|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
J. Verschueren S.J. “vanzelf: 1. uit zichzelf, uit eigen beweging:… 2. uit de aard der zaak:…3. natuurlijk, vanzelfsprekend:…”.
De samensteller van een“verklarend woordenboek” wil de betekenis van woorden en wendingen verklaren in functie van een juist taalgebruik. technisch, utilitair, en uit der aard beperkt. dit betekent: dat er niet grondig kan worden op ingegaan; dat een woordenboek den rijkdom van een woord, dat, van een mens, “een levend wezen” zijnde, in wezen “een levend wezen” is en blijft, uit der aard niet definitief kan weergeven. het woord is en blijft als weeerspiegeling van het geheim mens een geheim, dat zich alleen prijs geeft aan mensen die kunnen “lezen”: zich er voor buigend zich erover buigen, het oprapen, het kaf van het koren scheiden, het roosteren en eten om ervan te leven. leven bevordert spreken; spreken bevordert leven. het onverdeeld samenhangen en -werken van beide resulteert in feite in een steeds helderder met Uitzicht-op verrijkt Inzicht-in.
het geheim van het woord vanzelf is rijker, groter, méér, meer dan een “term”, een “formule”, een “flatus vocis”. de natuur lijke plaats van vanzelf is de hoogte van 10 meter bóven den platten grond: het is met geest beademd en ademt geest uit. meer nog: “goed” gebruikt ademt het “goeden” geest uit, die van GODS Heiligen GEEST is. en uit dér aard gelijkt het op, krijgt het zijn helderheid en kracht uit en in het Woord en het WOORD.
het eerste BOEK noemt het beloofde land: “het land zelf”, het land waar de israëlieten “gerst aten van het land zelf”. het beloofde land is het door GOD gegeven land en uit dér aard hét land, het land “dat overvloeit van melk en honig”, het échte land. vanzelf heeft te maken met dit “zelf”: met ingeschapen VOLheid-uit-zichzelf, die wezen lijk een VOLheid uit en in Zijn VOLHEID is en meteen leeft uit eigen bewegen (leven), uit de aard van de zaak, natuurlijk, vanzelfsprekend, “als vanzelf”. het vanzelf/als vanzelf is een innerlijke eigenschap, die via, maar, en tóch, en zie over het uiterlijke, het zichtbare (de “stof”, de “letter”) heen reikhalst naar en reikt tot in het onzichtbare (den “geest”, die in feite van GODS Heiligen GEEST is).
in het tweede BOEK vinden wij bij markus een aan het eerste BOEK herinnerende en volkomen ermee aansluitende uitspraak:
“Het gaat met het koninkrijk van God als met een mens die het zaad in de aarde werpt;
dan gaat hij slapen ’s nachts en staat op overdag. En het zaad ontkoemt en groeit op;
zelf weet hij niet hoe. Want vanzelf brengt de aarde vruchten voort, eerst de halmen,
dan de aar, en daarna het volle graan in de aar.” (4/26-28).
het is een woord van jezus, dat de VOLheid van “vanzelf” uit en in Zijn VOLHEID weergeeft. er is het rijk van GOD, Die in den hemel is, op aarde; er is de mens, die op aarde is; er is het werken van dien mens op aarde; er is het “werken” van de aarde op aarde. en meteen het geheime lijk wonder lijke van dit alles. wat er op aarde in en onder de mensen gebeurt, is gegrond in en gedragen door den hemel. zó dat: enerzijds “de aarde vanzelf haar vruchten geeft”, en anderzijds “de mens zelf niet weet hoe”. het zaad in de aarde “werkt” op een hem ingeschapen wijze, waarvan de mens geen weet heeft, die voor hem een geheim is. zodra hij “zaad in de aarde werpt”, dit is zonder “morren” doet wat hem opgedragen is, Verbond lijk met de Schepping meewerkt, “werkt” het geheim, kiemt het zaad “vanzelf” (uit zichzelf, uit de aard van de zaak, natuur lijk, vanzelfsprekend) en wast vol. het “vanzelf” is het geheim van GOD; het “zaaien, ’s nachts gaan slapen en ’s morgens opstaan” is het geheim van den mens. beide dragen onverdeeld, éénsgezind samenwerkend, rijke vrucht. woord van het WOORD.
