Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Zwanezang 16/1/2006 - 3/8/2007

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

1/4-12-06                             publiciteit

 

Jezus van nazareth (dat dorpje van niets), de zoon van den timmerman (die afkomst van niets), moet volgens wat “de leerlingen” optekenden “populair” geweest zijn. het volk stroomde naar Hem toe, en wat zo’n er oosters uitziende toeloop betekende, kunnen wij vandaag concreet aflezen van de beelden die wij te zien krijgen van straten en pleinen vullende massa’s in het oosten. het volk drijft op “horen zeggen”, op oplaaiende emoties, op uit de hand lopende fantasieën, en dàt moet dààr en toen ook zo geweest zijn. dat volk had zijn “dromen”: stillen van den honger; genezen worden van ziekten; van den bezetter bevrijd worden. en jezus “vermenigvuldigde brood”; deed blinden zien, doven horen, stommen spreken, verlamden lopen; reinigde melaatsen, deed op den koop toe zelfs doden weer leven. waarom zou Hij bovendien het volk dan niet kunnen verlossen, van den bezetter kunnen bevrijden? de weg naar “carrière”, zelfs naar het koningschap (van david), lag open. was dat volk zelf niet zijn publiciteit (“Hosanna de zoon van David!”)? en dan, plots: “Ecce homo!” (een gegeselden en met doornen gekroonden, afgetakelden mens) en…”Kruisig hem! Kruisig hem!”. ja, het volk: de fans, de supporters, de kiezers, de democraten, de van eigen belangen vervulde en, verdoofd, verblind, verlamd, met handen en voeten vast in de aarde geworteld en aan de aarde klevend, door eigen belangen rücksichtslos gedreven redelijke wezens.

het spelletje begon al toen zij begonnen te voelen dat jezus van hun dromen afweek, dingen zegde waar zij uit hun aard niet bij konden, die zij uit hun aard niet verstonden, als “zó iets” van zich afschudden en “van Hem weggingen”. die op de maatschappelijke ladder bovenaan én die op die ladder onderaan stonden. in feite stond jezus in het hart van het VISIOEN van de onverdeelde en onverdeelbare éénheid van “HEMEL” en “aarde”, wilde Hij hen van die eenzijdige en uit der aard beperkte en Uitzichtloze gebondenheid aan de aarde losmaken, overeind brengen en optillen naar het Rijk van den HEMEL, hen confronteren met de onvemijdelijke realiteit van tegenwind, uitsluiting zo niet vervolging, van misverstand en verraad, van lijden en dood. “Moest de Christus -en mét Hem de mensenzoon- dat alles niet lijden… en (voegt Hij eraan toe) zó Zijn -en meteen zijn- glorie binnengaan?”. precies dàt was, en is, en blijft het nec plus ultra van jezus’ zending, Zijn wonen onder ons en -gij gelooft het of niet- Zijn “blijde boodschap”, van dat fameuze “zó iets”. het betekent concreet, wezen lijk existentieel essentieel: zonden worden vergeven; de ergernis van op het eerste gezicht onbegrijpbaar, ondraagbaar, zelfs on schuldig lijden veràndert op grond van Zijn lijden van gedaante, vervult het leven op aarde met Zin (Uitzicht-op);  de weer zin wekkende, “mens onwaardige” dood, veràndert op Grond van Zijn verrijzenis van gedaante, wordt  over- naar en toegang tot eeuwig Leven (“esse cum Christo”). dit is: de hoor-, zicht- en tastbare en uit der aard vergankelijke realiteit van “de aarde”  wordt verrijkt, vergroot, verméérd met de onhoor-, onzicht-, ontastbare en uit der aard onvergankelijke Realiteit van “den HEMEL”, Die niet rationeel wetenschappelijk en proefondervindelijk bewezen kan, maar geloofd moet worden. vandaar jezus’ aandringen op “in Mij, en meteen in de Vader, geloven”. de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van wat Hij zegde, zegt en blijft zeggen, van de tekens die Hij deed, doet en blijft doen, is het GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en meteen geloofsgeheim voor de mensen, die op aarde zijn. jezus’ drama stond, staat en blijft staan in het teken van de “spanning” tussen het “HEMELSE” en het “aardse”; tussen “Wie is als God?” en “Non serviam!”; tussen den “goeden” geest, die van den Heiligen GEEST, en den “bozen”, die van “den bozen geest” is; tussen samenwerpen/verzamelen en uiteenwerpen/verstrooien; tussen het door jezus “als vanzelf” ontworpen en gesticht en door “de leerlingen” verkondigd en overgeleverd “huis van de Heer” (“Hoeksteen”) en de bouwlieden die den Hoeksteen als onbruikbaar beschouwen en verwerpen.

