Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

21/22-6-06                           het  geloof “bewaren”/blijven geloven

 

Zó als de schepping geschiedt, uit haar aard tijd lijk werd en in den tijd van “begin” naar “einde” loopt op de wijze van verlopen, zó is het leven van een mens, en meteen van àlle mensen op aarde, tijd lijk en (ver)loopt het in den tijd. het leven is een “levend wezen”, en dit houdt in: als vanzelf  buitenkant lijk plaats hebbend en uit der aard met hoor-, zicht- en tastbare veranderingen, wisselingen, uitwissingen van oude en invoegingen van nieuwe gegevens op de wijze van evolutie, ont vouwing. panta rei. samen met ons lopen de ons vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan onze handen toevertrouwde dingen, en wel op de wijze van eerst uitlopen, daarna  verlopen, en daarna aflopen. althans voorlopig, op het eerste gezicht. want op het tweede gezicht groeien in een mens als ook met geestelijke gaven begaafd wezen vermoedens en worden die if he cares and is lucky bevestigd: dat dit veranderen alleen uiterlijk, “letter” lijk, niet innerlijk, “geest” lijk, plaats heeft. blijkbaar ervaart die mens dat er ook “dingen” zijn die niet veranderen, wisselen, uitgewist worden, maar alleen “evolueren” op de wijze van een door een steeds helderder inzicht in groeiende ont hulling. zo zijn er onder de mensen, die op aarde zijn, dingen die van GOD, Die in den hemel is, zijn en uit dér aard, meer dan door horen, zien en tasten, voelen, denken en verbeelden, door geloven in her-, ge- en erkend (moeten) worden. dié dingen zijn wezen lijk voor de mensen geloofsgeheimen en dienen geloofd te worden. zij zijn aan geen tijd lijke veranderingen ondergevig, maar, zoals sint-augustinus treffend zegt: altijd oud én altijd nieuw.

nu is het zó dat de hoor-, zicht- en tastbare veranderingen, (af)wisselingen, uitwissingen en invoegingen de mensen als vernieuwing en uit der aard evolutie, ont vouwing bevorderend, vooruitgang, speciaal blijken te boeien. mensen zijn, als innerlijk nieuws gierig, door al wat nieuw is gefascineerd en verwachten ervan dat het beter is dan het zogenoemde uit der aard verouderde, aan vernieuwing toezijnde oude. mensen blijken innerlijk in gevoeligheid, denken, verbeelden en handelen vooruit strevend, op verbeteringen en uit der aard betere resultaten uit te zijn en zien bewaren (behoudzucht, conservatisme) als de energie van al wat leeft verstarrend, bindend, hinderend zo niet verziekend en zelfs dodend. leven is, inderdaad, van binnen uit bewegen, en dit “bewegen” wordt dan geïnterpreteerd als lawaai maken, tonen dat men er is door zich te laten horen, zien en tasten en, al van kindsbeen af en zolang de lichamelijke en geestelijke energie dat mogelijk maakt, de wereld in rep en roer te zetten. en maar, wat oud geworden is als versleten afschrijvend, “vernieuwen”: nieuw speelgoed, opvallende nieuwe schoenen en haardracht, opvallende  nieuwe ideeën en uitvoeringen ervan, nieuwe politieke en politiekers, nieuwe vieringen in de kerk, in nieuwe wetten gegoten nieuwe moraal, en nog maar een keer een nieuwe religie. allemaal nieuwe en als beter beschouwde dingen…zolang het duurt.

