mensen. jezus bevestigt bovendien: “dat het Rijk der hemelen voor deze kleinen is”. geloofsgeheim, dat door GOD voor de groten der aarde verborgen gehouden, maar dat geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op Uw woord, aan de kleinen geopenbaard wordt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
