Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

19-31/8/-06                         het rijke Roomse leven: de geloofsgeheimen

 

God, Die “HEMELS” in den hemel is, is voor de mensen, die “aards” op aarde zijn, een geheim. hét GEHEIM. dat GEHEIM “geeft vonken af” op de wijze van “vurige tongen”, her innering door de Heiligen GEEST van al wat Ik u geloofsgeheimelijk heb gezegd. GOD openbaart Zijn GEHEIM op de wijze van geloofsgeheimen, die uit hun aard door de mensen niet gehoord, gezien, getast, gevoeld, gedacht en verbeeld kunnen, maar geloofd moeten worden. die geloofsgeheimen worden aan de mensen te kennen gegeven: booms (door de in de dingen der Schepping verborgen geborgen naar den Schepper verwijzende tekens) en bijbels (door wat “de profeten” in het eerste en “de leerlingen” in het tweede BOEK optekenden, dit is: Woord en WOORD lijk).

“de profeten” behoorden tot en vertegenwoordigden GODS uitverkoren volk: het volk van de aartsvaders abraham, isaäk en jakob, “icoon” van alle volkeren over de hele aarde. de geest van “de profeten” is van GODS Heiligen GEEST; hun woord is Woord: “Godsspraak van Jahweh”. dit Woord werd door jezus CHRISTUS tot WOORD voltooid (“Nadat God gesproken had door de profeten…heeft hij gesproken door het Woord…”) en door “de leerlingen” onder de leiding van den Heiligen GEEST (“Hij zal u leren en in herinnering brengen al wat Ik u heb gezegd.”) in het tweede BOEK opgetekend. de VOLHEID van de geloofsgeheimen is door “de leerlingen” opgetekend, overgeleverd en ons te lezen gegeven in dit tweede BOEK, “het Nieuw Testament”.

“de leerlingen” waren, zijn en blijven “de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord” (Luc. 1/2). zijn dat en blijven dat door “opvolging”, via de leerlingen van “de leerlingen”: de paus, de bisschoppen, de door hen afgevaardigde priesters en het volk, die samen en onverdeeld “het huis van de Heer”, de Roomse Kerk vormen. de apostolisch katholieke Kerk is het geheim van jezus CHRISTUS, en meteen een geloofsgeheim (Mysterium Fidei) dat kan “betwist” worden en wordt door diegenen die niet erin geloven, maar met de gevoeligheidjes, ideologieën en fantasietjes der tijden meedrijven omdat zij onder den druk van een liberaal individualisch rationalisme den zin voor het mysterie hebben prijsgegeven en verloren. met als gevolg van dien: dat zij samen met het geloofsgeheim van de Kerk vele andere, zo niet alle geloofsgeheimen zijn gaan in vraag stellen en als onzin en uit der aard voor het dagdagelijks leven niet ter zake verwerpen. hun levensbeschouwing is wezen lijk die van onverschilligheid: er is geen Verschil, Dat een juiste (waarachtige, GOD en menswaardige en waardevolle) visie op vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid mogelijk maakt en grondt, het geheim mens en mensengemeenschap doet opklaren. zij zijn zoekenden en vinden daarin voldoening, want in hun ogen is “vinden” (als dat op grond van “misschien” mogelijk zou zijn) niet belangrijk, maar (waar dan ook en onverpoosd onverdroten van het ene naar het andere overschakelend/zappend) “zoeken”. “de leerlingen” van jezus CHRISTUS waren geen zoekenden, maar lieten zich vinden (“Zij kwamen dan zien waar Hij verblijf hield en bleven die dag bij Hem.”/ Joh. 1/39) en werden, doordat jezus Zich omkeerde/hen tegemoetkwam, geheime lijk wonder lijk gevonden. jezus is wezen lijk: GOD Die de mensen tegemoetkomt, te vinden is waar zij niet zoeken. en dàt hebben “de leerlingen” gemeenschappelijk (reeds als Kerk) aan den lijve ondervonden, hebben zij gemeenschappelijk zich herinnerd en geleerd, gemeenschappelijk opgetekend en gemeenschappelijk aan hun leerlingen (de apostlische katholieke Kerk) overgeleverd. zó als jezus komt de Kerk de mensen tegemoet, is zij te vinden waar zij Haar niet zoeken, “bewaart” zij de geloofsgeheimen ongeschonden voor die in Haar geloven en tegen die Haar verwerpen in. het rijke Roomse leven is de rijkdom der geloofsgeheimen.

