|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Letterlijk betekent dit: in een tentenkamp zijn tent tussen al de andere tenten opslaan. als nomaden waren de israëlieten zeer vertrouwd met “kamperen”, met opslaan, afbreken en weer opslaan van tenten. maar het was meer: het was hun wijze van wonen, van gezamenlijk, familiaal en uit der aard verbonden wonen. als een vreemde zijn tent onder de hunne mocht opslaan betekende dit gastvrijheid, aanvaarden en in de gemeenschap opnemen. het eerste BOEK vermeldt het uit der aard, en speciaal in het verhaal van den uittocht uit egypte, doortocht door de woestijn en intocht en verblijf in het beloofde land, waar zij uiteindelijk hun tenten opsloegen. het hoeft ons niet te verwonderen dat dit “letterlijke” een overdrachtlijke betekenis kreeg. wat johannes op schitterende, de VOLste wijze ervan be tekenend, op jezus CHRISTUS, “de Zoon van God” toepaste. jezus is de Zijn tent onder de mensen, die op aarde zijn, opslaande Zoon van GOD, Die in den hemel is; Diegene Die naar ónze wijze op ónze wijze, maar, en tóch, en zie geheime lijk wonder lijk onder ons wil wonen, verblijf houden. zó tilt johannes in het verborgene, op Uw woord, een “aards” gebeuren op de hoogte van “den Hemel”. historisch dààr en toén, én HISTORISCH hiér en nù en tot het einde der aarde en der tijden.
dààr en toén als jezus van nazareth: de zoon van jozef en maria, de galileeër. een ons gevoel in verwarring brengend, ons verstand verbazend, zo niet verbijsterend, onze verbeelding tartende, nauwelijks, bijna niet te geloven geloofsgeheim. blijkbaar voor velen een struikelblok, die door bij Hem weggaan en Hem uit den weg ruimen verwijderd moest worden en werd. Hij was niet welkom, werd uit het kamp verdreven en Zijn tent werd afgebroken. een “vreemd”, maar leerrijk, door “de leerlingen” opgetekend en óns “opdat gij geloven moogt dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven het leven moogt hebben in Zijn Naam” te lezen gegeven verhaal. het geheim van jezus de CHRISTUS en Zijn wonen onder ons is: dat Hij enerzijds wezen lijk ànders dan alle andere mensen op aarde is en Zijn tent een grote in het midden onder al de kleine; dat Hij anderzijds het niet beneden Zich geacht heeft als een mens uit den hemel op aarde neer te dalen en dat Hij zó doende meteen de hoge, “op ONS gelijkende” waarde van de mensen voor de mensen hoor-, zicht- en tastbaar, voel-, overdenk- en ver beeldbaar gemaakt heeft. de mensen zijn wezen lijk OORSPRONG én UITEINDE lijk “kinderen Gods”. zich dààr van bewust worden, het zien en onweerbarstig onmorrend welwillend ertegenover en toegankelijk ervoor aannemen is geen prestatie van het gevoel, het denken, het fantaseren, maar van geloven. van een “vreemde”, rationeel onverklaarbare, op grond van het her inneren door den Heiligen GEEST van “al wat Ik u heb gezegd” als vanzelf kiemende en VOL wassende innerlijke houding van vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor. jezus is het door den VADER aan de mensen te horen, te zien, te tasten, te voelen, te overdenken en te ver beelen gegeven TEKEN op de wijze van uit der aard te geloven, alle andere geloofsgeheimen in Zich bevattend en verVOLlend geloofsgeheim. wat “de leerlingen” gehoord, gezien en getast hadden en…voor altijd en overal helemaal (onverdeeld en onverdeelbaar) opgetekend. niettegenstaande Zijn lijden en sterven aan een kruis is Hij uit den dood opgestaan, lééft Hij. hoezeer “ten hemel opgevaren” en “door een wolk aan onze ogen onttrokken”, tóch is en blijft Hij, geheime lijk wonder lijk, zichtbaar onder ons aanwezig, trekt Hij Zijn mens zijn naar het einde van de aarde en het einde van den tijd door, blijft Zijn tent onder de onze opgeslagen. ook dàt geheim te zien, te aanvaarden en te ervaren is het privilege van de hiér en nù gelovenden.
