|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Johannes en andreas gingen kijken waar jezus verblijf hield. achteraf begonnen zij te beseffen dat Zijn verblijven meer op al goed doende rondgaan geleek, méér bleek te zijn, meer geestelijk dan stoflijk (“Wist gij dan niet dat ik in het huis van Mijn Vader moet zijn?. hun gaan kijken liep “als vanzelf” langer uit dan zij dachten, bleek van langen, hun hele verder leven bestrijkenden duur, niettegenstaande dat vreemde “zó iets” tóch naar Hem luisterend, in Hem gelovend en Hem volgend bij Hem blijven te zijn. eigenlijk, toen al, het geheim van zijn waar Hij was. als VOLUIT “leerling”, sterk uitgedrukt door het tijdens het laatste avondmaal VOLtooide “Wij hebben met Hem gegeten.”.
zijn waar Ik ben betekent hiér en nù met Zijn GEEST verbonden, van den “goeden” geest die van GODS Heiligen GEEST is doordrenkt, in “het huis van de Heer” ingelijfd, opgenomen zijn en intens aandachtig, onbevangen en ongeremd (zonder “morren”) aan het theologisch en ethisch leren (onderricht), liturgisch vieren (vooral dan van de sacramenten, waaronder speciaal de zondagse eucharistie) en leiden (besturen) van de Kerk deelnemen. dit is het geheim niet alleen van het in het verborgene, op Uw woord, “werken” van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van “aarde” en “HEMEL, maar ook van de ophemeling van “de aarde” door “den HEMEL”. jezus CHRISTUS heeft dààr en toén Zijn tent onder ons opgeslagen en blijft dat “tot het einde der tijden” hiér en nù doen op de wijze van de in en met “de leerlingen” begonnen en doorheen de tijden zich VOLtrekkende Kerk. zijn waar Ik ben heeft onder ons den vorm aangenomen van, zó als “de leerlingen” naar Hem luisterden, in Hem geloofden en Hem volgden, naar Haar onderrichting , Haar liturgisch vieren en Haar leiden luisteren, erin geloven en ze volgen. dàt is de concrete, ons vóór en aan de voeten gelegde en aan onze handen toevertrouwde wijze waarop elke mens in ’t bijzonder en alle mensen samen zo niet door het doopsel met water dan toch tenminste door het in het verborgene verlangen ernaar al op aarde zijn waar Ik ben. het ziet er, als “zó iets”, op het eerste gezicht als een spook uit (“Zij meenden een spook te zien…”), als een onze gevoeligheden, ons denken en verbeelden uitdagende onwerkelijkheid, een soort ons zo niet verbijsterend dan toch verbazend “brandend en tóch niét opbrandend braambos”. maar, en tóch, en zie: het boeit, beweegt tot naderen om scherper toetekijken, met als gevolg van Dien: de STEM te horen Die eruit opklinkt, ons bij onzen naam noemt, ja zelfs ons een nieuwen geeft. abram tot abraham, kefas tot petrus, de vlaming tot apostolisch rooms katholieke christen herdoopt.
zijn waar Ik ben betekent vader en moeder, het dorp, het land verlaten en mét CHRISTUS en uit dér aard mét de Kerk van de hele wereld zijn. dit is de in GODS VERBOND gewortelde verbondenheid op aarde. hiér tellen (als in een échte world wide web site) geen plaatselijke plekken, geen huidskleuren, geen talen, geen culturen, geen wispelturige gevoeligheden, komende en gaande ideologieën, geen wilde fantasietjes, maar telt de in de SCHEPPING gewortelde éénheid van de kinderen GODS, het volk van GOD. de samenwerpende, verzamelende GEEST van CHRISTUS doorbreekt alle door de mensen in de geschiedenis om welke reden dan ook opgetrokken, de mensen uiteenwerpende en verstrooiende, frenetiek bewaarde en bewaakte grenzen (stenen of ijzeren of gevlochten muren) meer. Zijn helende GEEST trekt de door mensen verdeelde aarde open, geeft meteen aan alle mensen den naam van medemensen, evennaasten, en verrijkt hen met den “goeden”, in wezen samenwerpenden, verzamelenden geest, die van GODS Heiligen GEEST is. CHRISTUS is overal, ook al schijnt Hij afwezig en wordt door vele mensen aan Zijn aanwezigheid getwijfeld en zelfs beweerd dat Hij er niet is. het is, gezien Zijn verborgen aanwezigheid onder ons, een enigszins te begrijpen, maar geenszins het leven op aarde bevorderende onbijgewerkte bijziendheid, ongeöpereerde lensverduistering, zo niet fatale blindheid voor de ons overal omringende geheimen, die onverpoosd onverdroten door ons te horen, zien en tasten, aantevoelen, te overdenken en te ver beelden tekens afgeven van GODS beminnelijke menslievende aanwezigheid onder ons. “de HEMEL” op aarde uitschakelen verduistert ze tot den in het begin van het eerste BOEK vermelde chaos.
dit Inzicht in den rijkdom van ons leven op aarde is door CHRISTUS Zelf verrijkt met het Uitzicht op “den HEMEL”, ons hiér en nù “zijn waar Ik ben” wordt VOLTOOID tot het zijn waar Ik ben in den hemel. CHRISTUS’ verlangen is dat “niemand van die Gij Mij gegeven hebt verloren zou gaan”; dat “gij zult zijn waar Ik ben”. GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en meteen geloofsgeheim voor de mensen, die op aarde zijn. geloofsgeheim, dat evenals alle andere bij de mensen overkomt als “zó iets”. met als gevolg van dien: dat velen gaan zeggen: “Wie kan nog langer naar zoiets luisteren.”, weggaan, niet langer bij Hem, en meteen bij Zijn Kerk, blijven. niet langer geloven in “het eeuwig leven” (het eeuwig zijn waar Ik ben, ons VADERland), in de UITEINDE lijke HEMELSE VOLTOOIING van hun leven op aarde. met als gevolg van dien: verlies van innerlijke vrijheid, innerlijke vreugde, innerlijken vrede, die de aan het geloven van gelovenden toegevoegde (“De rest zal u erbij gegeven worden.”) allerkostbaarste waarden van ons leven op aarde zijn.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | nota bene | contacteren |