de KERN van de geloofsgeheimen is: GOD bestaat; is er; is onverdeeld en onverdeelbaar het BEGIN (Alfa) én het UITEINDE (Omega); één; àlles. GEEST: en uit dér aard heeft niet alleen geen mens Hem ooit gezien, maar kan ook geen mens zich Hem voorstellen. LIEFDE: Die Zich uit in de relatie VADER-ZOON-GEEST, Schepper-Verlosser-Voltooier. de VADER, de ZOON en de GEEST scheppen de schepping, verlossen  en voltooien haar en openbaren Zich, maken Zich booms en bijbels aan Hun schepping bekend. dit is: Zij verrijken de hoor-, zicht- en tastbare dingen (het zichtbare) met tekens die naar het onzichtbare verwijzen en waarin het voor de mensen op aarde opklaart; Zij spreken Zich via “de profeten” en “de leerlingen” (“Godsspraak van Jahweh/al wat Ik u heb gezegd”) uit. de VADER maant de mensen aan “naar Hem te luisteren”; de ZOON maant hen aan “in Mij te geloven/Mij te volgen”; de Geest “leert en herinnert alles wat de VADER en de ZOON hebben gezegd”.  met als gevolg van Dien: dat who care and are lucky, luisteren naar, geloven in en volgen, uit en in her innering door den Heiligen GEEST bekwaam gemaakt worden een Inzicht in deze KERN te krijgen, dat hen verrijkt, vergroot, verméért met Uitzicht op. zó dat de VOLLE zin van hun bestaan op aarde voor hen te voorschijn komt, zij vanuit de duisternis in het Licht komen en uit dér aard “weten wat zij horen, zien en tasten, aanvoelen, denken over, ver beelden, spreken en doen. dit is: dat zij slagen in hun leven, niet voorbij- noch verloren gaan, maar leven op de wijze van “eeuwig” leven. de KERN is wezen lijk één, onverdeeld en onverdeelbaar, GEHEEL. zó dat alle in dit GEHEEL opgenomen en door dit GEHEEL stralende geloofsgeheimen SAMEN onverdeeld en onverdeelbaar geloofd moeten worden. op grond van eigen gevoeligheid, eigen denken en eigen fantaseren de ene kiezen en de andere weglaten is niet van den “goeden”, maar van den “bozen” geest; betekent uit der aard niet (langer) geloven, niet (langer) ten VOLLE tot de apostolisch katholieke gemeenschap, ”het huis van de Heer” behoren.

de geloofsgeheimen zijn vonken van de KERN. de KERN is hun toetssteen. zij zijn VOL verwoord door het WOORD en worden bewaard in wat “de leerlingen” aan hun leerlingen (het huis van de Heer) hebben overgeleverd. de leerlingen van “de leerlingen” hebben ze KERN achtig SAMENgevat (verzameld) en gearticuleerd in het Credo van de Kerk. de authentieke leerlingen van “de leerlingen”, van “de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord”, geloven argeloos, vreemd welwillend tegenover en teder toegankelijk voor, onbevangen onverpoosd onverdroten in de door de Kerk ongeschonden “bewaarde” en ongemanipuleerd geleerde apostolische overlevering: de VASTE GROND van de op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond levenslustig levendig levende geheimen van de scheppng (“el sole e l’alre stelle”), van de aarde met al wat er op is én van ons bestaan op aarde inkluis. geheimen, die ons horen, zien en tasten overtreffen, groter zijn dan ons hart, ons verstand verbazen, zo niet verbijsteren, onze verbeelding uitdagen, maar, en tóch, en zie: ons, if we care and are lucky, wonder lijk boeien.

de KERN bevat de geloofsgeheimen: God de Vader is de Vader, Schepper van al wat zichtbaar en onzichtbaar is; Jezus Christus is God de Zoon, vóór alle eeuwen  uit de Vader geboren, ware God uit de ware God, Die het vlees aangenomen heeft  door de Heilige Geest uit de maagd Maria, geleden heeft, gestorven is en begraven, op de derde dag verrezen, opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen om levenden en doden te oordelen; God de Heilige Geest, Die voortkomt uit de Vader en de Zoon en Heer is en het leven geeft, met de Vader en de Zoon samen aangebeden en verheerlijkt wordt; de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk; één doopsel tot vergffenis van de zonden; verrijzenis uit de doden; het eeuwig leven”. in die KERN verborgen geborgen en er door gedragen zijn er de andere ons bestaan op aarde verhelderende en VOL beZINnende geloofsgeheimen.

zó is er daar het geheim van “leven”, van het leven van al dat leeft. dàt er leven is, is het geheim van den LEVENDEN, van “Die het leven geeft”. “Het leven is, het leven: Gods geheimenis!”. leven in al dat leeft  van verbazend groot tot nog meer verbazend klein, boeit hoogst en diepst, langst en breedst den schouwenden dichterlijken en “doet hem zwijgend (den kop er bij neerleggend) wonderen”. zelf dankbaar om het feit dàt hij mag kunnen en kan mogen leven, is hij dankbaar om àl wat rondom hem leeft, bewondert het, respecteert het, koestert en bevordert het. óók, en vooral, het leven van elken geboren, en in dit tijdje van welig tierende abortus ongeboren mens. want zijn geloven in “Die (onzichtbaar) Heer (van het leven) is en het leven geeft” lost voor hem alle onder de mensen de mensen ontredderende “problemen” op. het leven is, als het werk van Zijn handen, “goed, ja zeer goed”. en uit dér aard is niet het leven het “probleem”, óók niet als mensen die niet (langer) geloven, ongevoelig voor, eigenwanig denkend en liberaal individualistisch rationalistisch alle zin voor schouwen en dichterlijkheid verloren hebbend, een “probleem” ervan “maken”. leven is een schitterend ons wonder lijk boeiend en uit dér aard bevrijdend, bevreugdend en bevredigend waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol geheim.