op de eerste plaats heeft jezus Zijn tent onder de onze bewaard op de wijze van de eucharistie. het geheim van de eucharistie is: dat jezus, zij het onder de gedaante van brood en wijn verborgen (“latens Deitas”), reëel lichamelijk (“Dit is Mijn lichaam; dit is Mijn bloed; blijft dit doen om Mij niet te vergeten.”) en uit der aard én op het altaar én in het tabernakel (tent) zichtbaar onder ons aanwezig is. zó komt Hij óns hiér en nù ononderbroken onverpoosd onverdroten naar ónze wijze op ónze wijze maar geloofsgeheimelijk tegemoet. zó vervult Hij op een merkwaardige, unieke wijze Zijn belofte: “Ik zal met U zijn tot het einde der tijden.”. in de viering van de eucharistie als “viaticum”: “Neemt en eet, dit IS Mijn lichaam.”; als “Aanwezige” in het tabernakel: de tent die Hij hiér en nù voor ons onder de onze opgeslagen heeft en waar wij Hem lijf lijk kunnen ontmoeten…if we care and are lucky. als wij in het WONDER bóven wonder geloven. met Hem in de eucharistische viering (“Neem en eet, dit IS Mijn lichaam; neem en drink, dit IS Mijn bloed dat…”) én in aanbidding (“Adoro Te devote, latens Deitas”) vóór het tabernakel “communiceren” is het aan die “naar Hem luisteren”, “in Mij geloven” en “Mij -niet morrend zeggend “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren, maar bij Hem blijvend- volgen”, gegunde geheim. aan die voor de wijzen der wereld dwaas, maar voor de dwaasheid van GOD wijs zijn. ach, het verstand, de rede der redelijken. wat moeten de redelijken met dit de rede, zelfs de intellectuele eerlijkheid onbeschroomd uitdagend mysterie aanvangen, tenzij, if they are lucky den kop erbij neerleggen, zich buigend erover zich buigen ervoor en in simplicitate cordis ervoor knielen. en precies dàt hebben de enen verleerd en weigeren de anderen te doen. de eucharistie is hiér en nù het zware struikelblok, dat die ertegenaan trappen doet wankelen, zo niet struikelen en vallen. zij weigeren déze lichamelijke Aanwezigheid van jezus te aanvaarden en gaan uit der aard eraan voorbij. zó is Hij niet langer aanvaard; dié tent breken zij licht zinnig, er naar uitziend dat de kerken afgebroken of in puin zullen vallen, alvast al af.
op de tweede plaats heeft jezus Zijn tent onder ons bewaard op de wijze van de opvolgers van “de leerlingen”, het hoofd van Zijn lichaam de Kerk: de paus en de bisschoppen, en de door hen afgevaardigde priesters. zij zijn via de apostelen “de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord” (Luc. 1/2). geloofsgeheim, dat geloven in hen vereist en meteen dezelfde welwillendheid tegenover en toegankelijkheid voor als tegenover en voor de apostelen en via hen tegenover en voor CHRISTUS. hun mens lijke gestalte correspondeert met en trekt de mens lijke gestalte van CHRISTUS doorheen de tijden en in de ruimte door. kwetsbaar, maar, en tóch, en zie: “Wie u aanhoort, aanhoort Mij.”. samen met “de ledematen” vormen en bevestigen zij jezus’ aanwezigheid onder ons en maken ze voor ons hoor-, zicht- en tastbaar. CHRISTUS Zelf heeft (zó als Zijn Vader in Hem zichtbaar werd en wilde dat naar Hem luisteren naar den Vader luisteren, in Hem geloven in den Vader geloven en Hem volgen den Vader volgen is) gewild dat naar hen luisteren naar Hem luisteren, in hen geloven in Hem geloven, hen volgen Hem volgen is en bevestigt zó dat “die niét zien en tóch geloven, zalig zijn”. het mysterie van de Kerk is het mysterie van CHRISTUS, Zijn GEHEIM: dàt en hoé Hij hiér en nù in Haar “Zijn tent onder de onze opslaat”, mens lijk ónze wijze beamend en hoogst waarderend, onder ons woont. met als gevolg van DIEN: dat zó als Hij dààr en toén niet aangenomen werd (“Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.” (Joh. 1/5), de Kerk hiér en nù door velen niet aangenomen wordt. het is het geheim van de duisternis, van die in deze cultuur van den dood “oren hebben en niet horen, ogen hebben en niet zien, vingertoppen en niet tasten”. het geheim van de duisternis is het geheim van een misverstane en misgebruikte vrijheid: van het wapen van de liberaal individualistisch rationalistisch denkende en doende vrijzinnigen en van die niet langer naar zó iets kunnen luisteren en vrijzinnig geworden naar hén luisteren, in hén geloven en hén volgen.
