|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
En uit dér aard is er voor pascal geen enkele verantwoorde reden noch om den engel uittehangen (faire l’ange), noch om de beest uittehangen (faire la bête). de natuur lijke plaats van een mns, van elken mens, is de hem eigen, door zijn Schepper als “beADEMde klei” ingeschapen, plaats tussen engel (VOLLEN geest) en dier (volle materie). en het is “goed” deze plaats te leren kennen, te aanvaarden en erop te blijven.
GOD is VOL GEEST. VOL LIEFDE. VOL ZIJN. CENTRUM, en meteen explosie van die LIEFDE, dien GEEST, dit ZIJN, op de wijze van SCHEPPEN: engelen, mensen en dingen/dieren elk naar zijn wijze vervullen van Zijn LIEFDE, Zijn GEEST, Zijn ZIJN. uit dér aard is de schepping doordrenkt van GOD, “verkondigen hemel en aarde -vanzelf- Zijn glorie”.
de engelen zijn, als GODS GEHEIM én geloofsgeheim van de mensen, “zuivere geest”, uit dér aard onzichtbaar, en worden, zó als gabriël, “door God met een boodschap van Hem naar de mensen gezonden”. zij zijn de (onzichtbare) gestalte van GODS onderrichtend, den weg wijzend, beschermend Woord. een afstraling van Zijn GEEST. “een sparke viers”. in feite: zij “inspireren”, maken een mens van binnen bewust van de VOLheid van wat er van buiten gebeurt. de hele Schrift is doordrenkt van een specifieke visie op, spreekt van engelen en laat ze uit en in den Naam van God onder de mensen “optreden”: (adam en eva) met een vlammend zwaard uitdrijven, (Tobias) gidsend vergezellen, met de vleugels be schermen, (tot abraham, maria, petrus) spreken, (elias, elisabeth) van den GEEST vervullen/inspireren. hun natuur lijke plaats is het VISIOEN van de onverdeelbare éénheid van “HEMEL” en “aarde”. met als gevolg van dien dat een mens die, hoewel er iets engel achtigs in hem schuilt, “de engel wil uithangen”, dwaas handelt, “fait la bête”.
dieren zijn naar hùn wijze op hùn wijze beAdemde wezens, die, hoewel doordat zij niet be zield zijn wezen lijk van den mens verschillend, tóch een zekere gelijkenis vertonen en bovendien voor de mensen aan de mensen met TEKEN-waarde verrijkte tekens afgeven. zij zijn op zich waardevol en moeten door de mensen gerespecteerd, ja bewonderd, geliefd en bevorderd worden. maar het verschil is wezen lijk. met als gevolg van dien: dat het voor de mensen, al is er in hen blijkbaar iets beest achtigs, toch niet verantwoordt is “de beest uittehangen”.
en dan de mensen. ni ange, ni bête, maar mens. een door GOD op den zesden dag als bekroning van Zijn scheppingswerk op eminente wijze met zorg kunstig uit klei geboetseerd en bóven dien met Zijn Levensadem beademd “levend wezen” (“Zó werd de mens een levend wezen.”). de pupil van Zijn oog én zorgenkind bij uitstek: voor wien Hij zelfs Zijn Zoon niet heeft gespaard, Hem als de mens jezus van nazareth naar de aarde gezonden om hem te onderrichten, voor hem te lijden, op het kruis te sterven en uit den dood op te staan om hem uit den dood te doen verrijzen.
als “klei” (“stof van de aarde genomen”) heeft de mens iets van het dier: instincten, drijf veren, handelingen, soms uitzichten (van een aap, een ezel, een vos, een teef, een slang, een leeuw enz.) zelfs. of janken van de pijn, brullen van woede, sissen van haat, spuwen van verachting, als een wolf meehuilen in het bos, zwakken bepikken, besluipen, bespringen en verslinden, met anderen spelen als een kat met een muis, anderen als een wesp steken, als een mug of een luis lastig vallen. of gewoon eten, slapen, zich ontlasten; moe worden, ziek worden, wankelen, vallen; blind of doof of stom of lam of hoe dan ook gehandicapt geboren worden en niet te genezen zijn; verslijten, aftakelen en uiteindelijk dood gaan. allemaal hem ver nederende dingen om allesbehalve trots op te zijn en die hij dan ook verdoezelt, omsluiert, verbergt. en tóch behoren dié dingen, als zijn “kruis”, zijn “beproeving”, tot het eigene van een mens en is het “goed” ze, als in feite niet mens onwaardig, menswaardig te aanvaarden en ze geest lijk te overwinnen. dit is in feite: uit en in “goeden” geest, die een vonk van GODS Heiligen GEEST is, het beest uittedrijven; overeind te komen en te blijven; zich van den platten grond aftezetten en de vleugels uitteslaan naar de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van den geest en meteen waar het geheim op grond van luisteren naar, naderen om scherper te kijken, de tekens in de dingen “lezen”, gevoeld, ingezien en ver beeld kan worden. want
als met GODS ADEM beademd is de mens geest (in feite vervuld van GODS GEEST en uit der aard verrijkt met iets engel achtigs). dié geest maakt hem bekwaam het beest achtige uittedrijven en -vermijdend den engel uittehangen, tóch- het engel achtige intevoeren. de geest lijke vleugels uitteslaan en te “vliegen”: zijn OORSPRONG te her inneren; het verloren paradijs opnieuw te winnen; de zonde van de wereld in hem en in de wereld uit hem en uit de wereld wegtenemen; aan GODS levenswoorden te gehoorzamen; “naar Hem te luisteren”, “in Mij te geloven”, “Mij te volgen” en zó doende te beantwoorden aan het “beeld” dat GOD ontwierp en uitvoerde. dàt dit kan, en hoé dit kan, en waaróm dit kan, is allemaal door GOD zelf aan de mensen geopenbaard, staat nauwkeurig en sluitend in het eerste en tweede BOEK opgetekend, “geschreven” en is de mensen beminnelijk menslievend, op grond van hun bekwaamheid tot spreken en lezen, te “lezen” gegeven. en die care and are lucky, de moeite doen om de Schrift ter hand te nemen en, zich ervoor buigend, zich erover buigen, ervaren het lijf lijk, concreet, helder, “eten het boekje” en leven ervan. hun voorbeeld is jezus CHRISTUS: de mens jezus van nazareth, VOLheid van mens zijn uit en in Zijn VOLHEID van óók GOD de ZOON zijn. “Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat ook gij zó zoudt luisteren, kijken, voelen, denken over, ver beelden (‘in gelijkenissen spreken’), spreken en doen.”. een mens wordt, is en blijft een waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol levend wezen als hij onbevangen, ongeremd, “onbestoven”, in “zó iets” gelooft, ernaar luistert en het volgt (“doet wat Hij zegt te doen en de kruiken tot de rand vult.”).
zó wordt en is en blijft een mens, in den beginne naar ONS beeld geschapen, het geheim van GODS GEHEIM; in feite een wonder, een kunstwerk van den Kunstenaar. niettegenstaande de drijverijen van den uiteenwerper, “den bozen geest”, vervuld van den “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is, een VOLheid uit en in Zijn VOLHEID, waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol. is er voor hem geen enkele zinnige reden om noch den engel, noch de beest uittehangen, maar alle reden om gewoon een mens te worden, te zijn en te blijven…”naar ONS beeld en gelijkenis”. een geloofsbeeld, dat alle op anthropologieën, psychologieën, filosofieën, ideologieën, fantasieën gebaseerde mensbeelden “als vanzelf” en zonder enige beperking ver, van BEGIN tot UITEINDE ver, overtreft.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