zó is er het in leven geborgen verborgen geheim van groeien. al dat leeft groeit van wakker wordende kiem tot rijpe en voor den oogst gereed geworden aar vol graan. groeien is voetje voor voetje VOL wassen naar VOLtooiing-met-Uitzicht-op-VOLTOOIING; het is een langzaam proces, dat “als vanzelf” geschiedt en uit der aard -uit ongeduld, uit zich meester ervan maken en het voor eigen “nut” verbruiken?- niet geforceerd mag worden. groeien is een ingeschapen gave. in feite een bekwaamheid rijker, groter, meer te worden dan, méér. al wat van binnen uit onbevangen en ongeremd groeit, getuigt van “Die Heer is en het leven geeft, van den GEEST, Die de letter doet leven”. groeien belemmeren, zo niet verminken en zelfs ombrengen, is van den “bozen” geest, die van “den bozen geest” is, van den uiteenwerper, die niet het leven maar den dood kiest en bevordert; is de levensbeschouwing eigen aan de cultuur van den dood. een mens is OORSPRONG lijk gemaakt en opdrachtlijk gezonden om niet alleen zelf te groeien, maar ook het groeiproces in al dat leeft te respecteren, te koesteren en te bevorderen. zó met het hart erbij zijn, erover denken en daadwerkelijk doen bevordert den eigen groei en is te zelfder tijd in een mens een teken van: dàt hij groeiend, authentiek en zó als het waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol hoort, leeft. dàt is meteen de les óns door de dingen van de natuur beminnelijk menslievend, onverpoosd onverdroten gegeven. voor die nadert om scherper te kijken gebeurt altijd weer en altijd op nieuw het [EB1] wonder van: dat wat dood scheen, niét dood was, maar als zijn uur en de omstandigheden komen van binnen uit beweegt en leeft. ja, verrijst. dié les is een met TEKEN-waarde verrijkt teken, leidt een in het midden van het veld in de diepte van den hemel schouwenden, dichterlijken mens naar een wijsheid die een afstraling is van GODS Wijsheid en die hem “in gelijkenissen-uit-gelijkenis” doet meevoelen, denken over, ver beelden en spreken. doet dichten op een wijze die zelf, geheime lijk wonder lijk, een toonbeeld van groeiproces is. van geduld, van onbaatzuchtigheid, van af stand, van volgzame gehoorzaamheid, van de in spiratie uitademende con spiratie.

zó is er het in leven geborgen verborgen geheim van sterven. al dat leeft verloopt ingeschapen gewoon natuur lijk van begin naar einde, van ontvangenis naar doodsstrijd en dood. voor elken mens in ’t bijzonder en alle mensen samen lijkt het een “kwaad”, en meteen niet alleen een biologisch, psychisch, filosofisch, maar vooral een existentieel “probleem”. men constateert, en stelt de vraag “Waarom?”. men constateert dat anderen sterven, en men begint te vermoeden dat men ook eens zal sterven. men constateert soms angstaanjagende wijzen van dood gaan of gedood worden, en die angst slaat naar het eigen hart over. vele mensen zijn bang voor sterven., voor -wat men zich nauwelijks kan voorstellen- er op aarde niet meer te zijn. te meer daar er in de mensen een, eveneens ingeschapen, drang naar niet alleen overleven, maar bovendien blijven leven, blijven er zijn is. sterven lijkt absurd, en wordt door velen als dusdanig gevoeld, gedacht, verbeeld en verwoord. zó dat zelfs een ander “probleem” erbijkomt: de zelfdoding/euthanasie. allemaal mens lijke, zo niet té mens lijke en over de hele wereld onder de mensen kwistig verspreide overwegingen. en inderdaad: de feiten tonen onomwonden dat het hart erbij breekt, het verstand verbijsterd, verlamd en stuurloos ernaar staat te kijken, de verbeelding erbij op hol slaat, de mond sprakeloos verstomt. en feiten zijn feiten. maar ook meer: zij geven vonken af, zenden signalen uit, geven een teken van. want: maar, en tóch, en zie: vanuit een door geloven vergroot hart, door geloven verlicht verstand, door geloven tot zien der tekens bekwaamgemaakte verbeelding gezien “stand punt” blijkt dit alles ànders. er is verrijzenis. er is het geloofsgeheim dat “openbaart”: dat de Schepper van het leven niet den dood wil, maar blijvend leven; dat op het ultieme moment van sterven het leven niet weggenomen wordt, maar veràndert. de garantie daarvoor is het geloofsgeheim van jezus’ verrijzenis, Zijn opstanding uit graf en dood “op de derde dag”. het eerste dat de “toen het nog donker was” voor de balseming naar het graf getrokken vrouwen constateerden, was: de steen is weggerold, het graf is leeg. er was een heel àndere “bewaring”, die door de verschijningen van jezus bevestigd werd. het geheim van jezus’ sterven klaarde helder op in het langzaam duidelijk wordend feit “dat men de levende niet onder de doden moet zoeken”; dat de dag van sterven de dag van de tweede, de geboorte-voor-altijd (dies natalis) is. de dag van sterven is de dag van den terugkeer naar den OORSPRONG, het opgevangen worden “in de schoot van Abraham”, de VOLTOOIING. geloofsgeheim. de grote vertroosting, die, juist begrepen, in haar VOLheid het gezegde van gottfried benn verantwoordt: “Kann keine Trauer sein.”. het geheim van den dood is het geheim van het leven, een levensgroot geheim, waarin het mens lijke, het al te mens lijke inkluis, van gedaante veràndert tot schitterend als de zon en wit als sneeuw. geloven redt: bevrijdt, be vreugdt, be vredigt.