in feite heeft jezus Zijn tent onder de onze opgeslagen in de gestalte van elken mens. doordat Hij als GOD de ZOON mens werd, heeft Hij de OORSPRONG lijke waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van den mens bevestigd en het GOD lijke (het “op ONS gelijkende”, het “beeld” van GOD) in elken mens laten verschijnen. Hij is geen hond, geen stier, geen vogel, geen paard, geen kalf geworden, maar een mens onder de mensen en heeft meteen het werk van den zesden dag, den dag der bekroning, beaamd en verheerlijkt. de VADER, en meteen de ZOON en de GEEST, woont in elken mens onder ons doordat HIJ elken mens binnen de Schepping niet alleen met zorg uit klei heeft geboetseerd, maar hem ook met Zijn ADEM (de gaven van de GEEST) tot “een levend wezen”, kind van GOD den VADER en broeder van GOD den ZOON bevorderd. jezus heeft in feite alle tenten onder Zijn grote tent verzameld tot “het huis van de Heer”, de schaapstal waar niet alleen de schapen van israël, maar alle schapen onder Zijn hoede thuishoren. geloofsgeheim, dat schril afsteekt tegen de wijze waarop vele mensen met vele mensen omgaan: hen samen met jezus niet aanvaarden, uit het kamp verdrijven en met Zijn tent hun tent afbreken. die vele mensen denken eigenzinnig en eigenwanig en uit der aard onbesuisd dat zij de grote tent, en meteen de kleine, kunnen afbreken, en het ziet er op het eerste gezicht zoó naar uit. maar. en tóch, en zie: in werkelijkheid, zij het geheime lijk wonder lijk in het verborgene, is en blijft GOD, de VADER, in de hoor-, zicht- en tastbare gestalte van GOD, den ZOON, en GOD, den Heiligen GEEST, altijd en overal helemaal intens aandachtig creatief onder ons aanwezig.
“Hij heeft Zijn tent onder ons opgeslagen.” is het hoogst en diepst, langs en breedst geheim in en van de geschiedenis der mensen, waarin en waaruit de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van den eersten tot de laatsten mens oplichten. het geheim van GODS aanwezigheid-naar-ónze-op-ónze-wijze niet alleen in wat HIJ de eerste vijf dagen, maar speciaal in wie HIJ den zesden dag schiep en waarmee en met wie Hij als EERSTE een Verbond sloot waaraan Hij -of wij dat zien of niet, of wij dankbaar erop ingaan en in goede en kwade dagen trouw eraan blijven of niet- tot het einde der aarde en het einde der tijden trouw blijft. eraan trouw blijven betekent voor óns: het leven kiezen op de wijze van den rijkdom van Zijn eucharistische, Kerkelijke en gewoon humane aanwezigheid onder ons vrij en vrolijk en te vreden aanvaarden, waarderen en ervan leven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
