|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Maria bevraagt nuchter de begroeting en boodschap van den engel. zij kent de realiteit en haar realiteitszin houdt haar klaar wakker. zij “bekent geen man” en ziet uit der aard niet in dat zij zou zwanger zijn. in een mens is nuchterheid (gevoeligheid beheersen, verstand gebruiken en verbeelding intomen), zó als mate, evenwicht, “’t allen spele goet”. deze nuchtere bevraagt, even verontrust, uit het evenwicht (“Vrees niet”), intellectueel eerlijk “wat die groet kon beduiden”, luistert intens aandachtig naar wat volgt en komt tot rust, weer in evenwicht. dan beseft zij, door de bijbelse traditie ingelicht en ondersteund, de draagwijdte van deze “boodschap” en aanvaardt ze zonder “morren”, onbevangen en onbeschroomd over de “realiteit” heen: “Zie de dienstmaagd van de Heer; mij geschiede naar Uw woord.” (Luc. 1/38). het antwoord op haar “Hoe kan dit geschieden, daar…” is, hoezeer ook een geloofsgeheim, helder en zij geloofs erin. haar geloof heeft haar in die mens lijk benarde situatie gered; haar bóven den platten grond op de hoogte van GODS GEHEIM getild; haar met een àndere nuchterheid verrijkt, die de mens lijke ver overtreft. bovendien had de engel haar iets over elisabeth verteld, dat haar beminnelijk menslievend een riem onder het hart stak.
“Zie, uw bloedverwant Elisabeth heeft ook een zoon ontvangen
in haar ouderdom, en zij die onvruchtbaar heette, is in haar
zesde maand; want niets is onmogelijk bij God.” (36-37).
het antwoord op dit voor de mensen, die op aarde zijn, netelig “probleem”, en meteen op al die andere netelige problemen, wordt door een door GOD naar de stad van de mensen gezonden engel gegeven (meegedeeld én verklaard): het (bijna) niet te geloven, op gevaar af als onzin geïnterpreteerd en verworpen te worden “…want niets -van wat in de ogen van de mensen onmogelijk is- is onmogelijk bij God.”.
“Hoe kàn dat, daar…” is een courante vraag in en onder de mensen. hun door de wetenschap steeds scherper gestelde ervaring van de realiteit (de dingen der aarde) maakt dat de grens tussen realiteit en fictie, tussen wat wel en niet kan (onmogelijk is), duidelijker wordt, helpt realiteit en fictie nuchter scheiden, de (steeds inkrimpende) fictie als onzin verwerpen en de (steeds groeiende) realiteit als grondslag van het bestaan op aarde bevestigen. meer nog: de wetenschap heeft ontdekt dat zoveel dingen die niet konden, kunnen, zó dat sommige wetenschappers (en hun aan hang) zijn gaan denken dat -met den tijd dan- àlles zou kunnen, voor hen op aarde niets nog “aards” onmogelijk zal zijn. wat “Bij God is niets onmogelijk.” oproept en er erg gaat op gelijken. met als gevolg van dien: dat in het traditioneel verkondigd GEHEIM van GOD en de daarin geGRONDe geloofsgeheimen voor de mensen geloven steeds meer onder druk wordt gezet en die geheimen uiteindelijk als fictie, als “Dat kàn niet!”, verklaard worden.