zó is daar het geheim van geloven zelf. dàt een mens gelooft, kan hij, vreemd genoeg, niet met zekerheid voelen, denken, zich verbeelden, maar moet hij geloven. zijn enige zekerheid is: “Ik geloof dat ik geloof”. dat er mensen zijn die geloven is een feit, een realiteit. maar wat betekent dat, en hoe komt dat? het betekent: bij Hem blijven. óók als anderen zeggen “Wie kan nog langer naar zó iets luisteren! (dit is: “zó iets”  geloven)” en van Hem weggaan; het geheim van dat (blijkbaar voor het gevoel en het verstand ergernis en weerstand wekkend) “zó iets” caring én bòven dien being lucky (uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere ontvangen) niettegenstaande dien weerstand tóch onbevangen, ongeremd, vreemd (onverklaarbaar) welwillend ertegenover en teder toegankelijk ervoor als waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol aanvaarden. een dwaasheid, die helemaal in het verlengde van GODS dwaasheid ligt en uit dér aard groter is dan menselijke wijsheid. de gelovende gelooft. AMEN. amen, en daarmee uit. sine glossa. kinderlijk naief, onbestoven,  onbekommerd, onbezorgd, “als vanzelf” en uit der aard vreemd zelfverzekerd, stabiel, blijvend. en dàt komt omdat het een gave, een onschatbaar geschenk (depositum Fidei) van GODS Heiligen heiligenden GEEST is. die gelooft màg geheime lijk wonder lijk kunnen geloven, én kàn, even geheime lijk wonder lijk, mogen kunnen geloven. geloven is de heerlijke vrucht van de bewondering waardige uitwisseling tussen GOD, Die in den hemel is, en den mens, die op aarde is; GODS beminnelijk menslievende wijze van ophemeling van den mens, waardoor die geloofsgeheimen zich enigszins prijsgeven, enigszins in den mens oplichten en uit der aard geloven voor hem “gemakkelijker” gemaakt wordt. en bovendien geeft zijn hele bestaan naar ónze wijze op ónze wijze onmiskenbare tekens ervan af. hoor-, zicht- en tastbare tekens, die naar zijn onzichtbaar geloven verwijzen en het voor anderen, enigszins en if they care and are lucky, verduidelijken. tekens van “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST is.

en zó is er het geheim van den “goeden” geest in een mens. de “goede” geest verwijst naar den OORSPRONG, “le bon Dieu”, Die zag dat al wat Hij schiep “goed, ja zeer goed” was, en is, en blijft. uit dér aard is de “goede” geest in een mens een den mens ingeschapen vonk van GODS “goeden” GEEST. de “goede” geest in een mens, die op aarde is, staat aan den kant van, her- en erkent den geest van GOD, Die in den hemel is, als “goed”, aanvaardt hem vrij en vrolijk ongedwongen en werkt naar zijn wijze op zijn wijze ermee mee om de aarde, de hem gewoon natuur lijk gegeven plaats, te cultiveren en uit der aard voor zichzelf en alle mensen bewoonbaar te maken en samen, onverdeeld en onverstrooid te bewonen. de “goede” geest in een mens is een geschenk van GODS GEEST, drijft den “bozen” uit en bevordert en promoot al wat goed is, en meteen waar en schoon. hij bouwt al wat en wie er op aarde is, op. meer nog: als vonk van GODS goeden GEEST tilt hij zichzelf en al wat en wie hem vóór de voeten, aan de voeten is gelegd en aan de handen toevertrouwd, op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond: het domein van den de materie met ziel, de letter met geest verrijkenden geest en neemt zó doende scheppend deel aan het scheppingswerk van den Schepper. dit is: vervult gehoorzaam de opdracht “de tuin bewarend te bewerken”. hij dient, en toont meteen hoe nefast, uiteenwerpend en verstrooiend de geest van “Non serviam!” is. de “goede” geest zendt signalen uit, belicht de tekens van leven en bevordert uit der aard tegen “de cultuur van de dood” in “de cultuur van het leven”.

anderzijds is er het geheim van den “bozen” geest in een mens. is de “goede” geest in een mens van den Heiligen en heiligenden GEEST, de “boze” geest in een mens is van “den bozen geest”, die het heilige (HELE) uiteenwerpend ont heiligt en meteen den mens uiteenwerpt, in zichzelf verdeelt. het is het geheim van “den kwaden” en “het kwaad” op aarde. in wezen: GODS GEHEIM. men probeert het wetenschappelijk psychologisch (ziel kundig), wetenschappelijk filosofisch, historisch, sociaal en zelfs wetenschappelijk theologisch te bestuderen, te analyseren en te verklaren, maar het dringt niet door tot de kern. het is en blijft het GEHEIM  van GOD, Die in den hemel is en een tip ervan oplicht en te lezen geeft in ”wat er geschreven staat”. te beginnen met het verhaal van adam en eva, die door “den bozen geest” met een “bozen” geest opgezadeld werden en liever door het ingaan op de “influisteringen” van “de slang” (het sluwste der dieren en meteen het beeld van den verleider)  hun eigen “droom” wilden verwezenlijken dan aan GOD, hun Schepper, te gehoorzamen. met als gevolg van dien: dat hun ogen opengingen en zij zagen “dat zij naakt waren”, door “den bozen geest” met een “bozen” geest verziekt en uiteengeworpen en verdeeld. zó dat zij niet langer in den hun ter beschikking gestelden “tuin” konden blijven en door GODS engel naar een veld vol distels en doornen verdreven werden om het tot “de dag die God maakt” te bewerken “in het zweet huns aanschijns” (dit is: moeizaam proberend den “bozen” geest uittedrijven en den “goeden” weer intevoeren en te bevorderen). de “boze” geest is de oorzaak van “het kwaad” in en onder de mensen, en kan door hen alleen overwonnen worden als zij er, geheime lijk wonder lijk, door een Verlosser van verlost worden en, met Hem meewerkend, weer leren gehoorzamen. dàt “staat er -van “In den beginne” tot “een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”- geschreven en is de mensen voor altijd en overal helemaal te lezen gegeven, aan who care door GODS Heiligen GEEST als geloofsgeheim geleerd én if they are lucky in hen her innerd. “de boze geest” is geen fictie, geen spook, maar een onze gemoedsrust, ons helder verstand en onze evenwichtige verbeelding verbijsterende werkelijkheid. en even werkeljk is de onze gemoedsrust, ons helder verstand en onze evenwichtige verbeelding verbijsterende “boze” geest in ons. dit verdoezelen, zo niet met één pennetrek schrappen, is fataal; ons bevrijdend werkt erin geloven, en meteen geloven in de ons bevrijdende liefde van den Verlosser.