het hoeft niemand te verwonderen dat in een tijd waarin publiciteit de plak zwaait, dat publiciteit  bekendheid opbouwt of afbreekt, waar men zegt en herhaalt en niet ophoudt te herhalen dat de kerken van de Kerk leeg lopen, het goed menende, maar in feite naieve zielen, publiciteit voor de Kerk en meteen de kerken (zondagse eucharistieviering) willen inschakelen. het spreekwoord zegt toch: “Onbekend is onbemind.”, en onderstreept meteen de idee van het alleenzaligmakend horen, zien en tasten. was jezus dan niet “bekend”? bekend, maar in wezen ongekend. en zó is, hiér en nù, de apostolische overlevering en is de haar “bewarende” en uitdragende Kerk bij de enen en bij de anderen bekend, maar bij de enen niet langer, bij de anderen sowieso niet gekend. en dààr ligt de knoop. niet de kerken lopen leeg, maar de generatie die er nog heen gingen en de generatie na hen zijn leeggelopen. dit is: zij kennen de KERN niet, hebben zich, uit gemakzucht met on- en misverstand als gevolg en onder zwaren druk van de “smaak makers”, verkeken op den schijn (“Schijn bedriegt.”) en meteen den zin voor en den smaak van de bekoorlijkheid van het geheim (de dichterlijkheid der dingen en het Woord) in ’t algemeen en van de geloofsgeheimen in ’t bijzonder verloren. het dal van den platten grond is hun liever dan de berg van de gedaanteveràndering.

onder de slogan “De Kerk moet -ten teken dat Zij niet dood is, maar leeft- naar buiten komen, de straat op, gepubliceerd worden.”, grijpt men naar het wapen en de huidige vormen van de publiciteit. en men vergeet dat de omgeving waarin wij ons dagelijks bewegen en onze taal van tekens van de Kerk uitpuilen: kerken (met Die Zijn tent onder ons heeft opgeslagen erin) en kerktorens met hun klokken, kapellen, abdijen, kloosters en scholen, die den naam van de heiligen dragen en aan ze herinneren, een kruis hier, een kruis daar, naar heiligen genoemde straten en pleinen, kalenders waarin de zon- en feestdagen rood zijn aangeduid en elke dag zijn heilige(n) heeft; aan de Schrift ontleende woorden en uitdrukkingen, door vrome mensen gelanceerde en “als vanzelf” en algemeen uit den mond vloeiende uitroepen (“Lieve hemel!”, “God!”, “Jezus!”, tot “goverdomme!” toe). niet dié “publiciteit” is, uit onaandachtzaamheid en gene, leeggelopen, maar het hart van die  niet langer er bij zijn, het verstand dat niet langer die tekens verstaat, de verbeelding die alle dichterlijkheid heeft verloren en zich liever in dolle fantasietjes vermeit. de zakelijkheid van ter zake zijnde en alleen voor het werk van mensenhanden gevoelige en erop beluste mensen maakt de oren doof, de ogen blind en de vingertoppen verlamd voor het schouwen van de geheimen, “de dingen die van bóven zijn” en geopenbaard worden aan die uit en in den “goeden” geest, die Van GODS Heiligen GEEST is, “in het midden van het veld schouwen in de diepte van den hemel”.