maar. en tóch. en zie: wie, omzichtig, voor-, in- en uitzichtig, dit brandend en blijkbaar niet opbrandend spektakel nadert om scherper toetekijken, kijkt verder, ruimer, hoger en laat uit der aard zich door het uiterlijke niet in de luren leggen. komt er achter en ziet: dat er meer is dan dit door het windmakend lawaai opgejaagd stof lijke; dat er óók, en boven dien, datgene is dat in al dat leeft van den geest is en sterker dan de veranderingen, wisselingen, afwisselingen en zelfs bepaalde evoluties. het geheim van den “geest” is zijn hang naar wat waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol is; naar wat is, niét zó als het schijnt, maar zó als het is. op de eerste plaats: “Wie ben ik?” (zie: “Ken uzelf.”). voor het juiste antwoord dààr op en het vinden ervan gevoelig zijn, dààr over denken en het gaan inzien, met de verbeelding de dàt ontsluierende tekens in de omringende werkelijkheid zien, ze ver beelden en articuleren, dààr gaat het om. in feite betekent een dergelijke houding: overeind komen; zich van den platten grond afzetten en er bovenuitstijgen in de richting van wat er bóven is: de “goede” geest, die van GODS Heiligen GEEST is, het leven van de mensen is en de mensen met een juist inzicht erin verrijkt. GOD kent een mens beter dan die mens zichzelf kent, zegt dezelfde sint-augustinus. en uit dér aard is het goed om zichzelf te leren kennen naar GOD te luisteren. Die de mensen “maakt”, openbaart op velerlei wijzen geloofsgeheime lijk aan de mensen wie zij zijn, licht een tip op van hun geheim. met als gevolg van DIEN: dat zich, hiér en nù, in deze concrete wereld en deze concrete omstandigheden, voor die geloofsgeheimen openen en naar ze luisteren een conditio sine qua non is om tot een voldoende inzicht in zichzelf te komen en ernaar te leven. dit is: voorbij wat gevoeligheid doet voelen, redeneren doet denken en de fantasie voorspiegelt, geloven.

sint-paulus was zich helder ervan bewust en schreef het ook uitdrukkelijk in zijn brieven: dat hij het geloof (de kennis van de geloofsgeheimen) en erin geloven (ze aanvaarden en belijden) niet alleen gekregen, maar ook bewaard had: “Ik heb de strijd gestreden, het geloof bewaard.”. dit is: hij is blijven geloven, en blijkbaar niettegenstaande. twee dingen zijn hem, niet alleen in zijn eigen leven maar ook in zijn werken onder en met de door hem gestichte gemeenschappen (kerken), duidelijk geworden: dat geloven met een strijd gepaard gaat en dat het, uit der aard, erop aankomt te blijven geloven. hij was een voorbeeld en stelde zich ook tegenover zijn gemeenschappen als voorbeeld voor. “Ik heb het geloof bewaard.” klinkt als een opstanding na lijden en dood, -ter wille van zijn bewustzijn dat de genade aan hem niet ijdel was besteed, dat Christus’ genade hem genoeg was en hij niet meer leefde, maar Christus in hem- als een onbeschaamde en onbeschroomde onbevangen juichkreet. de vervulling van “Cupio dissolvi et esse cum Christo.”. zó was hij niet alleen een voorbeeld voor zijn “kerken” dààr en toén, maar ook, naar ónzen tijd en en ónze omstandigheden verlengd, voor de “kerken” hiér en nù: “die -even eens- door God zijn bemind en als heiligen zijn geroepen”(Rom. 1/7); die geheiligd zijn door Christus Jezus, de uitverkoren heiligen en allen die de naam van Jezus Christus aanroepen in iedere plaats.” (1 Kor. 1/2).