er is het geheim van de zonde én van de Verlossing. het wezen van de zonde is: ongehoorzaamheid aan GOD; weigeren te luisteren naar de levenswoorden van “Die Heer is en het leven geeft”, die het leven niet alleen behoeden, maar ook bevorderen, en, waar “God niet de dood van de zondaar wil, maar dat hij zou leven”, tóch eigenzuchtig, eigenzinnig en eigengereid den dood kiezen. de betekenis van zonde moet afgelezen worden uit de relatie van den mens met GOD. daarom zondigt een mens alleen tegen GOD en “kan GOD alleen de zonden vergeven”. bovendien wil GOD dat de tekens van zonde aftelezen zijn uit de relatie van de mensen met de dingen van Zijn schepping en boven al met de mensen. wat jezus bevestigde met zijn “onderricht”: “Het tweede gebod is gelijk aan het eerste.”. mensen “doen kwaad” aan GOD als zij “kwaad doen” aan de dingen en de mensen. geloofsgeheim, dat in gelovenden uit en in her innering door den Heiligen GEEST oplicht, maar voor die niet geloven verborgen blijft en hen de zonde van de wereld in de wereld uit de wereld doet wegmoffelen. dit is: het geheim van de zonde libeaal (“geëmancipeerd”) individualistisch (“It’s none of your business!”) rationalistisch (“Dat is niet wetenschappelijk te onderzoeken, te bewijzen, en bestaat dus niet!”) uit ons bestaan op aarde te schrappen. het geheim van de zonde in een mens, in en onder de nensen, is GODS GEHEIM: het geheim van dàt Hij door geen angst bevangen en geremd de mensen met de kostbare, hun wezen grondig bepalende gave der vrijheid heeft begaafd en begaaft, en uit der aard het risico heeft genomen en neemt dat zij die gave mis gebruiken en zich eigenzuchtig, eigenzinnig en eigengereid van GOD “bevrijden” om hun eigen zin te volgen en te doen. de feiten bewijzen in overvloed dat de levenswoorden van GOD in den wind slaan resulteert niet alleen in het “bewerken” van eigen ongeluk, maar ook dat van anderen. anderzijds is GOD barmhartig en onverpoosd onverdroten bereid “de zonde wegtenemen”, de gebroken relatie te herstellen. wat door jezus’ lijden en dood én verrijzenis (“Agnus Dei, Qui tollis peccata mundi,…”) bevestigd wordt. “Ik geloof…in de vergiffenis van de zonden.”. de mogelijkheid tot vergiffenis is in de zonde zelf ingeschreven op GROND van onze bevrijding door jezus CHRISTUS, GOD den ZOON VERLOSSER. met als gevolg van Dien: het laatste woord is niet aan de zonde, maar aan Die haar wegneemt gegeven. geloofsgeheim.

meteen is er het geheim van het doopsel. “Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert hen onderhouden al wat Ik u geboden heb.” (Matt. 28/19-20). het geheim van het doopsel is het geheim van een sacrament: van een naar ónze wijze op ónze wijze hoor-, zicht- en tastbaar teken dat geheime lijk wonder lijk, in ’t verborgene en op Uw woord met onzichtbare genade (Heil) verrijkt, vergroot, verméérd is. een door bedienaars van het Woord op gezag van het Woord binnen de gemeenschap van de Kerk gesteld teken van opname binnen die gemeenschap om aan de Verlossingsgenade deelhebbend deeltenemen. het tekent een mens met een onzichtbaar “merkteken” van lidmaatschap, is meteen een garantie voor deelhebben aan het universeel genadeleven van de Kerk en nodigt uit tot “al wat Ik u geboden heb onderhouden”. de heiligende kracht van het doopsel is door jezus CHRISTUS gegarandeerd en werkt op de wijze van geheime lijk wonder lijk “gedoopt zijn in, doordrenkt zijn van de Naam van de Vader (“Ik ben Die bén, en Die er zal zijn voor u.”), van den Zoon (“God redt door Zijn Gezalfde”), en van den Heiligen Geest (“de VOLTOOIER, Die Heer is en het leven geeft, Die u alles zal leren en in herinnering brengen wat Ik u heb gezegd, dit is: geboden.”). dat GEEST lijk leven van een mens begint met het doopsel, dat in wezen “de goede grond” is waarin de graankorrel van het leven van een christen binnen de gemeenschap van “het huis van de Heer” (de apostolisch katholieke Kerk) “als vanzelf” kan kiemen, eerst groene halm, daarna aar, en daarna aar vol rijp, vol voor den oogst VOL gewassen graan kan worden, zijn en blijven. dit is: “de goede grond” voor de deelname aan de andere door de Kerk liturgisch gevierde sacramenten. het met TEKEN-waarde geladen teken/beeld van het doopsel is: een mens wordt in het reinigend water (“het bad der wedergeboorte”) ondergedompeld en stijgt gezuiverd, vernieuwd, “gewassen en gezalfd” op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond getild eruit op. geloofsgeheim, dat op Uw woord “van eeuwig leven” is, “niet voorbij-, niet verloren gaat”, en uit dér aard in deze wereld van rationeel gekoesterden twijfel, zo niet  met lef gedemonstreerd ongeloof, als gave van GOD, Die in den hemel is,onkwetsbaar is, onaantastbaar en, of mensen, die op aarde zijn, er wel of niet in geloven, “blijft”. de in CHRISTUS gedoopte, van Hem doordrenkte mens zegt en blijft belijdend zeggen: “Ik belijd één doopsel tot vergiffenis van de zonden.”.

