|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De natuur lijke plaats van de mensen is de aarde met al wat er op is. zij komen er, als “stof van de aarde genomen”, uit voort, leven erop, ermee en ervan, en keren er naar terug (worden na hun dood “ter aarde besteld”). uit dér aard gaat hun aandacht van het begin tot het einde “als vanzelf” naar de aarde op de wijze van haar verkennen, haar bestuderen, haar bewerken, van haar genieten, kortom vol wassend erop te leven.
de aarde echter blijkt voor die naderen en intenser luisteren, scherper toekijken en gevoeliger tasten meer dan loutere hoor-, zicht- en tastbare materie te zijn. zij is wezen lijk dichterlijk: geeft vonken af, zendt signalen (tekens) uit, verwijst, bij voorbeeld door haar schoonheid, levenslustig levendig leven scheppen en bewaren, bestendig “toeren rond de zon”, naar iets on materieels, iets on hoor-, on zicht- en on tastbaars, iets “geest” lijks, en nodigt zó zijnde en zó doende de mensen tot gevoelig bewegen, intens nadenken over en verwonderd ontdekken van de tekens, kortom een “geest” lijk functioneren uit. en dat kàn, want
het eigene van de mensen is dat zij met geest verrijkte “aarde” zijn: begeest lichaam, belichaamde geest, en uit dér aard tot gevoelig bewogen worden, intens nadenken over en met verwondering ontdekken van de tekens bekwaam…if they care and are lucky. bewogen, denkend over en ver beeldend worden zij zich van dit meer bewust, komen zij van den platten grond overeind en worden zij uit der aard niet alleen bekwaam, maar ook uitgedaagd de (geestelijke) vleugels uitteslaan en te “vliegen”: zich schouwend bóven “de stof” te verheffen naar de (duizeling wekkende) hoogte waar het hen verbazend, zo niet verbijsterend maar, en tóch, en zie wonder lijk boeiend geheim thuis hoort. waar zij voetje voor voetje en geheime lijk wonder lijk “een (reëel, VOL) “levend wezen” kunnen worden en if they care and are lucky worden. in feite worden wat zij OOSPRONG lijk zijn: met uiterste zorg geboetseerde én beADEMde klei.
beADEMd, van GODS scheppenden, verlossenden en VOLtooienden GEEST vervuld, ontdekken zij dat dit meer nóg meer is: méér, en dat zij gemaakt, geroepen en gezonden zijn om wat zij horen, zien en tasten, voelen, overdenken en ver beelden door dit méér te laten verrijken, vergroten en als richt lijn van hun bestaan op aarde te aanvaarden, te koeseren, te bevorderen en te volgen. concreet: via het louter materiële van het louter materiële via het geest lijke over te gaan naar het GEEST lijke; via verwondering om, interesse voor, bewondering en enigszins ervaring van het geheim naar verrijkte, vergrote, verméérde verwondering om, interesse voor, bewondering en enigszins ervaring van GODS GEHEIM.
dàt dit kan, hoé dit kan en waaróm werd en wordt ons schitterend te “lezen” gegeven in wat “de leerlingen” over jezus optekenden. in ’t bijzonder in de zogenaamde verrijzenisverhalen. wat er daar plaatst heeft gelijkt op het ons als gewoon natuur lijk proces van kiemen, eerst halm, daarna aar, en daarna aar vol gerijpt graan worden te horen, zien en tasten gegeven. “de leerlingen” zijn mensen en uit der aard, de eersten als vissers, mattheüs als tolbeamte, met de aarde bezig. ook als jezus bij ze is (“meegaan naar de bruiloft, voor voedsel zorgen, met Hem eten, aren plukken, de kinderen op een afstand houden, in slaap vallen enz.); ook als Hij gevangen genomen wordt en als zij horen van Zijn lijden en dood. net zó als dat bij de mensen gebeurt. den derden dag snellen zij op het verbazing wekkend woord van de verbaasde vrouwen (het graf stond open en was leeg) naar het graf. en nog beseffen zij niet (“het was nog donker”, “Men heeft de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar men Hem gelegd heeft.") dat er iets ànders (“zó iets”) aan de gang is. tot de morgenzon door de wolken te voorschijn komt. het, menslijk gezien, lege graf was het begin, het zicht- en tastbaar teken van een totaal àndere werkelijkheid dan de “aardse”. want het antwoord op maria’s “mening” (“In de mening dat het de tuinman was,”) is…dat zij Hem ziet. Hij “verschijnt” op nieuw, als Die leeft (“niet hiér is, verrezen”). voetje voor voetje heeft nu de over gang plaats van hun ervaren van den mens jezus van nazareth, den Meester (Rabbi), den profeet (“die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven”) naar hun ervaren van CHRISTUS, “de Zoon van God” (“de derde dag verrezen uit de doden”). deze over gang heeft langzaam plaats en krijgt zijn VOLtooiing als de Heilige GEEST over hen neerdaalt en “hen leert en in herinnering brengt al wat Ik u heb gezegd”. dàn krijgt al wat zij met Hem meemaakten zijn VOLLE betekenis: hier en nù is er meer dan een profeet; hiér en nù is er “dat Jezus de Christus is, de Zoon van God”, en dat Zijn boodschap wezen lijk “een blijde Boodschap” is, eu angelon. dit is: de in woord en daad uitgedrukte getuigenis van den Naam, het Rijk en den Wil van den VADER, Die in den hemel is, opdat de mensen, die op aarde zijn, in HEM zouden geloven en op aarde zó als in den hemel dien Naam zouden heiligen, dat Rijk helpen komen, dien Wil laten geschieden.
de over gang is de geleid lijk geleidelijke bewustwording van: dàt er niet alleen “de aarde”, maar ook en bóven dien “de HEMEL” is; dat “de HEMEL” de aarde, met al wat en al wie er op is, heeft geschapen en op de wijze van ophemelen in leven houdt, naar haar VOLtooiing begeleidt, dit leven koestert en bevordert; dat voor de mensen uit en in her innering door den Heiligen GEEST VOLTOOIER het Inzicht-in dat Hij geeft met Uitzicht-op is verrijkt; dat het hiér-en-nù-leven der mensen naar vóór reikt tot in het BEGIN en naar nà tot in het UITEINDE en uit dér aard wezen lijk “eeuwig leven” is; dat elke mens gemaakt, geroepen en gezonden is om in dit “eeuwig leven” te geloven, er naar uittezien en zijn concreet leven op aarde in het vooruitzicht van dat “eeuwig leven in den hemel” te organiseren. dit is: wat hij op aarde hoort, ziet en tast, voelt, denkt over en ver beeldt te verrijken, vergroten, vermééren tot VOLheid-uit-en-in-uit-den-dood-verrijzen; in het midden van het veld schouwend in de diepte van den hemel te ZIEN dat zijn leven op aarde ter wille van den HEMEL “goed, ja zeer goed is”…if he cares and is lucky, tot overgaan uitgenodigd bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk en bevredigd te vreden in zijn horen, zien en tasten, emotionele bewogenheid, genadelijk verrijkt denken en mystiek/dichterlijk midden in het veld schouwen in de diepte van den hemel over gaat. over gaan heeft plaats uit en in beseffen (weten en smaken) dat het leven op aarde ingebed is in het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL” en uit dér aard zijn VOLheid bereikt op de wijze van VOL “aards” op aarde deelnemen aan het gratuiet deelhebben aan “den HEMEL”; onbevangen en ongeremd zich laten vervullen van den creatieven “goeden” geest, die een vonk is van GODS creatieven (Creator Spiritus, Die Heer is en het leven geeft) heiligenden Heiligen GEEST.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