deze “parabel van het in de stilte in stilte stil kiemend en vol wassend zaad” is een met TEKEN-waarde verrijkt teken, dat even eens in alle (met de Schepping meewerkend) werken van den mens als geheim van dit meewerken verborgen geborgen ligt. in àlles wat een mens doet kan hij gerust gaan slapen en gerust weer opstaan, “want elk (meewerkend) werk geeft vanzelf (ja zelfs buiten zijn weten om) zijn vrucht.”. dit historisch FEIT verrijkt beminnelijk menslievend den mens met een hem het leven “gemakkelijk” makende rust-uit-gerustheid: ontlast hem van onvermijdelijk opduikende “problemen”, geneest hem van eigenwaan en onverantwoorde pretentie, maakt hem vrij, vrolijkt hem op en be vredigt hem.
er is het merk waardig gedicht van guido gezelle: “O Dichtergeest”. hij noemt dien geest “een Godlijk wezen, dat hem doet leven waar menig ander sterven zou en hem bovendien bewust maakt van de grote gift (van “eeuwig” leven), waarvoor hij zelfs bereid is deze aardse te derven.”. die geest (door hem ook wel “de Engel der poëzij” genoemd) verrijkt hem met de kostbare ervaring van: “van al wat banden/ hebt gij mij, armen knecht, verlost,”; van bevrijding van hem, niet nader genoemde maar wel te vermoeden, hinderende banden. meteen volgt: “en, uit uw’ handen,/ wat heeft uw’ dierste gunst mij weinig werks gekost!”. hier verschijnt dat “vanzelf”. hij is zich ervan bewust dat dichten “als vanzelf”, dit is: zaaien, ’s nachts slapen en ’s morgens opstaan terwijl de aarde vanzelf haar vruchten geeft (zie jezus’ parabel), in hem gebeurt. en de waaarheid van dit bewustzijn wordt inderdaad door den aard van zijn gedichten zelf bevestigd. zó als het lied van de nachtegaal “zijpzapt zijn dichten hem ter kelen uit”. zijn gedichten zijn geen vrucht van “een kneepje van het vak”, maar de onstuitbare uiting van een “vanzelf” argeloos ongekunsteld onbestoven authentiek beleven én van de dingen én van de taal. en meteen is zijn wijze van schrijven het prototype van authentiek schrijven. schrijven gebeurt “vanzelf”. dit is: op de wijze van samenwerken, van Verbond lijk meewerken met het “werken” van de Schepping. jezus’ parabel bevestigt gezelles gedicht én het schrijven van elken authentieken schrijver; gezelles gedicht en het schrijven van elken échten schrijver zijn de bevestiging van jezus’ parabel. en uit eigen ervaring weet gij: dat de woorden “als vanzelf“ komen, door den Dichtergeest her innerd worden. wat gezelles “het zijpzapt hem ter kelen uit” bevestigt.
dàt dit vanzelf er is en dàt een mens het, if he cares and is lucky, kan horen, zien en tasten, voelen, erover denken en de tekens ervan zien en ver beelden, vervult hem met een met Uitzicht-op verrijkt Inzicht-in, dat hem helpt onbeschadigd, “onbestoven”, de goede en kwade dagen al de dagen van zijn leven, meer dan te overleven, vrij, vrolijk en te vreden be leven. het vervult hem met een vertrouwen dat de bron is van geduld (’s nachts goed kunnen slapen en ’s morgens opstaan om een wandeling door de velden te maken en eventueel wat dreigt mistegaan te herstellen), van innerlijke rust en gerust uitzien naar het moment dat “het koren rijp is, er aanstonds de sikkel inteslaan, want het is tijd voor de oogst” (29). het geheim van het vanzelf. is, weliswaar, een geloofsgeheim, maar het bevestigt in die erin gelooft, dàt en hoé en wààr om het leven in ’t algemeen en zijn leven in t bijzonder “goed, ja zeer goed is”. een kostbaar geschenk, dat, als het “bewaard” en met zorg omringd wordt, een bron van geluk is. de bevestiging van: “dat wij allen de ene genade na de andere ontvangen uit Zijn VOLHEID”; “dat er niemand van die Gij Mij gegeven hebt, verloren gaat”. GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en meteen geloofsgeheim van de mensen, die op aarde zijn.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