de wetenschap houdt zich bezig met feiten, rede lijk te onderzoeken en bestuderen dingen. de dingen der aarde; der mensen, die op aarde zijn en wier opdracht het is “de tuin bewarend te bewerken”, de aarde uit en in een geest van broederlijke verwantschap voor alle mensen bewoonbaar te maken, ja te helpen bewonen; de dingen die kunnen te doen. onder die dingen is GOD niet te horen, niet te zien, niet te tasten, en bijgevolg niet wetenschappelijk te onderzoeken en te bestuderen. met als gevolg van dien: de vraag:naar het bestaan ûberhaupt van God; de twijfel; de loochening. en meteen het bestaan van “deze dingen”, de dingen van GOD, van “den HEMEL” in den hemel én op aarde; van het GEHEIM (Mysterie) en de geheimen onder ons als vonken van het GEHEIM; “wat onzichtbaar is”; van, maar, en tóch, en zie: wat kàn. vanuit haar “wetenschap van hoe een mens in den schoot van een vrouw ontvangen wordt” stelt maria, en stellen wij met haar, nuchter de vraag: “Hoe kan dit geschieden, daar…?”; ziet zij, en zien wij met haar, haar zwangerschap als onmogelijk, als fictie. maar. en tóch. en zie: de door GOD naar haar gezonden engel gabriêl her innert in haar dat er dingen van GOD zijn, “deze dingen”, “zo iets”, die de dingen der mensen overstijgen, hoewel onzichtbaar tóch niet onmogelijk zijn (zie wat gabriël haar over elisabeth vertelt.), hoewel niet onderzoek-, bestudeer-, rede lijk verklaar- en bewijsbaar tóch als werkelijkheid, als waarheid te geloven. en zij gelooft. zij gelooft het woord van den engel:
“Zie, gij zult in uw schoot ontvangen en een zoon baren…
De Heilige Geest zal op u neerdalen en de kracht van de Allerhoogste
zal u overschaduwen;
daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn
en de Zoon van God genoemd worden.” (31 + 35).
de engel is de boodschapper van GOD, Die in den hemel is, aan de mensen, die op aarde zijn. zijn woord is openbaring door GODS GEEST en is in feite gelijk aan de door “de profeten” opgetekende “Godsspraak van Jahweh” en het door “de leerlingen” opgetekend “al wat Ik u heb gezegd”. de engel is de boodschapper op aarde van “deze dingen”, van dàt en hoé en waarom GOD Zich aan de mensen openbaart. deze openbaring is uit haar aard wezen lijk ànders dan wat de mensen kunnen horen, zien en tasten, rede lijk onderzoeken, bestuderen, vinden en bewijzen. zij bevestigt niet alleen dat GOD bestaat, dat HIJ wezen lijk de Ene Andere, Heilige is en dat wat voor de mensen onmogelijk (“daar”) precies uit en in HEM mogelijk is. zij bevestigt dit niet op de wijze van wetenschappelijke bewijzen, maar op de wijze van openbaring: in het verborgene geboodschapte, door gevoel, verstand en verbeelding niet exhaustief te kennen maar geheime lijk wonder lijk te geloven her innering door den Heiligen GEEST van “al wat Ik u -Woord lijk in het eerste en en WOORD lijk in het tweede BOEK- heb gezegd”.
de knoop is: dat wat voor ons onmogelijk maar voor GOD mogelijk is, met het hart benaderd, met het verstand overdacht en met de verbeelding uit de tekens erin afgelezen kan, maar uiteindelijk geloofd moet worden. “deze dingen”, “zó iets”, in casu dat ”de kracht van de Allerhoogste u zal overschaduwen en wat uit u wordt geboren heilig is en de Zoon van God wordt genoemd”, is wezen lijk een geloofsgeheim, dat uit zijn aard geloofd moet worden. de door GOD aan de mensen beminnelijk menslievend geopenbaarde geloofsgeheimen zijn de natuur lijke plaats waar, niettegenstaande het “daar”, “hoe dat alles kan geschieden” oplicht, en erin geloven is de eminente wijze waarop, niettegenstaande het “daar”, “hoe dat alles kan geschieden” in ons als Waarheid, Leven en Weg opklaart. geloven hakt de knoop door; lost de “problemen” op; vervult en verVOLt een mens met vrijheid, vreugde en vrede…die alle zinnen overtreffen.
de concrete “methode” is aan de mensen in de Schrift “geleerd en herinnerd”: “Luistert naar Hem”, “Gelooft in Mij”, “Volgt Mij”. wat volkomen met de aanbeveling van maria (de dienstmaagd van de Heer, die onbevangen en onbeschroomd wat Hij haar zegde gedaan heeft): “Doet wat Hij u zal zeggen.”, overeenkomt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
