|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Dàt werd in een door alle mensen via de teevee uitgezonden gesprek tussen ene meneer torfs en de heer Karel De Gucht door de heer De Gucht zonder aarzelen, met overtuiging en verbluffende zelfverzekerdheid gezegd. nota bene: de heer Karel De Gucht is minister van buitenlandse zaken van een betrekkelijk klein land en wordt, althans door de media en zijn gesprekspartner, als een verstandig man beschouwd. dat hij het op politiek vlak zó ver heeft geschopt, zal ook wel met dat verstand te maken hebben. de heer Karel De Gucht zegt: “God bestaat niet.” (punt). en als een verstandig man, bovendien minister van buitenlandse zaken van een klein land, in het spoor van en samen met andere vrij denkende het bestaan van GOD loochenende vrijdenkers, dat zegt, IS dat zó en wordt het tijd dat alle mensen die zeggen dat God bestaat, ophouden zulken onzin uittekramen en te -kraaien en zich liever daadwerkelijk toeteleggen op de welvaart van hun land en van de buitenlanden. IS dat zó…waren daar niet dat vervelend maar, dat uitdagend en tóch, dat vreemd en zie.
ware daar niet dat de mensen binnen de schepping naar eigen wijze op eigen wijze van in den beginne op velerlei wijzen tekens hebben afgegeven van een door het verstand onverklaarbare gevoeligheid voor, een inzicht in en door hun tot lezen van tekens bekwaam zijnde verbeelding geziene hen overstijgende werkelijkheid, waarvan hun ervaring ervan doorheen de tijden en tot vandaag geleidelijk uitgezuiverd werd en wordt, geleidelijk in hun voelen, denken over en verbeelden opklaarde en blijft opklaren. een proces dat algemeen menselijk blijkt te zijn, dit is elken mens, de vrij denkende GOD loochenaars inkluis, ingeschapen. dié werkelijkheid gaven en geven vele mensen, veel meer dan men zou kunnen vermoeden want ook in het verborgene, den naam GOD. vergisten en vergissen zij zich? hebben zij geen verstand gekregen, of onderweg hun verstand verloren? bedriegen zij zichzelf of gebruiken zij om de andere mensen te bedriegen den naam van GOD ijdel en spannen zij Hem vóór hun kar? stoppen zij zich uit domheid, onwetendheid, onzekerheid, dromerig irrealisme, zwakheid, zelfbedrog, levensangst en wereldvreemdheid, naief geloof in een ander, eeuwigdurend gelukkig leven, vol met een onwerkelijkheid die onwerkelijk IS, BLIJFT, hen met lege handen naar huis en in het NIETS stuurde en blijft sturen, een heerlijken tuin met een appelboom vol aantrekkelijke appelen erop te voorschijn toverde, maar hun het genot van die appelen ontzegt en hen uit den tuin verjaagt…omdat zij één ervan geplukt en gegeten hebben? hebben zij hun concreet leven op aarde niet verknoeid terwille van een zogenaamden GOD, Die, nota bene, in den hemel zou zijn?
het antwoord van die niet alleen mét hun leven in hun leven verstand gekregen hebben maar het ook gebruiken om zoals zij beweren vrij te denken, dit is in feite materialistisch individualistisch rationeel liberaal, klinkt zelfverzekerd: “God bestaat niet.”. zij geven den goeden raad: doe uw oren open en hoor, uw ogen open en zie, maar bovenal gebruik uw verstand en bedenk dat de enige uw omringende werkelijkheid de door u te veroveren aardse is en dat gij maar één keer leeft, op aarde. dit wereld- en levensverstaan grondt in “gezond verstand”, dat zich niet verliest in vage, wispelturige emoties noch in ficties (fabels), die geen grond onder de voeten hebben. grondt in de rede, is een idee, een denk beeld van denkers, en uit der aard een den mens verdelende, uiteenwerpende, naar omlaag trekkende, tegen den platten grond drukkende, en tot kruipen vernederende ideologie. er is onder de mensen inderdaad een extreme neiging tot “faire l’ange”, maar evenzeer een extreme neiging tot “faire la bête”. terwijl de feiten tonen dat een mens overeind, dit is tot heelheid en evenwicht daariin komt, als hij zich met heel zijn wezen inspant “het beest” in hem uittedrijven en “den engel” in hem intevoeren en te bevorderen. met heel zijn wezen, dat wezen lijk als door GODS ADEM beademde klei “een levend wezen “ is: met oren die luisteren, ogen die kijken, vingertoppen die fijngevoelig tasten, en op grond daarvan met een voor het wonder van het bestaan gevoelig hart, een tot “lezen” van dit wonder bekwaam verstand, een tot zien van de tekens die dit wonder afgeeft en tot ver beelden van die tekens bekwame verbeelding. want de VOLHEID van de werkelijkheid, de reële realiteit, is een op aarde via de aarde aan de mensen, die op aarde zijn, te schouwen gegeven wonder: een geheim, dat wezen lijk een afstraling van GODS GEHEIM is en uit dér aard het in wezen beperkt liberaal materialistisch individualistisch rationeel denken vér, oneindig ver overschrijdt. GOD bestaat, “bewijst Zichzelf” geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op UW woord.