het geheim van het vormsel is het geheim van de “confirmatio”, de bevestiging van: dat de Heilige GEEST in de gedoopten wat Hij in hen begonnen is, zal VOLtooien op de wijze van “al wat Ik u heb gezegd leren en in herinnering brengen” en zó doende VOL wassen van het “kinderlijk” geloven doorheen het verder leven bevorderen. in deze confirmatio wordt de gedoopte met daartoe gewijde “zalf” ter versterking gezalfd. het uitwendig teken der “zalving” betekent en is de garantie voor dit VOL wassen. zich laten “vormen” (vromen, verstevigen) is een teken van geloof in en aanvaarden van: dat het de GEEST is Die (“de letter”) levend maakt, en onderstreept nog eens extra dat de in het doopsel gekregen genade van geloven al volop aan het werken is. maar, en tóch, en zie: hier en daar zijn “denkende gelovigen” volop bezig die eeuwenoude traditie nog maar eens te “bevragen”, aan de gevoeligheden, ideologieën en fantasietjes van dit tijdje “aantepassen”, dit sacrament te “vernieuwen” op de wijze van “uitstellen tot…?”, zo niet gewoon als verouderd en ingehaald en niet langer van den tijd afschaffen. zó als zij trouwens van de Kerk geëmancipeerd, eigenwanig, eigenzinnig, eigengereid bezig zijn al de sacramenten sportief “onder vuur te nemen” en als kleiduiven aan stukken te schieten. vooral dan het sacrament van de Eucharistie: van de lichamelijke aanwezigheid van jezus CHRISTUS onder de “gedaante” van door den priester in de eucharistieviering geconsacreerd brood en geconsacreerden wijn. het wezen van de eucharistie in vraag stellen is allesbehalve een teken van een “gevormd”, “geconfirmeerd”, VOL gewassen apostolisch katholiek geloven.

het geheim van het sacrament van de eucharistie is het geheim van de “gedaanteveràndering”. van Verrijzenis, van Pasen. in de eucharistieviering beantwoorden wij samen onmiddellijk na de consecratie (transsubstantiatie) den oproep van den diaken tot  belijden van dit geloofsgeheim met: “Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.”. dit is: dat jezus naar ónze wijze op ónze wijze, hoor-, zicht- en tastbaar in de “gedaante” van geconsacreerd brood en geconsacreerden wijn als de VERREZEN CHRISTUS, GOD de ZOON, onder ons aanwezig is en ons zó als Hij de leerlingen tijdens het Laatste Avondmaal uitnodigde uitnodigt: “Neemt en eet, dit IS Mijn lichaam; neemt en drinkt, dit IS Mijn bloed…”. het geheim van de eucharistie is de blijvende concrete “vernieuwde” hoor-, zicht- en tastbare aanwezigheid van jezus CHRISTUS onder ons: als viaticum om geheime lijk wonder lijk “veertig dagen en veertig nachten te lopen tot wij de berg van GOD bereiken” en als tastbare aanwezigheid om Hem te ontmoeten en “devoot te aanbidden”. het is het geheim van de tot het einde der aarde verlengde voedende en tastbare aanwezigheid van jezus in “het huis van de Heer” onder “het huis van de Heer”. dit mógen kunnen en kùnnen mogen telkens weer op nieuw “vieren” be tekent on omwonden concreet: “Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.” (laatste optekening door mattheüs in zijn evangelie). het be tekent jezus’ liefdevolle tegemoetkoming aan het geheim van ónze lichaam/geest lijke wijze van er op aarde zijn en vermeerdert in ons het met Uitzicht op verrijkt, vergroot, verméérd Inzicht in de HEILzame mens wording van GOD den ZOON “opdat niemand van die Gij Mij gegeven hebt, zou verloren gaan.”. de eucharistie vieren is op GROND van inzien en dankbaar aanvaarden vrij en vrolijk te vreden actief creatief aan dit geheim deelnemen, “door in de eucharistie te geloven het eeuwig leven mogen hebben in Zijn naam”. het vieren van dit geheim uit ongeloof in de werkelijke lichamelijke aanwezigheid in Brood en Wijn naar den platten grond neerhalen en beperken tot een gezellige sociale réunie waarin het geheim van GODS Woord door menselijk gepraat vervangen en “Mijn vlees eten en Mijn bloed drinken” tot gemoedelijk tafelen vernederd  worden, be tekent CHRISTUS, den geliefden ZOON van GOD den VADER verkleinen tot den mens jezus van nazareth en meteen dit groots geloofsgeheim van GOD vermenselijken. de eucharistie GRONDT in het geloofsgeheim: jezus  is de geliefde ZOON van den VADER, in Zichzelf GOD uit GOD, en voor de mensen  de CHRISTUS: de door den VADER als de mens jezus van nazareth ter verlossing van naar de mensen gezonden GEZALFDE, Die na Zijn lijden, dood op het kruis,  verrijzenis en hemelvaart naar ónze wijze op ónze wijze onder ons aanwezig wilde blijven in de gedaante van door “de bedienaars van het Woord” geconsacreerd Brood en geconsacreerden Wijn. het is de heerlijke wijze waarop Hij hiér en nù “Zijn tent onder ons opslaat”, ons voedt en in het tabernakel onder ons woont…opdat wij deze tot het uiterste gaande beminnelijk menslievende Zelfgave van Hem aan ons onbestoven onbevangen onbeschroomd ongeremd, aan het “gebod” van de Kerk gehoorzamend en als her innering van “het onderhouden van de sabbath”, elken zondag als “huis van de Heer” in “het huis van de Heer” zouden vieren.