ook hiér en nù komt het voor in CHRISTUS, en alle, gelovenden erop aan “de strijd te strijden en het geloof te bewaren (bij Hém te blijven)”. ook hiér en nù worden de geloofsgeheimen, op verfijnde of brutale wijze, “aangevallen”, als onzin (fabels) uitgekreten en wordt beweerd dat geen geëvolueerd, geëmancipeerd en bevrijd vrij mens “nog langer naar zó iets kan luisteren”; wordt geloven en worden gelovenden onder druk gezet, als naieven voorgesteld of belachelijk gemaakt, zo niet uit het publieke leven weg en naar binnen gedreven of gewoon “uitgeschakeld”. in een wereld waar àlles mag en kan, kunnen geloofsgeheimen niet (“Dat God bestaat, hemel en aarde geschapen heeft, dat de mens jezus van nazareth GOD de Zoon is en hij zou verrezen zijn, enz. enz. kàn niet! Is niet wetenschappelijk bewezen en kàn trouwens wetenschappelijk niet bewezen worden! Is er dus niet!”). en meteen worden alle andere, daaruit voortvloeiende en onverdeeld ermee verbonden, geloofsgeheimen op de helling gezet en, door wetenschappelijke bewijzen gestaafd, onderuitgehaald. dit is: het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” wordt uiteengeworpen, “de HEMEL” naar het rijk der fictie verbannen en de hoor-, zicht- en tastbare “aarde” als de enige te veroveren natuurlijke plaats van de mensen, de vaste grond om met beide voeten erop te staan, geproclameerd en gepromoot. men leeft maar eens en men moet rationeel liberaal individualistisch ervan profiteren. van dergelijke “filosofie/ideologie” is de lucht vol, en velen blijken ze onder-, on- of bewust inteademen. wat onverpoosd onverdroten in “grote” of in “kleine” dingen van de cultuur, de beschaving, in het verborgene of schaamteloos publiek “tot uiting komt”. het is er sinds paulus’ tijd wel op vooruitgegaan, maar niet op verbeterd.

de feiten tonen dat in een dergelijke “atmosfeer” het vroegere onbevangen kinderlijk naief “meelopen” met het gezag van de Kerk grotelijks heeft afgedaan. “gelovigen” stellen de apostolische overlevering kritisch in vraag, aanvaarden niet langer het gezag van de Kerk en zullen nu wel zelf beslissen wat er te geloven is, wat zij geloven en wat moreel verantwoord is. en bevestigen meteen den “droom” van de vrijzinnigen: rationeel denken, zich liberaal bevrijden van, zich van de gemeenschap losmaken en individualistisch zichzelf in de kijker zetten. “Zij zien het, op grond van wat zij horen zeggen en zien gebeuren, van hun gevoeligheden, hun denken, hun fantaseren, zó.”. het “leren en in herinnering brengen van al wat Ik u heb gezegd, door den Heiligen GEEST” hebben zij geruild voor “wat men u heeft gezegd” en de daarop steunende eigen gevoeligheden, eigen denken, eigen fantaseren en halen meteen “den HEMEL” (Schepping, Verlossing, Her innering, Zijn VOLHEID, Eeuwig Leven, Verrijzenis, de Kerk als “het huis van de Heer” met Haar leer, leiding en liturgisch sacramentele vieringen”) naar den louter humanen platten grond neer. zó dat zij geen weet meer hebben van de vrijheid van de kinderen Gods, de vreugde van jezus, den vrede van GOD, die alle zinnen te boven gaat. dat “erven” van geloof en in de Kerk gelovend met het geloven van de Kerk “meelopen” worden verguisd en als achterlijk, ja, mens onwaardig voorgesteld. liever dien gewoon natuur lijken, als vanzelf kiemenden “aanzet” negeren en “uitschakelen” en zélf beslissen en zélf doen. ja, met de gevoeligheden, het denken en fantaseren van dit tijdje meelopend, alles zélf. dit is: die bewondering waardige uitwisseling tussen wat bij GODS genade als “overlevering” aangeboden wordt en hoé men dit geschenk dan “bewerkt” als niet langer ter zake verwerpen. wat voor geloven fataal is, het doet “verliezen” (niet “bewaren”, maar wegwerpen).

ha, “de geloofsgeheimen en erin geloven bewaren”! het is en blijft het geheim van “de eenvoudigen van hart”, van “de kleinen”, van de kinderen GODS van dààr en  toén én hiér en nù. van die naar “zó iets”, niét “wat men heeft gezegd en zegt“, maar naar “al wat Ik u heb gezegd”, blijven luisteren, erin geloven en het volgen. een geheim, dat in feite GODS GEHEIM is. want “Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u gekozen.”. het geheim van de innerlijk dichterlijken, die uit dér aard bekwaam zijn de Schrift schouwend te lezen, te verstaan, dicherlijk te dichten en te doen.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005