“Goede waar prijst zichzelf.”; doet uitkijken naar “goeden smaak”; daagt een mens uit zich ervoor  buigend erover te buigen, opterapen, te roosteren en te eten om…ervan te leven. de apostolische overlevering van “al wat Ik u heb gezegd” en de die overlevering “bewarende” en uitdragende Kerk zijn als werk van den de Schepping VOLtooienden Geest “goede waar” in zichzelf en bewijzen dit “goed” zijn uit zichzelf. hun kunnen van buitenaf geweld worden aangedaan (zie het avontuur van het verdwijnen van de bloeiende Kerk van sint-Augustinus in het noorden van afrika) en worden dat ook. maar Christus, Die ter dood veroordeeld en gebracht werd, verrees. en Die leefde, verzekerde Zijn leerlingen: “Ik zal met u zijn tot het einde der tijden.”…ten leven. geloofsgeheim. ha. het “leven” van de apostolische overlevering en van de Kerk is wezen lijk een geloofsgeheim, dat de op het eerste gezicht zichtbare realiteit verrijkt, vergroot, verméért met de onzichtbare Realiteit van een scheppenden VADER, een verlossenden ZOON en een voltooienden Heiligen GEEST. dit is: de duisternis van een vermeende uitzichtloosheid in het Licht van het in de verte wenkend kindly licht van Uitzicht-op doet opklaren.

men vergisse zich niet. uiteindelijk is en blijft het geheim van VOL lopen het geheim van GODS Heiligen GEEST, uiteindelijk geen werk van mensenhanden, maar “het werk van Zijn handen”, de finishing touch, de VOLtooiing van wat Hij via de Kerk (“het huis van de Heer” onder ons) in mensen begonnen is, onverpoosd onverdroten in mensen begint en blijft beginnen. een mens loopt VOL waar VOL gelopen mensen  hem de hand reiken, van banden aan handen en voeten en hals bevrijden en in de open lucht los laten. uiteindelijk gebeurt ook leeg lopen niet zonder de intens aandachtige aanwezigheid van den GEEST. al loopt een mens leeg waar leeg gelopen mensen hem aan handen en voeten en hals binden, af- en opsluiten, tóch is de Geest er bij op de wijze van de vrijheid respecteren en barmhartig en geduldig toezien en toelaten, de wijze van GODS logica, die die der mensen in de war brengt zó dat hun oren niet horen, hun ogen niet zien. VOL lopen is het geheim van innerlijkheid uit her innering; van geheime lijk wonder lijk, in het verborgene, op Uw woord geraakt worden door en smaken van (sapere/sapientia)  de “woorden van eeuwig leven”, die ons, zó als er geschreven staat (“Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven.”) alleen door het WOORD via de Kerk, het hoor-, zicht- en tastbaar “lichaam van Christus” hiér en nù onder ons, worden aangereikt om er naar te luisteren, erin te geloven en te volgen. zó als VOL lopen het geheim en meteen een teken is van het beginnen en VOLtooien door den GEEST van wat Hij in een mens begint, een teken van “het leven kiezen” op de wijze van cultuur van het leven, zó is het leeglopen het geheim en meteen een taken van, om welke reden dan ook, oren en ogen sluiten voor den GEEST, “de dood kiezen” op de wijze van interesse voor en meewerken aan de cultuur van den dood.

zin is uiteindelijk het geheim van “zó iets”. zin zoeken is zinloos als men niet dit “zó iets” zoekt, er  naar luistert, er in gelooft en het volgt, “bij Hém blijft”. “zó iets/woorden van eeuwig leven” wordt gevonden door die geheime lijk wonder lijk gevonden zijn, het vroeg of laat uit en in het her inneren van den Heiligen GEEST dichterlijk/schouwend verstaan en niet kùnnen niét erover spreken op de wijze van onverrbloemd “in talen spreken”, “spreken in gelijkenissen-uit-gelijkenis”.

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop nota bene contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005