het geheim van het sacrament van de biecht is het geheim van gehoorzaamheid aan wat jezus door Zijn opdracht aan “de leerlingen: “En toen Hij dit had gezegd, blies Hij over hen en sprak: Ontvangt de Heilige Geest. Wier zonden gij vergeeft, hun zijn zij vergeven; wier zonden gij behoudt, hun zijn zij behouden..” (Joh. 20/22-23) , heeft ingesteld. Hij heeft Zijn macht om zonden te vergeven aan “de leerlingen” overgedragen en meteen bevestigd dat GOD de mensen verlost door de tussenkomst van daartoe gewijde mensen. de zonde is er, en wordt op de eerste plaats weggenomen door het sacrament van de biecht: het hoor-, zicht- en tastbaar teken van de onzichtbare genade der verzoening, van het herstel van de beschadigde, zo niet verbroken relatie van den mens met GOD. biechten is een teken van nederigheid, van erkenning van schuld tegenover GOD, van verlangen naar verzoening ("en vergeef ons onze schulden zó als wij...") en gehoorzaamheid aan den vorm dien jezus via de Kerk eraan gegeven heeft: berouw, belijdenis, absolutie en boete (concreet herstel). dit  hoor-, zicht- en tastbaar teken garandeert op heel mens lijke wijze de onzichtbare genade van GOD, demonstreert helder en krachtig GODS beminnelijke menslievendheid en vervult den mens met een zielsvrede die alle zinnen te boven gaat. een vrede dien de wereld (dit is: een psycholoog, een psychiater, een dokter, een chirurg, een sociaal werker/ster, een president of minister, een buurman of buurvrouw, een echtgenoot/-genote, een zoon of  dochter , broer of zus, hoe begrijpend en vergevingsgezind ook, ja het eigen zelf) niet kan geven. geloofsgeheim, dat de gelovende bevestigt als hij belijdt: “Ik geloof in de vergiffenis der zonden.”.

het geheim van het sacrament van het priesterschap is het geheim van “wijding”. “de leerlingen” hebben van jezus CHRISTUS niet alleen de opdracht, maar ook de “macht” gekregen in functie van de continuïteit doorheen de eeuwen tot het einde der aarde het “leerlingschap” aan hun leerlingen overtedragen op de wijze van door CHRISTUS geroepenen tot “leerling” te wijden en als “leerling” te zenden. dit is: CHRISTUS Zelf te “verlengen” in de “gedaante” van den paus (directe opvolger van petrus), de bisschoppen (episcopoi/opzieners) en de door hen afgevaardigde priesters (presbyteroi). zij zijn wezen lijk, geheime lijk wonder lijk op Uw woord “alter Christus”. geloofsgeheim, dat GRONDT in het geheim van “het huis van de Heer” en het onder de mensen hoor-, zicht- en tastbaar maakt via het sacrament: het hoor-, zicht- en tastbaar teken der wijding dat op Uw woord, op het gezag van CHRISTUS  Zelf, het onzichtbaar “merkteken” garandeert. óók als mens lijk gedrag (“Ook ik ben maar een mens.”) het schijnt te beschadigen. want ook hiér geldt het wonder woord van johannes: “God is groter dan ons hart.”. uit dér aard moet het priesterschap gezien worden uit en het perspectief (het vér gezicht) van CHRISTUS, en niet vanuit de kort zichtigheid van mensen. kort zichtigheid van van de Kerk geëmancipeerde, vrij gevochten mensen blijkt het geheim van het priesterschap, van de “wijding”, schaamteloos op den korrel te nemen, het in vraag te stellen, onderuit, naar den platten grond neer te halen en als fictie, misleiding van de argelozen en machtsmisbruik te bestempelen. want voor die de Kerk tot een democratische gemeenschap degraderen, is iedereen gelijk. dit is: zijn allen, mannen én vrouwen, in hùn vertaling van “het Volk van God” en “het algemeen priesterschap der gelovigen” priesters. en deze onzalige “verwarring” verduistert in het hart niet alleen van vele “intellectueel eerlijke”maar ook “argeloze” gelovigen meteen het schitterend geheim van het priesterschap. met als gevolg van dien: dat in onze contreien weinigen zich geroepen voelen, zo niet niemand zich nog aanbiedt voor het priesterschap. en dàt is het geheim van “de duisternis die het Woord niet aanneemt” waarover johannes spreekt. maar, en tóch, en zie: ook hiér geldt dat het geheim van de “wijding”, óók  als men er niet langer in gelooft, ongerept en onaantastbaar “blijft”.