dit geheim “toont” zich via het VISIOEN van de onverdeelde, door geen mens, de vrij denkende vrijdenker incluis, te verdelen éénheid van “aarde” en “HEMEL”. het is een te geloven geheim, een geloofsgeheim onder en samen met alle andere door GOD aan de mensen te schouwen en beleven gegeven geloofsgeheimen. een Waarheid, reële realiteit die, of men dat nu gelooft of niet, grondt, stevig geworteld is in den vasten GROND van Die niet alleen het LEVEN, maar ook de WAARHEID en de WEG is. elke mens is bedacht, ontworpen, ontvangen en geboren en heeft bovendien mét het leven de vermogens gekregen, als redelijk wezen de rede (het verstand dat kan verstaan en het intellect dat kan “lezen”) en als vrij geborene de vrijheid incluis, om deze WAARHEID en de Waarheid als afstraling te leren “kennen”. óók de vrij denkende vrijdenker heeft zijn verstand én zijn vrijheid “gekregen”, en wel om ermee te werken, ze te “verdubbelen”. niét om zich eigenzinnig en eigenwanig van de OORSPRONG lijke bedoeling los te maken en ze zich los bandig toeteëigenen, “ermee te doen wat men wil”. alleen “gehoorzamen” behoedt een mens voor “dwalingen”, verschrompeling, verloren lopen en aan de Waarheid voorbijgaan, is “de goede grond” waarin hij onverpoosd onverdroten, ongehinderd en ongeremd kan VOL wassen. gehoorzamen, blijkt uit de feiten, is de goede vrucht van intens aandachtig luisteren naar, naderen om scherper toetekijken, den vinger steken in om de VOLHEID van de reële realiteit te tasten. wat fijne gevoeligheid voor, helder inzicht in en de erin verborgen tekens die het wonder afgeeft te zien mogelijk maakt en bevordert.
zó, vlakaf, kortweg, zonder tenminste een voorzichtig “Ik denk, ik meen dat, in mijn ogen”, zeggen: “God bestaat niet” is niet alleen onverstandig, maar ook dwaas. die uitspraak is flagrant onwaar en schotelt de kijkers bovendien een onwaarheid voor. dit is: bedriegt hen (on- onder- of bewust, maar niettemin) op de wijze van een poging de enen in hun zelf zó denken te bevestigen, anderen in hun twijfel in de richting van nog meer twijfelen te sterken, weer anderen op stang te jagen, hun rust te verstoren en tot twijfelen, zo niet radicaal negeren overtehalen. want dàt is “in dienst van de mensen” het voorrecht niet alleen van het vrij denken der vrijdenkers, maar ook, op grond van dit vrij denken, van het “het vrije woord” en vrij leven van de vrijdenkers. van “Baas in eigen bol!” tot “Baas in eigen buik!”.
maar. en tóch. en zie: het is een gemiste kans om het verloren paradijs (Paradise lost) opnieuw te winnen (Paradise regained). om “het beest” bij de lurven te vatten en uittedrijven en “den engel” te schouwen, intevoeren en te bevorderen. om tot een “verhoogd”, van GODS GEEST vervuld en door GODS GEEST verlicht Inzicht-in te komen, Dat het uiteinde lijk, vergankelijk leven op aarde verrijkt met Uitzicht-op het UITEINDE lijk onvergankelijk leven in den hemel. daarvoor doof en blind en ongevoelig (geworden) zijn en blijven is niet iets om er trots op te zijn en ermee uittepakken. het is “een ongeluk”, een “accident”, de frontale botsing tussen een smart en een truck. met alle gevolgen van dien. in feite is en blijft het GODS GEHEIM: dat mensen dat “ongeluk” in een mens wel kunnen en mogen overwegen en in alle rust en evenwicht beoordelen, maar hém niet mogen veroordelen. de “zwakheid” van GOD én de “sterkte” van die Zijn bestaan vlakaf loochenen is de lankmoedigheid en barmhartigheid waarmee Hij àlle mensen door mekaar laat opgroeien en rustig het moment van “de oogst” afwacht. wat voor àlle mensen “geschreven staat”, door àlle mensen “gelezen” kan worden en door de grote menigte der honderdvierenveertigduizend gelezen werd en wordt. in het licht van deze Werkelijkheid verduistert een gesprek als datgene dat via de teevee plaats had, en verduisteren alle meer en meer dergelijke, en verliezen zij ter wille van meer en meer uitgekraamden onzin hun zin. AMEN. amen, en daarmee uit.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