en dan is er het geheim van het sacrament van het huwelijk. voor apostolisch katholieken is de natuur lijke plaats van het huwelijk uit dér aard “het huis van de Heer”, de Kerk. hun huwelijk is op de eerste plaats en wezen lijk een kerkelijk huwelijk. dit betekent dat het teken van verbond dat man en vrouw aan elkaar geven, door een “bedienaar van het Woord” tot sacramenteel teken wordt verrijkt, vergroot, verméérd en meteen de erin verborgen genade van GODS erkenning en bevestiging laat oplichten. de stabiliteit van dit verbond van mensen, die op aarde zijn, wordt en is en blijft gegarandeerd door de STABILITEIT  van GODS trouw aan Zijn Schepping en Zijn Verbond. het geheim van het sacrament van het huwelijk is de deelname van twee mensen aan het geheim van het VISIOEN van de onverdeelde en onverdeelbare éénheid van “HEMEL” en “aarde”, waarin en waardoor  het “één vlees” zijn van man en vrouw voor altijd en overal helemaal bevestigd wordt. wat GOD de VADER SCHEPPER van in den beginne bedacht en uitvoerde, heeft jezus CHRISTUS, het WOORD, als VOLTOOIER van het Woord  in zijn VOLheid van “nieuw gebod” vernieuwd en als sacrament binnen de Kerk voor altijd en overal helemaal bevestigd. geloofsgeheim, dat het menselijk gebeuren tilt op de hoogte van GODS GEHEIM, van 10 meter bóven den platten grond. de alle wederwaardigheden overwinnende stabiliteit van het sacramenteel huwelijk is wezen lijk gegarandeerd door GODS STABILITEIT. en die dit in hun huwelijk ervaren, her- en erkend hebben en dankbaar aanvaard, weten het en “tonen” het als voor- en toonbeeld “in het verborgene”. zij zijn, in het geheim van hun huwelijk gelovend, “in goede en kwade dagen” vrij en vrolijk en te vreden één vlees geworden en blijven dat niettegenstaande. niettegenstaande den ons diep innerlijk aanvoelen, gezond denken over en evenwichtig verbeelden van onder druk zettenden, de “open lucht” verzurenden trend het geheim van het huwelijk op vele wijzen (alleen burgerlijk huwen, of gewoon samenwonen, of homohuwelijk) te ver nederen, te ont geesten, te ont GEESTen. wat neerkomt op: het beroven van zijn waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde. de genade van het huwelijk is en blijft een heerlijk geschenk van GOD, Die in den hemel is, aan mensen, die op aarde zijn, dat het voor man en vrouw mogelijk maakt “het leven te kiezen”, hun bestaan te verrijken, vergroten, vermééren binnen en met “de cultuur van het leven”. dit is: binnen en met de vrijheid van de kinderen GODS; een vreugde die Mijn vreugde is; een vrede van GOD, die alle zinnen ver overtreft.

het geheim van het sacrament van de ziekenzalving (het Heilig Olijsel) is het geheim van ultieme stervensbegeleiding. een uitwendig teken van zalving met gewijde olie “in het uur van onze dood”, dat, al sluit het genezing niet uit,  toch den zieken mens in zijn menselijk en medisch gezienen benarden toestand verlicht en bekracht om “de dood te overwinnen”, dit is: te verrijzen, het sterven op aarde te blijven zien en aanvaarden als overgang naar “eeuwig leven”. het is het geheim van een geheime lijk wonder lijke àndere “balseming”, die een mens op aarde al ànders dan (rijker, groter, méér) de balseming van een lijk, “bewaart ten eeuwigen leven”, “niet voorbij, niet verloren laat gaan”. het is meer dan een kleine troost in dit uiteindelijk toch groot moment in het leven van een mens. het doet de herinnering aan het blijde moment van de geboorte opleven doordat het het als her innering van een nieuwe geboorte over den dood heen verlengt naar “eeuwig leven”. het is de mooiste, meest reële en sterkst  existentiële “vertroosting” die GOD, Die “HEMELS” eeuwig in den hemel is, aan mensen, die “aards” en uit der aard tijd lijk op aarde zijn, via jezus CHRISTUS (zie de “opwekking” van den zoon van de weduwe, van het dochtertje van jaïrus en van lazarus) en de door Hem gemandateerde “leerlingen” (“Gij zult Mijn getuigen zijn.”) sacramenteel kan geven en geeft…”in het uur van onze dood”. de mooiste, meest reële en sterkst existentiële stervensbegeleiding. geloofsgeheim, dat gelovenden over het geheim van sterven heen helpt door hun Inzicht erin te verrijken met het bevrijdend (verlossend), (met Mijn vreugde) bevreugdend en (met eeuwigen vrede) bevredigend Uitzicht op. een kleine correctie met grote gevolgen aan gottfried benns “Kann keine Trauer sein.” aangebracht.

dàt is, inderdaad, het geheim van de geloofsgeheimen. en meteen het geheim van “het rijke Roomse leven". het geheim van een door GOD geheime lijk wonder lijk naar ónze wijze op ónze wijze voor ons door ons te vinden gelegden SCHAT (depositum Fidei) in een aarden kruik.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005